Resultaten NRC Handelsblad onderwijsenquête

Deze pagina geeft de belangrijkste uitslagen weer van de onderwijsenquête die NRC Handelsblad op 14 november vorig jaar publiceerde. De uitkomsten zijn gerangschikt naar thema's als basisvorming, schaalvergroting en werkomstandigheden in het onderwijs. Voor zover relevant zijn de antwoorden onderverdeeld naar politieke voorkeur, leeftijd of rol (leerling, ouder, leraar/ouder of leraar).

De deelnemers

De 6.877 deelnemers zijn over het algemeen zeer betrokken bij het onderwijs: zij verdienen er hun brood mee (42%) of hebben dat ermee verdiend (15%). Daarnaast is 22% van de deelnemers lid van het bestuur of de medezeggenschapsraad van een school.

Een overgrote meerderheid is hoog opgeleid (89%) en heeft, voorzover ouder, de kinderen vooral op VWO (67%) en HAVO (28%) zitten. De leraren onder de deelnemers hebben in meerderheid een eerstegraads bevoegdheid (58%) en geven, voorzover werkzaam in het voortgezet onderwijs, vooral les op HAVO (31%), VWO (19%) en MAVO (25%).

De meeste ouders sturen hun kinderen naar een openbare school (32% in het basisonderwijs, 36% in het voortgezet onderwijs). Daarna volgen de katholieke school (21%, resp. 23%) en de protestants-christelijke (19%, resp. 20%). 15% van de ouders heeft kinderen op een basisschool met een specifieke onderwijsfilosofie (Montessori, Jenaplan enz.). In het voortgezet onderwijs is dat 7%.

53% van de deelnemers is man, 47% vrouw. De leeftijdsklasse van 35-49 jaar is het best vertegenwoordigd (57%). Daarna volgt die van 50-64 jaar (21%). Bij de politieke voorkeuren scoort D66 veruit het hoogst (36%). De VVD volgt met 19%. CDA en PvdA scoren elk 13%, Groen Links 10% en SGP/GPV/RPF slechts 1%.

De enquête werd maar door 85 leerlingen ingevuld.

OVERHEIDSBELEID

Het zeer negatieve oordeel over het onderwijsbeleid vormt een van de opvallendste uitkomsten van de enquete. Gezien de grote unanimiteit is er nauwelijks variatie naar politieke voorkeur.

Het onderwijsbeleid van de overheid wordt gekenmerkt door telkens nieuwe ideeën te lanceren en deze vervolgens te laten vallen.

Mee eens: 83%. Mee oneens: 8%

Het grillige overheidsbeleid is de belangrijkste oorzaak van de extra werkdruk in het onderwijs. (Alleen door leraren beantwoord.)

Mee eens: 80%. Mee oneens: 10%.

GROTE SCHOLEN

De vergroting van scholen die de overheid in het basis- en voortgezet onderwijs wil doorvoeren, krijgt slechts de steun van een minderheid. Opvallend hierbij is de verdeling naar politieke verhoudingen. Terwijl in de Tweede Kamer het CDA veel minder enthousiast meedoet aan de schaalvergroting dan de VVD, liggen in de enquête de verhoudingen bij het basisonderwijs juist andersom. Bij het voortgezet onderwijs zijn de voorkeuren naar politieke partij ongeveer hetzelfde.

Het belangrijkste gevolg van vergroting van de school is dat het een leerfabriek wordt:

47% mee eens (SGP/GPV/RPF 69%; VVD 52%; D66 48%; Groen Links 47%; CDA 43%; PvdA 34%).

Het belangrijkste gevolg van vergroting van de school is dat de leerling meer mogelijkheden geboden worden:

Mee eens: 31%.

Waarnaar gaat uw voorkeur uit?

