Consortium van Frans- Duitse bedrijven koopt Minol in O-Duitsland

BONN, 17 JAN. Het veelgekritiseerde Treuhand-instituut in Berlijn heeft een flinke slag geslagen met de "koppelverkoop' van Minol, de lucratieve grote Oostduitse exploitant van benzine-stations, en de vroegere DDR-olieraffinaderij in Leuna bij Bitterfeld, aan een Frans-Duits gelegenheidsconsortium.

Niet bekend

Het Treuhand-instituut in Berlijn, dat in dit jaar circa vijftig miljard mark van de regering in Bonn beschikbaar heeft voor de sanering en privatisering van de resterende 6.200 vroegere DDR-staatsbedrijven (ruim een jaar geleden was dat aantal nog circa 10.000), wees met zijn beslissing een concurrerend aanbod af van een internationaal consortium van de oliemaatschappijen BP (Brits), Total (Frans), Agip (Italiaans), Statoil (Noors) en ÖMV (Oostenrijks). De beslissing viel in aanwezigheid van kanselier Helmut Kohl, die het Treuhand-hoofdkwartier omdoopte tot Detlev-Rohwederhuis (naar de begin vorig jaar vermoorde eerste Treuhand-chef) en bij gelegenheid daarvan het Westduitse bedrijfsleven opriep om in de vroegere DDR meer te investeren.

Het winnende consortium neemt behalve de Minol-tankstations (6.000 werknemers, 7 miljard omzet in 1991) uit het vroegere grote Oostduitse Kombinat Energie in Bitterfeld alléén de olieraffinaderij (nu 1500 werknemers) over. Dat betekent dat veel werknemers van dat chemie- en energiecombinatie (ooit 27.000, nu nog circa 13.000, straks 8.000) nog zullen moeten afvloeien. De modernisering van de raffinaderij (doel: verdubbeling van de capaciteit tot tien miljoen ton per jaar) zal de komende jaren echter aan omstreeks 10.000 mensen werk geven.

Naast de bestaande oliepijplijn naar de vroegere Sovjet-Unie zal een pijplijn naar de florerende Noordzeehavenstad Hamburg worden aangelegd. Binnen het winnende consortium wil Elf straks Minol-benzine verkopen, SB-Kauf is van plan om in de tankstations levensmiddelen en andere produkten af te zetten. De handelsgroep van Thyssen wil zich richten op exploitatie van de gemoderniseerde raffinaderij.

Mevrouw Birgit Breuel (CDU), die vorig voorjaar de verrassende opvolgster van Treuhand-chef Rohwedder werd en van wie de Duitse televisie gisteravond een gefilmd portret vertoonde onder de veelzeggende titel Kühl bis ans Herz (naar een typering van de Oostduitse schrijver Stefan Heym), noemde het deze week voor een speciale commissie uit de Bondsdag “een illusie” dat de door haar instituut beheerde vroegere Oostduitse staatsbedrijven zomaar zouden kunnen worden overgelaten aan de vrije markt. In dat geval zou 90 procent vrijwel direct verdwijnen, waarschuwde zij.

Daarom blijft voorlopig in veel gevallen kostbare hulp uit Bonn onmisbaar, en moet het risico dat zulke hulp marktvervalsend werkt in veel gevallen tijdelijk worden aanvaard. Niettemin kan de Treuhand een verdere vernieting van banen in de vroegere DDR-bedrijven maar gedeeltelijk beperken, zei zij.

Op geruchten in Duitse media dat kanselier Kohl, wel partijgenoot maar zakelijk gesproken geen vriend, haar nog dit jaar zou willen vervangen, ging mevrouw Breuel voor de televisie niet in. Zij weersprak echter niet dat zij bij de Treuhand in een onvermijdelijke “slachtofferpositie” was aangetreden. Anders gezegd: dat de scherpe kritiek uit de oppositionele SPD en het Oostduitse werklozenlegioen op het haar opgedragen, en vooral door markteconomische overwegingen bepaalde, saneringsbeleid haar positie op den duur in politiek opzicht wellicht onmogelijk kan maken.