Desintegratie ex-Sovjet-Unie ondermijnt ook leger; "Er zijn geen soldaten meer over!'

MOSKOU, 17 JAN. “Eén ding moeten jullie goed begrijpen: het Rode Leger bestaat niet meer! Er zijn geen soldaten meer over! Het leger is niet meer in staat het vaderland, of wat daar van over is, te verdedigen.

Er zijn alleen nog officieren, die niet meer weten waarmee zij hun tijd moeten vullen. Als een soldaat vier jaar geleden deserteerde, werd dat aan de generale staf gerapporteerd en werd hij in het hele land opgespoord. Nu interesseert niemand zich nog voor hen. Vier jaar geleden al maakten de Russen nog maar tien à vijftien procent van de soldaten uit, de rest kwam uit Centraal-Azië of de Kaukasus. De Centraalaziaten zijn weggelopen en Russische soldaten zijn er ook nauwelijks meer over.''

Kolonel Leonid Pigan (44) weet waarover hij spreekt. Zijn hele beroepsleven diende hij in het Rode Leger, eerst in de Oekraïne, later in het Verre Oosten, in Oessoerijsk aan de Chinese grens. Vorig jaar maart besloot hij de dienst vaarwel te zeggen. Al zijn illusies over de hervormbaarheid van de strijdkrachten zag hij in rook opgaan. De mislukte staatgreep deed voor hem definitief de deur dicht. Op 21 augustus diende hij zijn ontslag in. Het werd hem onmiddellijk verleend.

“Op 19 augustus zat ik bij vrienden toen het bericht over de staatsgreep doorkwam. Wij wisten van niks. Ik rende naar huis. Mijn vrouw zei dat de algehele alarmtoestand was afgekondigd en dat ik naar mijn onderdeel moest. Ik luisterde naar de verklaring van het Comité voor de Noodtoestand en begreep onmiddellijk hoe de zaken ervoor stonden. Ik ben niet gegaan. De politieke legerleiding triomfeerde. Met rood aangelopen gezichten schreeuwden zij: "Eindelijk is het dan geschied! Nu komt alles weer op zijn pootjes terecht'. Op de 20ste augustus hebben we met een aantal korpsafgevaardigden een verklaring opgesteld: geen enkele steun voor de putschisten. Eerlijk gezegd dachten wij dat het een gemeenschappelijke politieke provocatie was van Jeltsin en Gorbatsjov en we besloten eerst maar eens af te wachten.”

De maatschappij, zegt Pigan, stond voor een keuze: over een drempel heen of terugkeren. “We riepen op tot een staking, maar bij ons in de provincie stond iedereen volstrekt onverschillig tegenover de gebeurtenissen. Toen het achter de rug was, heb ik mijn ontslag ingediend. Toen kwamen mijn kameraden mij vragen of ik niet wilde optreden op een vergadering om de putschisten aan de schandpaal te nagelen. Ik heb gezegd: aan die spelletjes doe ik niet mee. Ik trap geen mensen die op de grond liggen! Begrijpen jullie niet dat dit allemaal uit de koker van de partijafdelingen in het leger komt? Zij vormden de ruggegraat van de coup. Een paar dagen later werden ze ontbonden, maar nu steken ze de kop weer op.”

Het is Pigan niet licht gevallen het leger de rug toe te keren. Bij onze eerste ontmoeting, tijdens het 28ste partijcongres in 1990, vertelde hij nog dat de rillingen hem over de rug liepen wanneer hij een militaire mars hoorde. Van opwinding wel te verstaan, niet van angst. Toen ik hem een half jaar later in Oessoerijsk opzocht, was hij bezorgd. “Er waait een nieuwe wind uit Moskou”, zei hij bij die gelegenheid, “en die staat me niet aan.” Een maand later vielen de troepen Litouwen binnen. Pigan schaamde zich. De staatsgreep had hij niet verwacht, maar, zegt hij, “als jullie denken dat het leger de putsch niet steunde omdat het zo democratisch is, dan vergissen jullie je deerlijk. Tachtig procent van de officieren stond achter de leuzen van het Comité, maar iedereen was kwaad over de stompzinnige aanpak. Waarom moest er zo nodig met wapens gekletterd worden en waarom maakten zij gebruik van onervaren snotneuzen?. Die soldaatjes werden heel indirect voorbereid in de lokale divisiekranten, zo in de trant van: die bebrilde joden in Moskou bestieren alles, met hun louche zaakjes legaliseren zij hun zwarte kapitaal en dat moet wel verkeerd aflopen. Ik stel het nu enigszins grof voor, maar zo was het ongeveer. Na de coup heeft de militaire leiding zich in het struikgewas teruggetrokken maar vandaag, op de officiersvergadering, zullen zij weer van zich laten horen”.