Basisschool met 100 leerlingen: 73% (SGP/GPV/RPF 87%; VVD 78%; Groen Links 77%; D66 74%; CDA 68%; PvdA 63%)

Basisschool met 400 leerlingen: 27%

School voor voortgezet onderwijs met 600 leerlingen: 90%

School voor voortgezet onderwijs met 2000 leerlingen: 10%

BASISVORMING

Hoewel een belangrijk deel van de deelnemers vindt dat het Nederlandse onderwijssysteem nog steeds selecteert naar sociale herkomst, krijgt de oplossing die de overheid hiervoor biedt - de basisvorming - weinig steun. Met name het uitstel van de keuze voor een bepaald schooltype en de vorming van brede scholengemeenschappen in de basisvorming worden afgewezen. Ook het schrappen van verplicht onderwijs in drie moderne vreemde talen tijdens de basisvorming krijgt geen steun.

De invoering van de nieuwe vakken van de basisvorming (techniek, verzorging, informatiekunde) wordt redelijk positief begroet. Vrouwen waarderen het vak techniek positiever dan mannen het vak verzorging.

Ons onderwijssysteem biedt evenveel kansen aan kinderen uit de lagere sociale milieus als aan kinderen uit hogere sociale klassen.

Mee eens: 49%. Mee oneens: 42%.

Invoering van het vak "verzorging' in het algemeen vormend onderwijs (MAVO/HAVO/VWO) is een verbetering.

Mee eens: 34%. Mee oneens: 40%. Weet niet: 12%.

Invoering van het vak "techniek' op MAVO, HAVO en VWO is een verbetering.

Mee eens: 46%. Mee oneens: 29%. Weet niet: 9%.

In het voortgezet onderwijs zouden drie moderne vreemde talen verplicht gesteld moeten worden.

Mee eens: 60%. Mee oneens: 32%.

De schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs zou van 12-jarige naar 15-jarige leeftijd verschoven moeten worden.

Mee eens: 30%. Mee oneens: 61%.

Kinderen met dezelfde aanleg en capaciteiten moeten vanaf de eerste klas van het voortgezet onderwijs zoveel mogelijk bij elkaar in één groep gezet worden.

Mee eens: 60%.

Kinderen moeten de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs niet op basis van hun aanleg en capaciteiten in één klas geplaatst worden.

Mee eens: 28%.

Een scholengemeenschap moet zoveel mogelijk verschillende schooltypen bevatten.

Mee eens: 25%.

Of moet een scholengemeenschap juist beperkt blijven tot enkele verwante schooltypen?

Mee eens: 62%.

VOORTGEZET ONDERWIJS

Opvallendste uitkomst bij de antwoorden over het huidige voortgezet onderwijs is dat er een grote voorkeur bestaat voor vrijheid bij de keuze van vakkenpaketten. Dat betekent weinig steun voor het voorstel van staatssecretaris Wallage om de aansluiting tussen het voortgezet en hoger onderwijs te verbeteren door die keuzevrijheid juist te beperken (doorstroomprofielen).

In het voortgezet onderwijs leren kinderen te veel feiten zonder dat ze inzicht in de stof krijgen.

Mee eens: 38%. Mee oneens: 42%. Neutraal: 14%.

In het voortgezet onderwijs wordt voldoende aandacht besteed aan het ontwikkelen van analytisch inzicht.

Mee eens: 32%. Mee oneens: 36%. Neutraal: 18%. Weet niet: 14%.

De lesroosters in het voortgezet onderwijs nodigen uit om af en toe te spijbelen.

Mee eens: 46%. Mee oneens: 29%. Neutraal: 13%. Weet niet: 12%.

Omdat er in het voortgezet onderwijs veel lessen uitvallen door examens, ziekte en vergaderingen leren kinderen te weinig.

Mee eens: 35% (leerlingen 14%; ouders ouder dan 40 jaar 45%; ouders jonger dan 40 jaar 34%; leraren 20%). Mee oneens: 44%. Neutraal: 13%.

In het voortgezet onderwijs moet het aantal combinaties van vakken dat je kunt kiezen zo groot mogelijk zijn.

Mee eens: 56% (leerlingen 75%; ouders 56%; leraren jonger dan 40 jaar 60%; leraren ouder dan 40 jaar 51%). Mee oneens: 36%.

In het voortgezet onderwijs zou het aantal vakken waarin je examen moet doen uitgebreid moeten worden.

