Westduitse groei trager, effect eenheid ebt weg

BONN, 16 JAN. Het groeitempo van de Westduitse economie is in 1991 vertraagd tot reëel 3,2 procent. Dat kwam vooral door de verslechtering van de internationale conjunctuur in de tweede helft van vorig jaar en de gaandeweg teruggelopen consumptieve vraag uit de vroegere DDR.

In 1990, het jaar van de Duitse eenwording, was het groeipercentage nog reël 4,5. De bedrijfsinvesteringen in West-Duitsland groeiden vorig jaar reëel met 10,1 procent (1990: 12,9). Dit heeft het Duitse bureau voor de statistiek gisteren gemeld. Reëel wil zeggen dat de cijfers zijn gecorrigeerd voor inflatie.

In recente prognoses wordt de groei van de totale Duitse economie over 1992 geschat op 2 tot 2,5 procent. In Oost-Duitsland zou het economische dieptepunt en de maximale werkloosheid vallen tegen maart/april. Daarna wordt gerekend op het begin van economische vooruitgang en een totale jaargroei in Oost-Duitsland van omstreeks 10 procent.

Ondanks de vertraging in het groeitempo van het Westduitse bruto nationaal produkt ligt het groeicijfer over 1991 nog boven het gemiddelde van de afgelopen tien jaar van 2,4 procent. Wel waarschuwde de directeur van het bureau voor de statistiek, Egon Hölder, dat de gunstige gemiddelde cijfers over 1991 voor een belangrijk deel te danken zijn aan “de overloop” uit 1990, toen de Duitse eenwording voor nieuwe grote economische impulsen zorgde. De kracht van die impulsen, de Oostduitse consumptieve inhaalvraag bijvoorbeeld, nam in de loop van vorig jaar merkbaar af. Het op 1 juli 1991 van kracht geworden extra belastingprogramma (tabak, alcohol, benzine, huisbrand- en dieselolie, verzekeringen) werkte ook remmend op de economische groei.

Net als in 1990 ontstonden vorig jaar in West-Duitsland 800.000 nieuwe banen. Inclusief Oostduitse pendelaars liep het totaal op tot 29,2 miljoen. De werkloosheid daalde in West-Duitsland vorig jaar tot 5,5 procent. In Oost-Duitsland steeg het officiële cijfer (ongerekend grote aantallen korter werkenden - vaak 0 uur - en werkverschaffingsprojecten van de overheid) tot een jaargemiddelde van 913.000 (11,1 procent).

Het totale bnp van Oost- en West-Duitsland beliep in 1991 ruim 2.807 miljard mark. De vroegere DDR (16 miljoen inwoners, bijna een kwart van de totale Duitse bevolking) droeg daaraan maar voor 193,1 miljard (6,7 procent) bij. Dat was minder dan haar particuliere consumptie (196 miljard) en de waarde dan de overheidshulp, goederen en diensten die van West- naar Oost-Duitsland gingen (207 miljard, in omgekeerde richting 38 miljard). Het bnp per hoofd van de bevolking was vorig jaar in West-Duitsland 41.000, in Oost-Duitsland 12.000 mark. Het Oostduitse gemiddelde maandinkomen was met 1660 mark bijna de helft van het Westduitse.