Portugal wacht een "historische' EG-agenda; Lissabon wil het EPS-secretariaat zeer fors uitbreiden; Voorzitter zelf is het beste voorbeeld voor landen Oost-Europa

STRAATSBURG, 16 JAN. “Een historische samenloop van gebeurtenissen.” Zo noemde de Portugese minister van buitenlandse zaken Joao Pinheiro vanochtend in het Europese parlement de loodzware agenda die Portugal als nieuwe EG-voorzitter van Nederland heeft overgenomen.

De moeilijkste opgave voor Portugal wordt ongetwijfeld het “garanderen van een consistent optreden van de Gemeenschap op het internationale toneel”, aldus Pinheiro vanochtend. Portugal is een van de kleinste, armste leden van de Gemeenschap, waarbij het pas in 1986 aansluiting kreeg. Om dan leiding te geven aan de politieke en monetaire eenwording van Europa en een gezamenlijke buitenlandse politiek te ontwikkelen, is geen geringe opgave. Pinheiro stelde vanmorgen dan ook voor het aantal Europese ambtenaren dat zich bezighoudt met politieke samenwerking van zeven uit te breiden naar 150. Hij legde in zijn toespraak verder flink wat nadruk op de rol van de Verenigde Naties. “Alleen de Veiligheidsraad kan en moet ervoor zorgen dat haar resoluties universeel worden gehoorzaamd. Alleen op die manier kan de internationale orde stabiel blijven.” Het sturen van VN-troepen naar Joegoslavië is volgens de nieuwe voorzitter van de raad van ministers “fundamenteel” voor het oplossen van de crisis.

Voor het eerste examen EG-voorzitterschap lijkt Portugal overigens al geslaagd. Slovenië en Kroatië zijn gisteren door de EG in betrekkelijke eensgezindheid erkend. Pinheiro wist Kroatië tijdig extra toezeggingen over de bescherming van minderheden af te dwingen, waarna met goed fatsoen de erkenning kon plaats vinden. De Bondsrepubliek was al in december onder het Nederlandse voorzitterschap een eigen weg gegaan door Kroatië en Slovenië toen al te erkennen.

Pinheiro zei begin deze maand al dat het "beheersen van de instabiliteit in Oost-Europa' de uitdaging is voor het voorzitterschap. Het vervolg op de internationale conferentie voor hulp aan de voormalige Sovjet-Unie die over anderhalve week in Washington plaats heeft, is door de Portugezen dan ook gauw naar Brussel gehaald.

Vanochtend voegde hij nog wat brandhaarden aan zijn reisagenda toe. In het vredesproces in het Midden-Oosten heeft de EG een “belangrijke rol” te spelen. De gemeenschap dient ook te zorgen voor “veiligheid langs de zuidelijke flank” door de Middellandse zee-landen te “helpen in hun pogingen om politieke, sociale en economische stabiliteit te bereiken”. De Portugezen vinden ook dat de EG een actievere rol moet spelen in Zuid-Afrika.

Portugal heeft zich ook voorgenomen het komend half jaar “politieke richtlijnen” vast te stellen voor de toetreding van nieuwe leden. Pinheiro zei vanochtend echte onderhandelingen pas begin volgend jaar te verwachten “met die kandidaten die het best zijn voorbereid”. Dat betreft dan vermoedelijk Oostenrijk en Zweden die economisch gemakkelijk kunnen aansluiten bij de eisen voor een economische unie. Finland zal zich deze lente melden. Cyprus, Malta, Turkije maar ook Tsjechoslowakije, Hongarije en Polen streven naar het lidmaatschap. Een definitieve beslissing kan wat Pinheiro betreft het beste worden genomen in 1996 wanneeer het verdrag van Maastricht volgens afspraak wordt herzien. “Als we straks uitkomen op een Gemeenschap van 18 landen dan knnen de huidige EG-instellingen dat toch niet aan.” Pinheiro zei eerder deze maand in Brussel dat de EG “geen gesloten club” mag zijn, maar “open moet staan voor democratische landen die lid wensen te worden”.

Hoewel Portugal arm en klein is, heeft het toch de nodige geloofwaardigheid voor deze taak. Portugal is immers zelf een schoolvoorbeeld van de transformatie waarvoor het EG-lidmaatschap kan zorgen. Pas in 1974 verjaagden de Portugezen hun laatste dictator Caetano - in de onzekere overgangsperiode die volgde zorgde het EG-lidmaatschap definitief voor stabiliteit. Sinds 1986 zijn democratie en groeiende welvaart er vanzelfsprekend. Ongeveer 6 procent van alle investeringen komt er nu rechtstreeks uit Brussel.