Mee eens: 62%. Mee oneens: 23% (leerlingen 40%; leraren jonger dan 40 jaar 27%; leraren ouder dan 40 jaar 19%; ouders 22%).

Het aantal combinaties van vakken die je in het voortgezet onderwijs kunt kiezen, zou teruggebracht moeten worden naar circa vier.

Mee eens: 26%. Mee oneens: 61% (leerlingen 83%; ouders jonger dan 40 jaar 61%; ouders ouder dan 40 jaar 56%; leraren jonger dan 40 jaar 67%; leraren ouder dan 40 jaar 56%).

In het voortgezet onderwijs moet de school buiten schooltijd hulp bieden bij het maken van huiswerk.

Mee eens: 64%. Mee oneens: 23% (ouders jonger dan 40 jaar 14% oneens; ouders ouder dan 40 jaar 19%; leraren jonger dan 40 jaar 22%; leraren ouder dan 40 jaar 31%). Neutraal: 11%.

In het huidige onderwijs wordt te veel nadruk gelegd op de voorbereiding op arbeid.

Mee eens: 53%. Mee oneens: 16%. Neutraal: 11%.

Een belangrijke oorzaak van spijbelen is dat hetgeen op school geboden wordt te ver van de dagelijkse werkelijkheid af staat.

Mee eens: 25% (leerlingen 32%). Mee oneens: 56%.

De mogelijkheden van de computer als hulpmiddel in het onderwijs worden onvoldoende benut.

Mee eens: 55% (leraren jonger dan 40 jaar 66%; leraren ouder dan 40 jaar 54%). Mee oneens: 15%.

Het is wenselijk dat leerlingen in het voortgezet onderwijs zich op school niet alleen bezig houden met de lessen maar ook actief participeren in andere activiteiten.

Mee eens: 83%. Mee oneens: 8%.

In het voortgezet onderwijs zijn leraren onvoldoende betrokken bij de schoolresultaten van leerlingen, wanneer ze van jaar tot jaar andere leerlingen hebben.

Mee eens: 44%. Mee oneens: 37% (leerlingen 44%; leraren 42%; ouders 30%).

Het onderwijs in de exacte vakken is meer afgestemd op jongens dan op meisjes

Mee eens 21% (leerlingen 16%).

Of is het onderwijs in de exacte vakken net zo goed op jongens afgestemd als op meisjes.

Mee eens: 58% (leerlingen 76%).

Het onderwijs moet primair opleiden tot mondige, zelfstandige mensen.

Mee eens 81%,

Of moet het onderwijs primair opleiden tot gemakkelijk inzetbare arbeidskrachten.

Mee eens 4%.

Ik heb een voorkeur voor een school waar naast het gewone onderwijs extra aandacht besteed wordt aan cognitieve vakken (taal, exacte vakken enz.).

Mee eens: 43%.

Ik heb juist een voorkeur voor een school waarin extra aandacht wordt besteed aan expressieve vakken (tekenen, handvaardigheid, muziek).

Mee eens: 57%.

VERZUILING

Het beleid om de gemeente minder invloed te geven op de openbare school krijgt grote steun, ook van de deelnemers met een politieke voorkeur voor het CDA. Deze partij spant zich in de Tweede Kamer juist in om de invloed van de gemeente op het openbaar onderwijs te handhaven.

Ook het streven van minister Ritzen en staatssecretaris Wallage om de kosten van de verzuiling terug te brengen krijgt steun. Wel blijft er een grote meerderheid voor instandhouding van een stelsel waarin de levensbeschouwelijke variëteit wordt gewaarborgd. Dat betekent echter in de ogen van een meerderheid nog niet dat scholen leerlingen op grond van geloof mogen weigeren.

De invloed van de gemeente op het onderwijs komt het onderwijs niet ten goede.

Mee eens: 42%. Mee oneens: 18% (PvdA 32%; Groen Links 18%; CDA 17%; D66 16%; VVD 16%). Neutraal: 24%. Weet niet: 16%.

In het openbaar onderwijs zou niet de gemeente maar een bestuur bestaande uit ouders en externe deskundigen het bevoegd gezag moeten vormen.

