Andre Brink over het verzet in Zuid-Afrika; Een onverstandige terrorist

André Brink: An act of terror. Uitg. Secker & Warburg, 834 blz. Prijs ƒ 39,80.

De nieuwe roman van André Brink begint met eeuwenoude vragen: telt het als moord als je iemand uit de weg ruimt die zelf verantwoordelijk is voor moord op grote schaal? Geldt de traditionele moraal nog in een situatie waar die moraal opzij is geschoven? Elke revolutionaire beweging zal die vraag met nee beantwoorden. Voor Brink is dat antwoord lang niet vanzelfsprekend en in zijn werk is er maar een enkele blanke Afrikaner die voor het geweld kiest, en die is ook niet meer dan een randfiguur. Bernard Franken in Rumours of rain (1978), een personage gebaseerd op Bram Fisher, wordt alleen gezien van een afstand en niet van binnenuit. Uit dat boek blijkt duidelijk dat de verteller de keus voor het geweld verkeerd vindt en in een interview uit 1981 bevestigde Brink dit ook als zijn persoonlijke mening. Tot nu toe ging het hem in zijn romans om het gewetensconflict van een blanke (A dry white season, 1979), de verboden liefde tussen blank en zwart (An instant in the wind, 1980) en illegale hulp aan zwarten en legaal verzet via de rechtbank (States of emergency, 1988). In de nieuwe roman voert een blanke, niet-communistische Afrikaner een bomaanslag uit op de president en in het werk van Brink is dat een opvallend keerpunt.

De uitvoerder van de bomaanslag is Thomas Landman, een fotograaf die door zijn werk steeds meer afkeer krijgt van het regime. Hij is een zachtzinnig mens en het idee van gewapend verzet is hem volkomen vreemd. Moord is moord. Als zijn vriendin Nina, de dochter van een zeer gezagsgetrouwe rechter, hem ervan probeert te overtuigen dat de president alle verantwoordelijkheid draagt voor de ellende in het land en daarom moet verdwijnen, wuift hij haar redenering weg: de president is maar een klein miserabel radertje in de enorme machine. Een ander zegt hem dat het zinloos is steeds maar weer de andere wang toe te keren en betoogt dat de macht van het kwaad alleen met geweld gebroken kan worden. De omslag in het denken van Landman wordt niet beschreven, maar hij moet zich ten slotte hebben laten overtuigen want hij sluit zich aan bij een verzetsgroep en volgt een cursus voor stadsguerrilla's. Hij voert de aanslag uit maar over de kwestie van moord of geen moord blijft hij onzeker. Als zijn nieuwe vriendin hem later vraagt of hij zich als moordenaar beschouwt, antwoordt hij van niet, maar als ze blijft aandringen zegt hij: “Het enige dat ik probeer te geloven is dat het noodzakelijk was. Dat we geen andere keus hadden.” Een antwoord dat alle twijfel wegneemt, is er voor iemand als Landman niet.

Thriller

In de roman worden de normale problemen aangeduid maar niet uitgewerkt. De aanslag en de geestelijke en materiële voorbereidingen die eraan voorafgaan vormen niet het onderwerp van het boek maar het uitgangspunt. Onderwerp is de vlucht van Landman na de aanslag en de jacht die de politie op hem maakt. Met een verbazend inlevingsvermogen weet Brink de mentaliteit van zowel de jager als de prooi heel direct over te brengen en daarmee een spanning te scheppen die niet onderdoet voor die in de beste thriller. En eigenlijk is ook dat nog niet de kern van het boek. De meeste aandacht geeft Brink aan de reacties van familie en kennissen op wat Landman heeft gedaan.