In zekere zin gaat de Gemeenschap straks Oost-Europa tegemoet onder leiding van haar beste en meest enthousiaste leerling. Die krijgt dan te maken met wat Pinheiro vanochtend een “unieke serie van samenvallende onderhandelingen” noemde. Portugal moet onder meer het verdrag met de zeven landen van de Europese Vrijhandels Associatie weer vlot trekken. Het plan om in 1993 een handelsblok met het grootste aantal consumenten ter wereld te vormen (380 miljoen) strandde in december op fundamentele bezwaren van het Europese Hof in Luxemburg. Dan ligt er het net opgelaaide gevecht met de Verenigde Staten over vrijmaking van de wereldhandel. Na vijf jaar lijken de GATT-onderhandelingen in een beslissend stadium, nu top-onderhandelaar Dunkel een "slotakte' heeft voorgesteld. De EG wijst verdere vermindering van de landbouwsubsidies echter keihard af, terwijl president Bush de Gemeenschap van het "neerlaten van een IJzeren Gordijn van protectionisme' beschuldigd. In deze atmosfeer heeft Portugal tot de voorverkiezingen van New Hampshire van 18 februari om een resultaat te behalen. Lukt dat niet, dan duren de GATT-onderhandelingen zó nog een jaar, zo wordt in Brussel algemeen aangenomen.

In het verlengde van de GATT-onderhandelingen liggen de drastische voorstellen van landbouwcommissaris MacSharry om de almaar groeiende voedselvoorraden te verminderen door van produktsubsidies over te schakelen op inkomenssteun voor boeren. Eind deze maand zal de Portugese landbouwminister Arlindo Cunha de collega's in Brussel voor het eerst met concept-besluiten confronteren. Eind maart wil hij al op onderdelen overeenstemming hebben bereikt. Daarnaast zal commissie voorzitter Delors half februari voorstellen doen tot hervorming van het hele budget van de Gemeenschap. Het gaat om een nieuw pakket afspraken waarmee de uitgaven van de EG tussen 1993 en 1997 binnen de perken moet worden gehouden. Ook wordt er dan besloten over een nieuwe verdeling van fondsen tussen de rijkere en de armere lidstaten. Delors zelf hoopt dat een buitengewone Europese Raad van regeringsleiders daarvoor in april besluiten kan nemen. Maar dat, zo liet premier Cavaco Silva in Lissabon doorschemeren, staat nog maar te bezien. Eerst maar eens kijken hoe de gesprekken in Brussel tussen de ministers verlopen. De Portugese voorzichtigheid ligt voor de hand - bij het verdrag van Maastricht in december werd een nieuw "cohesie-fonds' afgesproken, bestemd om zuidelijke landen aan meer geld te helpen.

Verder heeft Portugal de verantwoordelijkheid voor het voltooien van het interne markt-programma: per 1 januari 1993 moet iedere EG-burger of -ondernemer overal binnen de EG kunnen kunnen reizen, handelen of zich vestigen. Van de 282 maatregelen die daarvoor in 1985 werden voorgesteld, staan er nog ongeveer vijftig open. Daarbij is een aantal zeer lastige: het openbreken van nationale monopolies voor telecommunicatie, energie en overheidsopdrachten. Ook de transportsector is nog onderhevig aan nationale beperkingen. Inmiddels hebben alle lidstaten recessie onder de leden en dus het protectionisme onder handbereik: Portugal zal het moeilijk hebben, en Engeland straks nog moeilijker.

Als klap op de vuurpijl rest de uitwerking van het Verdrag van Maastricht. In Brusel is langzamerhand het besef doorgedrongen dat tijdsdruk en EG-doodsnood voor een wel zeer slordig verdrag hebben gezord. Portugal heeft de regeringsleiders voor een plechtige ondertekening op 7 februari weer in Maastricht besteld. Voor die tijd moeten de tegenstrijdigheden eruit. Maar het zogenoemde "toiletteren' van de tekst zou nog wel eens wat onaangename verrassingen kunnen opleveren. In het ergste geval moet Cavaco Silva de onderhandelingen op een aantal onderdelen heropenen. Nog geen week na Maastricht heeft premier Lubbers dat ook al geprobeerd toen hij de uiteindelijke tekst nog eens doornam. Toen vond hij er geen steun voor. Misschien kan Portugal er straks niet meer omheen.