Mee eens: 61% (PvdA 54%; Groen Links 59%; D66 62%; VVD 64%; CDA 67%;) Mee oneens: 18%.

Het in stand houden van onderwijs op levensbeschouwelijke grondslag (protestants-christelijk, katholiek, islamitisch enz.) kost de maatschappij te veel geld.

Mee eens: 49%. Mee oneens: 36%.

Het is terecht dat scholen op op levensbeschouwelijke grondslag leerlingen mogen weigeren in verband met het geloof.

Mee eens: 32%. Mee oneens: 58%.

Er moet ruimte geboden worden aan scholen op levensbeschouwelijke grondslag.

Mee eens: 54%.

Er moet geen ruimte geboden worden aan scholen op levensbeschouwelijke grondslag.

Mee eens: 32%.

Ik heb een voorkeur voor een:

Openbare of neutrale basisschool: 67%,

Een basisschool op levensbeschouwelijke grondslag: 33%,

Openbare of neutrale school voor voortgezet onderwijs: 67%,

Een school voor voortgezet onderwijs op levensbeschouwelijke grondslag: 33%.

DE BASISSCHOOL

Het gaat niet goed met de basisschool, vindt een meerderheid. De groepen zijn te groot, de lees- en schrijfvaardigheid kan veel beter. Desalniettemin wil een meerderheid extra aandacht voor de expressieve vakken, niet voor cognitieve vakken zoals lezen en schrijven. De opleiding voor kleuters aan de pedagogische academie geeft reden tot zorg.

Het streven van de bewindslieden van onderwijs om, ondanks de vrijheid van onderwijs, elke school te verplichten mee te doen aan de CITO-test en een openbaar jaarverslag te publiceren, krijgt duidelijke steun, het meest onder VVD- en CDA-stemmers.

In het basisonderwijs zitten te veel kinderen in een groep waardoor kinderen onvoldoende aandacht krijgen.

Mee eens: 67%. Mee oneens: 17%.

Op de basisschool gaat het er in de eerste plaats om:

Dat kinderen zo veel mogelijk kennis opdoen: 36%.

Dat kinderen graag naar school gaan: 28%.

Allebei even belangrijk: 34%.

Ik heb voorkeur voor een basisschool waar naast het gewone onderwijs:

Extra aandacht besteed wordt aan cognitieve vakken (Nederlandse taal, Engels, rekenen): 37%.

Extra aandacht besteed wordt aan expressieve vakken (tekenen, handvaardigheid, muziek): 63%.

Op de basisscholen leren kinderen onvoldoende correct Nederlands schrijven.

Mee eens: 61%. Mee oneens: 21%.

Op de basisschool wordt te weinig aan rekenen gedaan.

Mee eens: 34%. Mee oneens: 36%. Neutraal 19%.

De basisschool zou de gehele dag (8-17 uur) de zorg voor de leerlingen moeten dragen.

Mee eens: 18%. Mee oneens: 74% (ouders 72%; leraren jonger dan 40 jaar 73%; leraren ouder dan 40 jaar 82%)

Aan het eind van de basisschool zou verplicht een landelijke toets moeten worden afgenomen.

Mee eens: 51% (CDA 58%; PvdA 57%; VVD 60%; D66 51%; Groen Links 35%; SGP/GPV/RPF 49%).

Mee oneens: 33%. Neutraal: 12%.

Basisscholen zouden verplicht moeten worden een openbaar jaarverslag te maken waarin schoolresultaten staan vermeld, zoals doorstroming naar het voortgezet onderwijs, aantal zittenblijvers en uitslagen CITO-toets.

Mee eens: 60% (CDA 60%; PvdA 60%; VVD 70%; D66 60%; Groen Links 50%; SGP/GPV/RPF 48%).

Mee oneens: 25%. Neutraal: 11%.

Multiple choice (meerkeuze) vragen zijn een goed middel om de kennis van de leerling te toetsen.

Mee eens: 27%. Mee oneens: 56%. Neutraal: 15%.

Op de basisschool moeten kinderen zoveel mogelijk les krijgen van één leerkracht.

Mee eens: 23%.

