Ziekenhuisinfecties

Het artikel "Ziek van het ziekenhuis' (W&O, 2 jan.) snijdt een onderwerp aan dat ruime aandacht verdient. Terecht wordt in het artikel de kloof genoemd tussen theorie en praktijk. Alle werkers in de gezondheidszorg hebben van Semmelweisz en van ziekenhuisinfecties gehoord.

Het eerste dat ik vijfentwintig jaar geleden als leerling-verpleegster leerde, was: handen wassen! Na iedere handeling aan de patiënt en na hantering van wat met de patiënt in aanraking is geweest. Vroeger hoorde daar nog bij het dragen van de voorgeschreven kleding en het weglaten van ringen en armsieraden (bronnen van infectie).

Tegenwoordig zie ik in verschillende ziekenhuizen (ook in het Academisch Ziekenhuis Rotterdam waar professor Bruining werkt) regelmatig artsen langs de patiënten gaan waarbij zij even onder de dekens kijken of een wond inspecteren en "gewoon' zonder handen wassen de visite verder lopen, volgende patiënt...

Ik constateer een tendens dat, waar technisch ingewikkelde handelingen de aandacht vragen, de basisregels vergeten worden. Onder druk van acute opnamen wordt er soms geen tijd genomen voor het desinfecteren van apparatuur, bedden en ruimten.

Wat betreft het snel reageren bij optredende infecties, dat professor Bruining voorstaat: ""Als je merkt dat de patiënt koorts krijgt: slangen en buizen er uit. Daarop kun je de verpleegkundigen van de intensive care trainen. Je hoeft de patiënt er niet eens voor wakker te maken.'' Waar blijft de openheid van handelen, de mondige patiënt en de onaantastbaarheid van zijn lichaam? Ik zou zo'n behandeling, zelfs van een hoogleraar, geenszins op prijs stellen.