Soap

De burgemeester van het dorp waarin ik woon heeft zijn budgetaanvraag voor het komende jaar ingediend.

Burgemeester is een groot woord. Het dorp waarin ik woon telt negentig zielen en behoort tot een keten gehuchten die samen weer onder een grote gemeente vallen.

Elk gehucht heeft zo'n burgemeester. Een dorpsvoorzitter die voor een periode van vier jaar wordt gekozen en in ruil daarvoor af en toe bij de grote gemeente aan de bel behoort te trekken voor de noden onder zijn kiezersploegje.

Omdat de kans op een financiële tegemoetkoming gering is - met de concurrentie van zoveel gehuchten - zal hij als vanzelf een schrijnende nood van stal halen. Niet meer dan één tegelijk.

Er is in het dorp waar ik woon veel nodig.

Er loopt een gevaarlijke weg door. De automobilisten remmen er nauwelijks af en de vrachtwagens, zwaar beladen met boomstammen, scheren er vlak langs de huizen. Het mag een wonder heten dat er niet geregeld een kleuter sneuvelt. De burgemeester zou kunnen vragen om een wegomlegging, om een stoplicht, om een stoep.

Bij het geringste zuchtje wind valt de stroom hier uit. Tien, twaalf keer een paar minuten of enkele uren achtereen. De burgemeester zou kunnen vragen om een versterking van het lokale transformatorhuisje.

De gemeenschapskeet - elk gehucht heeft zo'n casa do povo - is onaf, de kinderen spelen er toneel onder een afdak van karton en tijdens de regenperiode doet men er aan stijldansen in een waterplas.

Genoeg schrijnende noden voor een verzoek om financiële bijstand dat geen hogere overheid onberoerd zou laten.

Het enige, evenwel, waarvoor de burgemeester van het dorp waarin ik woon ook dit jaar weer een aanvraag heeft ingediend is voor de vergroting van het kerkhof.

Er zijn in dit gehucht van negentig zielen al twee kerkhoven.

Het ene dateert uit de vorige eeuw en het andere kwam er in de jaren zestig bij. Ruimte genoeg voor nog twee eeuwen.

Ik las de noodkreet van het dorpshoofd in de gemeentelijke koerier, een dag of wat geleden, en moest denken aan een van de Braziliaanse soap opera's die ik hier op de televisie heb gezien.

Er is altijd wel zo'n eindeloze serie aan de gang, met veel geschreeuw en weinig wol, maar deze was werkelijk nogal komisch.

Het ging om een flamboyant zigeunertype dat tot burgemeester gekozen wilde worden. Wat moest hij het kiezersvolk beloven? Het enige waarover men klaagde was het ontbreken van een eigen kerkhof. Dus beloofde hij de gemeentenaren een kerkhof. Ze hoefden hém maar te kiezen en het zou voorgoed afgelopen zijn, het gesjouw met dierbare overledenen naar de begraafplaats van de concurrerende gemeente, twintig kilometer verderop.

Zijn belofte werd laaiend ontvangen.

Maar gedurende de maandenlange verkiezingsstrijd wilde er niet eentje in zijn gemeente sterven. Het volk dreigde de noodzaak van een eigen kerkhof steeds minder dringend te gevoelen. Het enthousiasme voor zijn verkiezings-lokaas ebde weg.

Men begrijpt dat alle verwikkelingen in deze soap opera voortvloeiden uit de tweestrijd van de burgemeester-in-spe. Hij moest, hoe dan ook, op zijn minst één dooie produceren om het smartelijk gemis van een kerkhof levend te houden. En hij moest, om zijn kans op het burgemeesterschap niet te verkijken, naar buiten toe de onschuld zelve blijven.

Een gouden gegeven.

Hieraan dacht ik toen ik las dat de burgemeester van het dorp waarin ik woon het kerkhof wilde vergroten. Ik stelde me zijn verlangen naar een herverkiezing voor. Ik zag al mysterieuze verkeersongelukken voor me op de stoeploze weg door het gehucht tijdens een stroomuitval in het donker.

Het is prozaïscher, helaas. Vanmorgen hoorde ik dat het stuk grond naast het kerkhof al jarenlang vergeefs te koop wordt aangeboden. Niemand wil er een huis bouwen, vanwege het weinig opwekkende uitzicht. Niemand wil het als moestuin hebben, vanwege het vocht en de schaduw van de kerkhofmuur. En het schijnt geen geheim te zijn dat de eigenaar van het perceel de burgemeester is van het dorp waarin ik woon.