Voor speciale vakken (gymnastiek, handvaardigheid, muziek) is het beter dat de leerlingen les krijgen van een vakleerkracht.

Mee eens: 65%.

Op de basisschool wordt in de kleuterklassen (groep 1 en 2) te veel nadruk gelegd op het voorbereiden op lezen en rekenen.

Mee eens: 29%. Mee oneens: 38%. Neutraal: 14%. Weet niet: 18%.

De aanpak van kleuters moet wezenlijk anders zijn dan de aanpak van het lagere schoolkind (vanaf circa 6 jaar).

Mee eens: 84%. Mee oneens: 8%.

De huidige Pabo biedt voldoende scholing voor goed kleuteronderwijs.

Mee eens: 11%. Mee oneens: 40%. Neutraal: 11%. Weet niet: 39%.

OUDERPARTICIPATIE

De onderwijzers/leraren moeten in de medezeggenschapsraad meer stemrecht hebben dan de ouders/leerlingen.

Mee eens: 48% (leerlingen 23%; ouders 35%; leraren 64%). Mee oneens: 37%. Neutraal: 13%

Ouderparticipatie moet inhouden dat ouders zowel meehelpen als meebeslissen op school.

Mee eens: 53% (ouders 63%; leraren 43%).

Of moet ouderparticipatie zich beperken tot meehelpen op school.

Mee eens: 31% (ouders 23%; leraren jonger dan 40 jaar 33%; leraren ouder dan 40 jaar 45%).

Ouderparticipatie betekent in de praktijk uitsluitend het gebruik van gratis arbeidskrachten voor eenvoudige werkzaamheden.

Mee eens: 34%. Mee oneens: 39%. Neutraal 11%.

ALLOCHTONEN

Openhartig bekennen hier ouders hun kind liever niet naar een zogeheten "zwarte' school te sturen. Opvallend is ook het redelijk hoge percentage deelnemers dat onderwijs in de eigen taal voor allochtone kinderen buiten het schoolrooster wil houden.

Het is zinvol dat allochtonen ook onderwijs in eigen taal en cultuur (OETC) krijgen.

Mee eens: 56%. Oneens (28%). Gelijk: 14%

Als aan allochtonen onderwijs in eigen taal en cultuur wordt gegeven, moet dit in schooltijd gebeuren.

Mee eens: 24%. Mee oneens: 63%.

Ik heb voorkeur voor:

Een basisschool met 50% allochtonen: 8%,

Een basisschool met 20% allochtonen: 92%,

Een school voor voortgezet onderwijs met 50% allochtonen: 9%,

Een school voor voortgezet onderwijs met 20% allochtonen: 91%.

LAGER BEROEPSONDERWIJS

In deze categorie scoren de percentages onder "weet niet' enkele keren hoog, volgens deskundigen een teken dat de enquête betrekkelijk gewetensvol is ingevuld. De overgrote meerderheid van de deelnemers kent deze schoolsoort immers niet van nabij. Voor zover men wel een oordeel heeft, spreekt daaruit een duidelijke voorkeur voor een beroepsgerichter lbo.

Het lager beroepsonderwijs is te weinig afgestemd op de eisen van de arbeidsmarkt.

Mee eens: 40%. Mee oneens: 14%. Weet niet: 31%. Neutraal: 14%.

In het lager beroepsonderwijs wordt te veel aan algemene vorming en te weinig aan beroepsgerichte vakken gedaan.

Mee eens: 36%. Mee oneens: 19%. Weet niet: 31%. Neutraal: 13%.

Invoering van een tweede moderne vreemde taal in het lager beroepsonderwijs is een verbetering.

Mee eens: 35%. Mee oneens: 40%. Neutraal 13%. Weet niet: 12%.

Lager beroepsonderwijs is onderwijs voor wie echt niet anders kan.

Mee eens: 11%.

Of juist: Lager beroepsonderwijs is prima onderwijs voor praktisch ingestelde kinderen.

Mee eens: 77%.

DE OPVOEDENDE TAKEN

Een flink deel van de leraren is bereid opvoedende taken uit te voeren zoals het tegengaan van vandalisme, alcoholgebruik en het pesten en jennen door leerlingen. Minister Ritzen heeft vorig jaar meer aandacht gevraagd voor dergelijke opvoedende taken van de school.