Vandaag komen in het Congrespaleis in het Kremlin officieren uit het hele Gemenebest bijeen om luidkeels hun ongenoegen te uiten over het uiteenvallen van het leger, het provocerende gedrag van Jeltsin en Kravtsjoek en de gevaren die de wereld bedreigen nu de Sovjet-Unie niet meer bestaat. In de pers, en met name in de legerkrant Krasnaja Zvezda, wordt al dagenlang uitgepakt over het aanzwellende conflict tussen de twee belangrijkste staten van het Gemenebest die elkaar, voorlopig uitsluitend verbaal, te lijf gaan over leger en vloot, over nationale gardes en de militaire eed van trouw. De "soldatenvakband' Sjtsjit (Schild) hamert vooral op sociale zekerheid voor de geschoffeerde militairen, en de legerleiding eist instandhouding van een centraal legercommando voor de strategische troepen. Volgens Pigan zijn er van de vergadering geen radicale beslissingen te verwachten. Met het instellen van nationale gardes in de republieken van het Gemenebest zal de vergadering wel moeten instemmen, in feite bestaan die immers al. De generale staf is volgens hem maar op een ding uit: behoud van posities. Het politieke argument dat ze daarvoor gebruiken is het bijeenhouden van het imperium, maar de Oekraïne wil daar niets van weten.

“Tot een oorlog tussen de Oekraïne en Rusland komt het niet. Dat is absolute onzin. Kravtsjoek kan trouwens het leger niet zomaar tegen Rusland inzetten. Dat is technisch onmogelijk, want de commandostructuur is totaal gecentraliseerd en die van de vloot gaat zelfs uitsluitend via satellietverbindingen. Daar kan hij niet zomaar aankomen. Als hij wil vechten, heeft hij alleen de grondtroepen en die zijn zwaar onderbemand. Kravtsjoek is, in tegenstelling tot Jeltsin, een sluwe politicus. Hij zit vast aan de Oekraïense nationalisten en weet dat hij op de gebeurtenissen vooruit moet lopen en politieke leuzen moet bezigen. Maar met die eed van trouw heeft hij een blunder begaan. Hij zal langzaam bakzeil moeten halen. En wat de Zwarte-Zeevloot betreft, Kravtsjoek weet dondersgoed dat hij die vloot niet kan onderhouden. De vloot is voor hem gewoon een argument om de Krim te kunnen behouden.”

Het merendeel van de officieren heeft volgens Pigan hele andere dingen aan het hoofd dan de nationalistische leuzen van de politici doen vermoeden: hoe kom ik de dienst uit en hoe voed ik mijn gezin. “Wij zijn niet zo dom dat we niet begrijpen dat ze ons aan twee verschillende kanten van de barricade willen plaatsen. Daar voelt niemand voor.” Pigan ontkent dat het leger op grote schaal in wapens handelt. Toch zijn er in het hele land enorme hoeveelheden wapens in omloop. Volgens de kolonel worden die wapens grotendeels gestolen. “Wij hebben immense wapenopslagplaatsen. De meeste legeronderdelen hebben nog maar een miezerig aantal soldaten, dus alle wapens worden opgeslagen. Daarnaast bestaan er sinds kort zogenoemde militaire beurzen in de grote garnizoenen, voor de legale verkoop van militair materieel, geen tanks natuurlijk, maar bijvoorbeeld militaire vrachtwagens of jeeps.”

Wraakgevoelens leven er volgens Pigan niet in het leger. “Op wie moeten we wraak nemen? Op Gorbatsjov of Jeltsin of op de partij die niet meer bestaat? Maar het hele officierskorps was wel partijlid! Er is toch niemand om tegen te vechten en niemand die vechten wil. Je moet de betekenis van zo'n vergadering ook weer niet overschatten. Weet je nog van dat referendum over het voortbestaan van de Sovjet-Unie? De meerderheid sprak zich daarvoor uit, en desalniettemin is de USSR met grote voortvarendheid uiteengevallen.”