Vuistdikke schilderijen overtrokken met een panty

Tentoonstelling: Peiling '91. Tien Jonge Nederlandse Kunstenaars. T/m 2 feb. in het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. Di. t/m zo. 11-17u.

Het parket staat stevig in de was. Op leren zolen kom je daarom maar met moeite vooruit. Even opgepoetst als de vloeren van de twaalf gerenoveerde zalen op de begane grond van het Haags Gemeentemuseum is de kunst van de daar georganiseerde tentoonstelling "Peiling 91'. Wat een droevig stemmende titel, alsof de tien exposanten - allen jonger dan 33 jaar - toevallig eventjes uit de massa omhoog getrokken zijn. Wie niet beter weet, denkt dat het hier een opstelling betreft van werk uit het depot van aankopen van de afgelopen tien jaar. Alles ziet er even keurig en degelijk uit. Nergens sta je paf bij deze kunst uit de betere middenklasse van het postmodernisme.

Misschien komt dat wel omdat "de keuze van de werken in relatie staat tot de architectuur', zoals Hans Janssen, conservator en samensteller van de tentoonstelling in de catalogus schrijft. “De kunstwerken afzonderlijk hebben de gelegenheid gehad zich te nestelen in hun presentatie. Op die manier komt niet een zienswijze, een interpretatie of een theoretische constructie voorop te staan, maar het ademende werk zelf.”

"Peiling 91' is een initiatief van Shell Nederland B.V. In overleg met het museum zal Shell ongeveer tien tentoongestelde werken aankopen en deze in langdurige bruikleen overdragen aan het museum. Een mooie opsteker voor het "armlastige' museum dat in opspraak is geraakt vanwege Fuchs' plannen om kunst uit eigen bezit te verkopen.

Shell wil nu jaarlijks een expositie sponsoren, telkens in een ander museum. De sponsor, die ook de tentoonstelling en de prachtige catalogus financierde, spreekt over "toptalent'; de conservator over “zelfbewuste en scherpe kunst, gemaakt vanuit een grote ernst, systematisch in benadering van de werkelijkheid en materieel heel precies gearticuleerd”.

Van de tien deelnemers hebben drie de afgelopen jaren de Koninklijke subsidie voor de schilderkunst ontvangen. Alle drie wedijveren ze om de schoonheidsprijs. De in Surabaya geboren Tiong Ang met een serie vuistdikke schilderijen; op een uit een egale gedempte pastelkleur bestaande ondergrond heeft hij in grijstonen voorstellingen geschilderd. In een van zijn schilderijen gaat het om het beeld uit de film Un chien andalou, waarin een oog met een mes doorsneden wordt; in een ander om een klaslokaal.

Ang heeft zijn schilderijen overtrokken met een soort panty, waardoor ze een erotische, diffuse uitstraling hebben gekregen. Het kousje verzacht de scherpe kantjes van zijn onderwerpen en maakt ze licht verteerbaar.

Ook Benoît Hermans maakt elegante kunst. Zijn werk doet sterk aan dat van Daan van Golden denken. Luchtige onderwerpen in een aantrekkelijke gekleurde collagevorm. Een grazend ezeltje op rood gras, daar waar zijn schaduw valt is het groen. Ook de bijna letterlijk als behang samengestelde collages van Zwitserse berglandschappen gemaakt door Britta Huttenlocher zijn charmant en decoratief.

Allemaal mooie "ademende' kunstwerken, maar je raakt er snel over uitgepraat en op uitgekeken. Voorlopig hebben zich nog geen serieuze opvolgers van Peter Klashorst en Rob Scholte aangediend die voor wat leven in de brouwerij zorgen.