Onderwijzers en leraren besteden voldoende aandacht aan het tegengaan van "pesten' en "jennen' op school.

Mee eens: 33% (ouders 30%; leraren 43%). Mee oneens: 36% (ouders 38%; leraren 31%). Neutraal: 18%. Weet niet: 12%.

De school heeft een taak in het terugdringen van alcoholgebruik door leerlingen.

Mee eens: 67% (ouders 74%; leraren 62%; ouders/leraren 60%) Mee oneens: 18%. Neutraal: 12%.

Scholen besteden te weinig aandacht aan het terugdringen van vandalisme.

Mee eens: 40% (ouders 44%; leraren 34%) Mee oneens: 27%. Neutraal: 19%. Weet niet: 13%.

De ideeën die de kinderen op school worden bijgebracht botsen met mijn ideeën. (Een vraag voor ouders.)

Mee eens: 11%. Mee oneens: 68%. Neutraal: 17%.

Als ouder vind ik het soms moeilijk dat er op school heel andere regels gelden dan thuis. (Ook een vraag voor ouders.)

Mee eens: 12%. Mee oneens: 69%.

Als onderwijzer/leraar vind ik het soms moeilijk dat er bij kinderen thuis heel andere regels gelden dan op school. (Een vraag voor onderwijzers/leraren.)

Mee eens: 47%. Mee oneens: 35%. Neutraal: 16%.

Als onderwijzer/leraar voel ik een kloof tussen de ideeën die ik zelf aanhang en de ideeën waarmee de kinderen thuis opgevoed worden.

Mee eens: 34%. Mee oneens: 33%. Neutraal: 20%.

SCHOOLGELD

Opvallend veel deelnemers zijn bereid behoorlijk in de beurs te tasten voor goed onderwijs. Het intrekken van het plan van minister Ritzen om de lesgelden te verhogen, lijkt voor een belangrijk deel van de deelnemers aan de enquête dan ook iets te vroeg gekomen.

Het is gerechtvaardigd om aan ouders die voor beter onderwijs kiezen, een extra eigen bijdrage te vragen

Mee eens: 41% (CDA 48%; PvdA 32%; VVD 52%; D66 40%; Groen Links 26%; SGP/GPV/RPF 42%) Mee oneens: 48%.

Verhoging van schoolgeld dringt het zittenblijven terug.

Mee eens: 12%. Mee oneens: 74%.

Ik heb een voorkeur voor:

Geen eigen bijdrage van ouders voor de basisschool: 68%,

Een eigen bijdrage van ouders voor de basisschool van ƒ 600 per kind: 32%,

Geen eigen bijdrage van ouders voor het voortgezet onderwijs: 55%,

Een eigen bijdrage van ouders voor het voortgezet onderwijs van ƒ 600 per kind: 45%.

SNIPPERDAGEN

De lengte van de vakanties moet worden gehandhaafd. Maar het voorstel van het kabinet om te experimenteren met snipperdagen in het onderwijs wordt, net als door de Tweede Kamer, door een meerderheid van de deelnemers afgewezen.

Op de basisschool zou elke leerling per jaar 3 "snipperdagen' op moeten kunnen nemen.

Mee eens: 34%. Mee oneens: 58%.

In het voortgezet onderwijs zou elke leerling per jaar 3 "snipperdagen' op moeten kunnen nemen.

Mee eens: 40%. Mee oneens: 52% (leerlingen 44%; ouders 41%; leraren jonger dan 40 jaar 55%; leraren ouder dan 40 jaar 69%).

Het totaal aantal vrije dagen van leerlingen (vakanties) zou teruggebracht moeten worden.

Mee eens: 19%. Mee oneens: 66%. Neutraal: 13%

SELECTIE

Het beleid om gewoon en speciaal onderwijs meer te integreren ("Weer Samen naar School') krijgt duidelijk steun in de enquête. Het onderwijs voor geestelijk gehandicapte kinderen moet volgens een meerderheid echter apart blijven.

