NCB:

DEN HAAG, 16 JAN. Het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) wijst de plannen van het kabinet af om gezinshereniging en gezinsvorming in te perken door het stellen van eisen aan het inkomen van de betrokkenen.

Dat blijkt uit een reactie van het NCB op de gisteren bekend geworden voornemens van het kabinet.

Volgens het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) betekenen de plannen een onacceptabel onderscheid tussen Nederlanders en niet-Nederlanders omdat in de praktijk veel meer buitenlanders dan Nederlanders werkloos zijn en meestal buiten hun schuld. Zij hebben dus alleen een inkomen op bijstandsniveau, terwijl Nederlanders meestal wel een baan en dus inkomen hebben voor wie de inkomenseis daarom nauwelijks gevolgen heeft.

Ook het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) heeft ernstige kritiek op de plannen onder meer omdat deze in strijd zouden zijn met het Europees Mensenrechtenverdrag. Artikel 8 van dat verdrag garandeert het recht op een gezinsleven. Het juristencomité wijst er ook op dat van iemand die al langere tijd in Nederland woont maar geen zelfstandig inkomen verwerft, niet in alle gevallen mag worden verwacht dat hij of zij een gezinsleven in het buitenland gaat genieten. Het Comité wijst naar het recent rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), waaruit blijkt dat de meeste niet-Nederlandse verzoekers van gezinshereniging al tien jaar of langer in Nederland wonen. Slechts 10 procent woont korter dan een jaar in ons land. Bovendien vindt het NCJM dat ten onrechte het beeld is ontstaan dat grote aantallen gezinsleden overkomen, zonder dat de verzoekers voldoende middelen van bestaan hebben om hen te onderhouden. Justitie noemt volgens de NCJM in dit verband het aantal van 40.000 mensen. Dat getal zou niet correct zijn.

Volgens een begeleidende brief van staatssecretaris Kosto (justitie) bij het gisteren naar de Tweede Kamer gestuurde rapport van de Inderdepartementale Stuurgroep Immigratie wijst het kabinet, “in een aanvankelijke reactie”, het idee af om huwelijken tussen migranten van de tweede generatie (“secundaire migranten”) met een partner uit het land van herkomst in te perken door eisen te stellen aan de bestaansmiddelen van de betrokken huwelijkskandidaten.

Volgens het rapport van de stuurgroep immigratie zou deze maatregel op dit moment “forse kwantitatieve effecten” hebben op de immigratie van Turken en Marokkanen. Tot 1995 zouden door een nieuw huwelijksverbod de instroom van mensen uit die landen met 15.000 tot 22.000 verminderen. Op dit moment wonen er bijna 700.000 vreemdelingen in Nederland. Zelf komt de stuurgroep tot de vaststelling dat “de maatregel in delen van de Nederlandse samenleving op grote bezwaren zal stuiten op basis van de gedachte dat het een de facto discriminerende maatregel betreft”.