Ruzie coalitiepartners over plan-Simons bedreigt kabinet

DEN HAAG, 16 JAN. Staatssecretaris Simons (PvdA) is teleurgesteld over de geringe steun van premier Lubbers (CDA) bij het afleggen van “een goed doordachte gemeenschappelijke weg” van het plan Simons. “Wil deze coalitie slagen dan zal hij aanzienlijk meer leiderschap over de partijpolitieke grenzen heen moeten tonen”, zegt hij. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens spreekt zijn twijfels uit over de integriteit van de Eerste-Kamerfractie van het CDA, waarvan een “heleboel” leden commissariaten in de verzekeringswereld hebben.

Tegelijkertijd bindt de PvdA op felle wijze de strijd aan tegen de opsluiting van uitgeprocedeerde asielzoekers, wat het CDA wil. Beleven we het januari-offensief van een heropgestane PvdA tegen de coalitie? Als de politici terugkomen van de kerstvakantie gaan ze er fris tegen aan en willen ze de kritiek van de vrienden en familie op hun slappe opstelling van het afgelopen jaar weerleggen, was gisteravond de vergoeilijkende reactie van kandidaat PvdA-voorzitter F. Rottenberg. Veel van de kritiek lijkt inderdaad voort te komen uit irritatie uit het verleden.

Na de goedkeuring van de algemene lijnen van het Plan-Simons vóór de zomer van vorig jaar, ontwikkelde zich tot verbijstering van veel PvdA'ers na augustus een campagne tegen het plan, waarin vooral de werkgeversorganisatie VNO, de Eerste-Kamerfractie van het CDA en de particuliere ziektekostenverzekeraars hun vrees uitspraken over de wijze waarop het plan in de praktijk zou uitwerken.

In een interview met Vrij Nederland van deze week spreekt Simons bitter over die campagne: “De verzekeraars gaven mij niet de indruk mijn plannen onzinnig te vinden. (...) Binnenskamers kreeg ik vaak steun.” Vooral de handelwijze van VNO-voorzitter A. Rinnooy Kan is Simons tegengevallen. In oktober was Simons met hem in debat gegaan om de groeiende kritiek op zijn plan te weerleggen. Dat debat werd gezien als een grote overwinning van de tegenstanders van het plan-Simons. Simons: “Rinnooy Kan heeft dat debat op een studentikoze, gemakkelijke wijze gevoerd. (...) Uit het vooroverleg had ik ook de indruk dat hij op een inhoudelijk debat uit was. (...) Kennelijk moet een VNO-voorzitter zich aan dwingende mores onderwerpen. Helaas heeft er daardoor geen debat op niveau kunnen plaatsvinden.”

De irritatie van de PvdA over deze campagne richt zich nu op de coalitiepartner. Als men het interview met Wöltgens hoort waarin hij de grote invloed van de particuliere verzekeringslobby hekelt, zou men echter bijna vergeten dat de CDA-senaatsfractie eind vorig jaar wel degelijk akkoord is gegaan met de invoering van de huidige fase van het plan-Simons. De irritaitie dat nu de particuliere ziektekostenverzekeraars niet handelen zoals de PvdA had gehoopt en vooralsnog weigeren hun premies te verlagen is niet de schuld van het CDA. Daarom kon Eerste-Kamerfractievoorzitter A. Kaland (CDA) reageren met de opmerking dat de PvdA kennelijk in zijn maag zit met de consequenties van het plan-Simons.

Er is meer aan de hand dan de irritatie over verzekeraars die de PvdA uit verdrongen agressie botviert op de coalitiepartner. In de komende maanden moet Simons nog zien dat hij de wetsvoorstellen die de volgende, veel ingrijpende onderdelen van de stelselwijziging door de Eerste en Tweede Kamer krijgt. In dat licht zijn de gerriteerde uitspraken van de PvdA-prominenten ernstige waarschuwing aan het CDA in de Tweede en vooral de Eerste Kamer. Simons in VN: “Als we bij het plan-Simons steeds weerstanden moet overwinnen van de kant van het CDA, dan kan het niet anders dan dat er op een breder front strubbelingen komen. We krijgen nog een hele discussie in het parlement over de invulling van de WAO-maatregelen. Als de ene partij lastig doet over de hervormingen in de gezondheidszorg, dan doet de andere dat weer bij de WAO.”

Het CDA reageert vooralsnog zeer terughoudend, want zo liet CDA-fractievoorzitter Brinkman weten: “iemand moet toch het het hoofd koel houden als de gemoederen zo hoog oplopen.” Of Simons in de voortgezette strijd over de invoering van zijn planbinnen het kabinet nog op de steun kan rekenen van coalitieleider Lubbers lijkt na zijn aanval op diens leiderschap twijfelachtig. De geschiedenis leert dat Lubbers dit soort persoonlijke aanvallen hoog opneemt. De openlijke strijd kan zich nu gemakkelijk verplaatsen naar de boezem van het kabinet.

Voor zijn proefschrift (Een generatie op drift. De geschiedenis van een Marokkaanse randgroep', 1990) zocht hij dezelfde 34 jongens weer op om te kijken wat er van hen geworden was. Eenderde bleek op zijn pootjes terechtgekomen, maar tweederde bleef een marginaal bestaan leiden, werkloos, levend van een uitkering, ronddolend in de zichtbare of onzichtbare criminaliteit.