Als een kind op de basisschool niet goed kan meekomen is het goed dat het blijft zitten en extra stof krijgt aangeboden.

Mee eens: 41%.

Of daarentegen: Als een kind op de basisschool niet goed kan meekomen moet het niet blijven zitten maar moet het op school extra ondersteuning krijgen.

Mee eens: 43%.

Kinderen die niet goed mee kunnen komen:

Moeten naar een school voor speciaal onderwijs (LOM, MLK, ZMLK): 36%.

Moeten op een gewone school extra ondersteuning krijgen: 46%.

Lichamelijk gehandicapte kinderen moeten:

Naar een school voor speciaal onderwijs: 12%,

Op een gewone school extra ondersteuning krijgen: 75%.

Geestelijk gehandicapte kinderen moeten:

Naar een school voor speciaal onderwijs: 71%,

Op een gewone school extra ondersteuning krijgen: 16%.

Als mijn kind in groep 8 van de basisschool een advies zou krijgen voor LBO of MAVO, zou ik voor mijn kind altijd MAVO kiezen. (Een vraag voor ouders.)

Mee eens: 34%. Mee oneens: 44% (SGP/GPV/RPF 59%; Groen Links 52%; PvdA 49%; CDA 44%; D66 43%; VVD 39%). Neutraal: 12%.

Ik heb voorkeur voor een basisschool waar:

60% van de leerlingen naar HAVO/VWO gaat en 40% naar MAVO/LBO: 93%

30% van de leerlingen naar HAVO/VWO gaat en 70% naar MAVO/LBO: 7%.

Wanneer een kind wat moeite heeft met leren is het niet erg dat hij zijn opleiding afbreekt en gaat werken.

Mee eens: 19%. Mee oneens: 74%.

WERKOMSTANDIGHEDEN

(Vragen voor onderwijzers/leraren)

Hoewel er nog steeds belangrijke klachten van leraren zijn over de werkdruk, vindt een meerderheid het werk in het onderwijs uitdagend. Wel wenst een meerderheid een andere beloningstructuur, die meer is gebaseerd op nascholing en prestaties.

De werkdruk is de afgelopen 2 jaar toegenomen.

Mee eens: 80%. Mee oneens: 9%.

Ik vind mijn werk uitdagend

Mee eens: 71%. Mee oneens: 17%. Neutraal: 12%.

Ik vind het een probleem dat ik als leraar/onderwijzer weinig carrièreperspectief heb.

Mee eens: 61%. Mee oneens: 25%.

Als ik een baan buiten het onderwijs zou kunnen krijgen, zou ik die onmiddellijk aannemen.

Mee eens: 37%. Mee oneens: 44%. Neutraal: 15%.

In plaats van de jaarlijkse automatische salarisverhoging (periodiek) zou salarisverhoging gebaseerd moeten worden op het volgen van nascholing.

Mee eens: 44%. Mee oneens: 42%. Neutraal: 12%.

Gezien de lange vakanties is het reëel dat onderwijzers en leraren nascholing in eigen tijd volgen.

Mee eens: 26%. Mee oneens: 65%.

De huidige salarisstructuur moet vervangen worden door een systeem waarin prestaties worden beloond.

Mee eens: 50% (leraren jonger dan 40 jaar 57%; leraren ouder dan 40 jaar 48%). Mee oneens: 36%. Neutraal: 12%.

De groei van het speciaal onderwijs maakt het vak van onderwijzer in het "gewone' onderwijs minder interessant.

Mee eens: 8%. Mee oneens: 53%. Neutraal: 15%. Weet niet: 24%.

De extra werkdruk in het onderwijs is voornamelijk een gevolg van het feit dat er veel kinderen zijn met problemen thuis.

Mee eens: 59%. Mee oneens: 25%.

OVERIG

Kinderen leren op school te weinig zich in goed Nederlands uit te drukken.

Mee eens: 57%. Mee oneens: 28%. Neutraal: 12%.

Scholen worden slecht schoon gehouden.

Mee eens: 52% (leerlingen 38%; ouders 52%; leraren 61%) Mee oneens: 17%.