Producent wil met lievelingsproject ook naar buitenland; "Cyrano' als Nederlandse musical bij Van den Ende

AALSMEER, 16 JAN. Theater- en tv-producent Joop van den Ende heeft het initiatief genomen tot een Nederlandse musical-bewerking van het toneeldrama Cyrano de Bergerac, die dit najaar in de Stadsschouwburg in Amsterdam in première gaat en daarna een tournee door het land maakt. Hij hoopt de produktie daarna ook op de internationale markt uit te brengen.

Van den Ende heeft “een persoonlijke, emotionele relatie” met het negentiende-eeuwse epos van Edmond Rostand. Als beginnend producent was hij in 1975 verantwoordelijk voor een enscenering onder regie van Ko van Dijk, met Guus Hermus in de hoofdrol, destijds in deze krant beschreven als “een voorstelling die aan alle kanten schitterde door een even zorgvuldig als geïnspireerd vakmanschap”. Het stuk was hem gesuggereerd door Jeroen Krabbé, met wie hij eerder twee blijspelen had uitgebracht. Krabbé speelde de rol van Christian, de jongeman die het hart van Roxane wint door de teksten die Cyrano voor hem heeft geschreven. “Ik heb toen, vooral door Ko van Dijk en Guus Hermus, een hogeschoolcursus in Cyrano gekregen,” zegt de producent. “Ko raakte de kern door te zeggen: het probleem zit bij die man niet in de lengte van zijn neus, het zit tussen zijn oren.”

Zijn idee voor een op Cyrano gebaseerde musical dateert al van enkele jaren geleden. Toen hij het ter tafel bracht bij de directie van Carré, bleek daar sinds kort een script te liggen voor zo'n bewerking. Het was de heren ongevraagd toegestuurd door Ad en Koen van Dijk, twee tot dusver onbekende musicalmakers. Van den Ende had kritiek op de tekst (“die was te eenvoudig, terwijl het oorspronkelijke stuk nu juist gáát over het literaire gebruik van de taal”), maar zag kwaliteiten in de scène-opbouw en de muziek. Hij stelde een aanmoedigingsbudget beschikbaar en vroeg Eddy Habbema om samen met de auteurs de (geheel gezongen) dialogen te verbeteren.

“Het is in de eerste plaats een prachtig liefdesverhaal. De grootste kracht van Rostand vind ik, dat hij de mensen erop wijst hoe vaak ze de kans op liefde voorbij laten gaan omdat ze geen vertrouwen in zichzelf hebben. Ik heb lang getwijfeld of je niet eigenlijk gewoon de bestaande tekst op muziek zou moeten zetten. Iedere zin uit het stuk is voor de Cyrano-kenners nu eenmaal een feest van herkenning. Maar tenslotte heb ik me door anderen ervan laten overtuigen, dat die oorspronkelijke tekst voor een musical veel te lang zou zijn en dat je in Nederland bovendien niet veel mensen zult vinden die het stuk compleet uit hun hoofd kennen.”

Eddy Habbema regisseert de voorstelling. Bill van Dijk, nu nog actief in de Van den Ende-produktie Les Misérables, speelt de titelrol, naast Ryan van den Akker als Roxane en Danny de Munk als Christian. Het decor wordt gemaakt door Paul Gallis. Om de produktie financieel mogelijk te maken, heeft Van den Ende een apart investeringsbudget van zijn succesvolle bedrijf aangesproken voor het financieren van de muziek, de kostuums en het licht- en geluidsontwerp. Hij hoopt die, als pakket, in het buitenland te verkopen. “Als ik zie hoe vaak de tv-tak van mijn bedrijf nu al programmaformules verkoopt aan Duitsland, Engeland en Amerika, zie ik niet in waarom dat niet óók met een theaterproduktie zou kunnen.”

Cyrano is zijn eerste musical van Nederlandse makelij. Tot dusver bracht hij uitsluitend vertalingen van bewezen buitenlandse successen; in dat genre staan ook uit Engeland afkomstige hits als Phantom of the Opera, Miss Saigon en Starlight Express nog op zijn programma. Maar de internationale spoeling is dun geworden; bij zijn laatste bezoek aan Broadway zag Van den Ende geen enkele musical die hem begeesterde: “Ze waren daar ooit toonaangevend, maar dat zijn ze allang niet meer.”

Intussen werkt Seth Gaaikema in zijn opdracht aan een musical-bewerking van De drie musketiers, terwijl Robert Long doende is een musical voor Simone Kleinsma op papier te zetten. “Door de samenwerking met buitenlandse producenten en buitenlandse creative teams hebben we het vak hier nu langzamerhand onder de knie gekregen,” aldus de producent. “We hoeven geen minderwaardigheidscomplex meer te hebben. Het moet nu mogelijk zijn tot eigen produkties te komen, die ook geschikt zijn om in het buitenland uit te brengen.” Zijn eigen rol daarin, zegt hij, is die van een dramaturg: “Ik vind niet dat je iets kunt produceren als je daarbij niet heel sterk inhoudelijk betrokken bent. Anders zou je alleen maar bezig zijn als handel - en alles wat ik tot dusver puur voor de handel heb gedaan, is een mislukking geworden.”