Als de aanslag is mislukt en de vluchtroute geblokkeerd blijkt, duikt Landman eerst een paar dagen onder bij zijn broer Frans, een ongenuanceerd denkende aanhanger van het regime, die zonder te weten welke rol Thomas gespeeld heeft, zijn stereotiepe mening over de situatie geeft: de zwarten lopen duizenden jaren achter in beschaving. Voor het geval dat de zaak uit de hand loopt, heeft hij in zijn kelder een grote verzameling wapens aangelegd. Thomas gaat dan naar zijn zuster Maria, die niet liberaler is dan Frans maar zachter van aard. Ze klaagt dat haar bedienden geïntimideerd worden en dat ze het contact met hen verliest. Thomas bezoekt ook zijn moeder, die het nooit eens is geweest met zijn politieke houding maar hem tegenover de buitenwereld verdedigt omdat hij haar zoon is. Onderweg pikt hij een zwarte lifter op die niets van verzet wil weten en alleen maar met rust gelaten wil worden, en daarna komt hij terecht bij een barbecue van dronken blanken die vinden dat de daders van de aanslag langzaam doodgemarteld zouden moeten worden zoals dat vroeger gebeurde. Niemand van al die mensen weet of vermoedt dat Landman bij de aanslag was betrokken, maar als ze uit de krant of van de televisie begrijpen dat ze een terrorist hebben geherbergd, reageert de een met angst, een ander met woede en de meesten met een combinatie van die twee.

Koor

Op die manier horen we, net als in Brinks A chain of voices (1982), talloze stemmen van blanken en zwarten, ouden en jongen, actieven en passieven, die samensmelten tot een grandioos koor dat commentaar geeft op de toestand van het land. Daar tussendoor klinkt steeds de huiveringwekkende stem van brigadier Bester die met termen uit de jacht en de visvangst uitlegt hoe je een vluchteling achtervolgt en vangt.

Naïef

Hoe meeslepend het koor van stemmen ook is, het is onmogelijk om aan de gedachte te ontkomen dat het toch wel erg onverstandig is van Landman om tijdens zijn wanhopige vlucht zijn familie op te zoeken, lifters mee te nemen en zijn mond te roeren bij een barbecue. Voor iemand met een opleiding in gewapend verzet is zijn gedrag niet bepaald professioneel. De gelegenheid die Brink zich hiermee schept om zoveel mensen aan het woord te laten, doet door de naïeve houding van Landman tamelijk geforceerd aan. Zo worden er wel vaker hoge eisen gesteld aan de meegaandheid van de lezer. Brink heeft zonder twijfel het hart recht op de plaats, maar als hij daar getuigenis van geeft, is hij niet altijd vrij van sentimentaliteit en idealisering. Dat valt vooral op bij zijn karakterisering van de leden van de verzetsgroep. Ze zijn zo zuiver als pas gevallen sneeuw en zijn zonder uitzondering de redelijkheid zelve. Zo idyllisch kan het haast niet zijn. Een van de vrouwen is bovendien niet alleen de mooiste vrouw die Landman ooit heeft gezien - lang en lenig, gracieus als een gazelle, koninklijk, met het profiel van Nefertiti - maar ze is ook nog de meest onafhankelijke en meest geëmancipeerde vrouw die hij ooit heeft ontmoet. Al die superlatieven zitten elkaar in de weg en vervagen het beeld eerder dan dat ze het verduidelijken. Genuanceerde karakterbeschrijving is nooit Brinks sterkste punt geweest. Hij verdeelt de mensheid in zeer goed en zeer slecht en voor een roman die iets van de werkelijkheid wil uitbeelden is dat een te simplistische gedachtengang.

De roman besluit met een tweehonderd bladzijden lange geschiedenis van de familie Landman vanaf het begin van de zeventiende eeuw, te boek gesteld door Thomas Landman zelf. Allerlei gebeurtenissen uit het familieverleden waar de roman naar verwijst, worden hier uit de doeken gedaan. Er staan mooie, vaak sterke verhalen in over liefde en trouw en hebzucht en verraad, maar voor een goed begrip van de roman zijn die historische stukken zeker niet onmisbaar.

An act of terror is een wonderlijk ongelijk boek geworden. Brink heeft altijd een neiging tot wijdlopigheid, ook hier, zijn liefdesscènes zijn meestal banaal en de karakterisering is weinig subtiel, maar daar staat tegenover dat hij zowel bijzonder evocatief als spannend kan schrijven en dat hij een griezelig overtuigend beeld heeft gegeven van de jager en zijn prooi.