Een schizofrene cultuur

Wie voor het behoud van zijn persoonlijke identiteit afhankelijk is van de Nederlandse cultuur wordt in dit land uiteindelijk schizofreen omdat hem een merkwaardige vorm van innerlijke verscheurdheid wordt toegemeten.

Men wordt spoedig uiteengereten door de dubbele eis van een gedetacheerd kosmopolitisme en een alerte verdediging van ons nationaal erfgoed. Dat kan nooit goed gaan. Wat is onder deze jammerlijke omstandigheden de streetfitness van de Nederlandse intellectueel. Wie bij de tijd is, wordt gedwongen tot bizarre coalities en vreemdsoortige, soms strijdige, loyaliteiten binnen een en hetzelfde discussiedomein. Wanneer de intellectuele inconsistentie binnen een gezin zo expressief wordt dat zij tot emotionele problemen leidt, beveelt de psychiater aan de kinderen uit huis te plaatsen, maar waar moeten wij met onze Nederlandse cultuur heen. Hoe strijdig de eigentijdse culturele eisen en pretenties zijn, is met een aantal voorbeelden gemakkelijk te illustreren.

Er is, om maar eens wat te noemen, alles voor te zeggen om de wetenschap zoals die in Nederland wordt beoefend in gelijke mate tot de Nederlandse cultuur te rekenen als de letteren en de schilderkunst. Dus Erasmus, Huizinga, Kamerlingh Onnes, Sybren de Groot, Jan Romein en professor Oldewelt behoren net zo goed tot onze cultuurdragers als Lidy van Marissing, Oek de Jong, Karel Appel en Johan Polak. Allemaal erflaters van onze beschaving. Maar de huidige idiotie bestaat eruit dat wij aan de wetenschap eigenlijk niet mogen merken dat zij van Nederlandse origine is. Wetenschap moet internationaal zijn en mag geen nationale kenmerken vertonen. Maar voor de literatuur geldt dat zij heel geprononceerd een vaderlands karakter moet behouden. Binnen de wetenschap moet het onderwijs - volgens de laatste aanbevelingen - in het Nederlands, maar het onderzoek moet in het Engels en zeker niet in het Duits of Spaans, want in die talen heeft men tot de wereld geen entree. Maar als voorbereiding op onze identificatie met de Europese cultuur is het weer van belang opnieuw drie moderne talen in het eindexamenpakket van de middelbare school verplicht te stellen. Terwijl vrijwel alle wetenschappen zich op de Verenigde Staten richten, wordt de Nederlandse wetenschap in de Europese geïntegreerd en is er ook een Europese Akademie van Wetenschappen opgericht om zowel het nationale karakter van de geldverdeling te elimineren als om een tegenwicht te bieden aan de Amerikaanse overheersing. Terwijl de wetenschap internationaal is, wordt de erkenning van een wetenschappelijke prestatie toch weer als een huldeblijk aan onze vadrlandse cultuur ervaren, wat opnieuw tot een heel andere identificatie leidt. Maar in de wetenschap zou men weer niet durven zeggen dat de Nederlandse prestaties ondergewaardeerd worden en dat het tijd wordt dat een Nederlander - gewoon uit oogpunt van rechtvaardigheid - voor een Nobelprijs in aanmerking zou moeten komen, omdat deze nu al te vaak naar een Japanner is gegaan. In de letteren daarentegen wordt eindeloos gejeremieerd dat nog nooit een Nederlandse schrijver de Nobelprijs kreeg en onze nationale trots lijkt daarin keer op keer op de proef gesteld. Nederland dient ook kandidaten in waarbij als kenmerk geldt dat zij de Nederlandse nationaliteit dragen. Wie zo'n kandidaat ook voordraagt - ik weet eigenlijk niet wie dat doet - het zal per jaar steeds een Nederlander zijn. De voordragende instantie zal nooit zeggen geef die prijs dit jaar maar aan de man die het beste boek schreef en naar ons oordeel is dat een Turk. Dat moet maar door Turkije gezegd worden. Met het binnenhalen van de Nobelprijs voor de literatuur hopen wij onze cultuur de allure te verlenen van iets geheel unieks, dat tot nog toe schandelijk ondergewaardeerd werd. Tegelijkertijd moet in de Nederlandse cultuur ook het algemeen westers karakter tot uitdrukking komen om binnen Europees verband het noodzakelijke tegenwicht te bieden aan de oprukkende islamitische cultuur aan onze zuidflank. Maar dat mag weer niet leiden tot een graad van eigendunk, die het kosmopolitische in onze cultuur te niet doet.

Schipperen

Het is een enorm schipperen, passen en meten geblazen bij het zoeken naar een respectabele vorm van culturele identiteit. De een zegt dat er geen Europese cultuur bestaat, de ander spreekt er schande van dat de regering er zo weinig aan doet Nederland een eigen plaats in de Europese cultuur te bezorgen. Niemand zegt dat alleen het beste gehonoreerd moet worden ook al zou dat geheel buiten de Europese cultuur vallen. De taal heeft hier op een veel merkwaardiger wijze mee te maken dan men doorgaans beweert. Het is een platitude om te zeggen dat er geen Nederlandse literatuur kan bestaan als wij het Nederlands veronachtzamen of verachten. Het is echter geen vanzelfsprekendheid dat het Nederlands moet worden erkend, willen wij ons cultureel niet ontheemd voelen. Ik kan die gedachte niet volgen, omdat zij strijdig is met een normale culturele appreciatie. Hier is het de juiste plaats om iets te zeggen over de Nederlandse presentatie op de Frankfurter Buchmesse. Die discussie is het toppunt van provincialisme. Waarom moeten wij, als wij aan de beurt zijn, daar uitsluitend onze Nederlandse schrijvers etaleren. Ik zie in zo'n zelfbeperking geen enkel cultureel belang. Dat de boeken in het Nederlands geschreven zijn is een volstrekt irrelevant aspect en hoort geen enkele rol te spelen in onze waardering. En dan moeten wij weer twaalf jaar wachten voordat wij opnieuw onze lokale opwachting mogen maken. Ik denk dat het veel meer in overeenstemming is met een kosmopolitisch cultureel ideaal om bij gelegenheid van zo'n aan Nederland toebedeelde expositie uitsluitend te presenteren wat wij naar Nederlandse smaak interessant en belangwekkend achten, geheel onafhankelijk van de taal waarin de boeken van onze voorkeur zijn geschreven. En dat zou ook voor al die andere landen moeten gelden, die bij toerbeurt de culturele manifestatie voor hun rekening mogen nemen. Dan zal het gebeuren dat Hermans door de Portugezen onder de aandacht gebracht wordt, naast Homerus en Couperus. Zo'n benadering ontneemt de ridicule beperkingen aan wat men cultureel van belang acht. Men moet als voorbeeld bij de Frankfurter Buchmesse de tentoonstelling Documenta in Kassel nemen. Rudi Fuchs werd ooit gevraagd naar zijn smaak en inzicht de verzameling in te richten. En daarbij ging het helemaal niet om Nederland, maar om de beeldhouwkunst van deze tijd. Het zou mijn voorkeur zijn als ook bij de Frankfurter Buchmesse die procedure gevolgd wordt. Men vraagt Rudy Kousbroek of Rudi van der Paardt, als Nederland aan de beurt zou zijn, om een zaaltje met de boeken van zijn voorkeur in te richten. We zien wel wat het wordt en wie er bij zitten. Het zou er in ieder geval toe bijdragen het schizofrene karakter van onze betrokkenheid te minimaliseren.