"Overheid moet de hulp aan Sri Lanka hervatten'

AMSTERDAM, 16 JAN. In haar woning in Amsterdam-West, omringd door koperen beelden, kandelaren en foto's uit Sri Lanka, valt M. Hendrickx uit: “Sri Lanka heeft brood nodig en wat brengt Nederland ... stenen!” Eind vorig jaar besloot de Nederlandse regering de ontwikkelingshulp aan Sri Lanka te beperken wegens schending van de mensenrechten. Hendrickx, woordvoerder van de stichting Lanka Sarana, ijvert er voor dat de hulp wordt hervat, want “het is de bevolking die de dupe wordt van deze maatregel”.

Lanka Sarana (het Sinhalese begrip voor hulp en barmhartigheid), begon in 1981 als een klein initiatief maar is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie die jaarlijk zo'n honderd koffers met kleding, medische apparatuur en andere hulpgoederen naar Sri Lanka stuurt. Met de giften van particulieren en bedrijven - volgens de stichting circa 1,5 ton per jaar - steunt Lanka Sarana projecten als kindertehuizen, scholen en een werkplaats voor vrouwen.

Niet bekend

Directe aanleiding om de hulp aan Sri Lanka te verminderen is de nog onopgeloste moord op dorpelingen begin vorig jaar in het noord-oosten van Sri Lanka, en het uitblijven van de berechting van de schuldigen van de moord op een nieuwslezer. “Gebleken is dat het opschorten van hulp positieve invloed kan hebben op het mensenrechtenbeleid van een regering”, aldus de woordvoerder van Ontwikkelingssamenwerking die een vergelijking trekt met het stopzetten van hulp aan Soedan en Suriname.

“Ik snap niet waarom ontwikkelingssamenwerking de hulp nu intrekt”, zegt Hendrickx. “Ik was op Sri Lanka in 1983, 1987 en 1989, toen was de schending van de mensenrechten op zijn hoogst, maar de Nederlandse hulp ging door. Net nu ze opkrabbelen laten wij hen vallen.”

Een maand geleden kondigde de regering van Sri Lanka aan op advies van Amnesty International kantoren te openen voor een commissie die verdwijningen onderzoekt. In het verleden noemde de Srilankaanse regering Amnesty nog “een internationale organisatie van terroristen”. De mensenrechtenorganisatie signaleert voorzichtig een positieve ontwikkeling op het gebied van de mensenrechten in Sri Lanka. “Maar de toezegging dat verdwijningen zullen worden onderzocht is vooralsnog een lippendienst. Er zijn nog steeds vele duizenden mensen spoorloos”, aldus een woordvoerder van Amnesty.

Hendrickx ontkent niet dat de situatie op Sri Lanka verre van paradijselijk is. “Ik heb de lijken in de straten geteld. Maar ik veroordeel niet. Ik kom daar om de gewone mensen te helpen en het zijn juist die mensen die door de maatregelen van Pronk worden getroffen. Als de Nederlandse regering de Srilankese regering niet vertrouwt wegens de schending van de mensenrechten en als ze vrezen dat de ontwikkelingshulp niet op de goede plek terecht komt, dan moet ze andere kanalen zoeken, zoals hulporganisaties op het eiland zelf.”

Pronk weigerde vorige week samen met Hendrickx deel te nemen aan een radio-debat. Volgens de minister van Ontwikkelingssamenwerking valt er niets meer te discussiëren, want de Kamer heeft zijn voorstel al aanvaard. Hij is van mening dat verminderen van steun de arme groepen in de Srilankaanse samenleving niet nadelig beïnvloedt omdat de hulp via particuliere en internationale organisaties kan worden voortgezet.

Lanka Sarana gaat onverminderd voort met haar hulpactie. Medewerkers naaien kleren, er worden lezingen gegeven en regelmatig vertrekken medewerkers naar Sri Lanka. Hendrickx, die aan de wieg stond van de stichting, is jaarlijks zes maanden op het eiland. In oktober haalde ze er een hartpatiëntje op. De veertienjarige jongen, die zijn leven lang lusteloos in een hoekje van de kamer had gezeten, werd hier geopereerd. Inmiddels is hij weer bij zijn familie in een bergdorpje in Sri Lanka, waar hij voor het eerst naar school kan gaan.