MUMMIES CONSERVEREN; Van pleonasme tot bittere noodzaak

Binnen de ommuring van de Hathor-tempel te Deir el Medina duikt de onvermijdelijke "gids' op.

Hij mompelt samenzweerderig: ""Moemie, moemie'', verdwijnt in een holte onder de restanten van een muurtje en kwakt even later een vuilgrijs pakket op de rand van de kuil. Het is de torso van een mummie. Benen en onderarmen ontbreken, evenals de bedekking van borst- en buikholte. Dit zou een vooraanstaande dame zijn geweest uit de 18e Dynastie (1550-1307 voor Christus). Na de fotoronde krijgt hij zijn bakshish en bergt de ""enige vrouw die me geld gééft'' weer weg.

Wie in Egypte mummies van dichtbij wil zien moet het vooral van dit soort voorvallen hebben. Sinds 1980 kan men er in het Egyptisch Museum te Kaïro niet meer voor terecht. Wijlen president Anwar Sadat heeft het tentoonstellen van de koninklijke mummies verboden, omdat het van te weinig respect voor de overledenen zou getuigen. De beroemde zaal 52 van het museum ging op slot.

In werkelijkheid stak er een ander motief achter het besluit: de conditie van de mummies ging in snel tempo achteruit en aan het eind van de jaren zeventig werd dat maar al te duidelijk zichtbaar.

Microklimaat

Al in 1972 kreeg dr. Nasri Iskander opdracht te onderzoeken hoe de mummies van de ondergang gered kunnen worden. Iskander studeerde natuur- en scheikunde aan de Universiteit van Alexandrië, bezocht via een fellowship van de Unesco de leergangen van het Internationaal Centrum voor Conservering van Historische en Artistieke Voorwerpen in Italië en rondde zijn opleiding af aan de Universiteit van Kaïro, binnen het Egyptisch Museum.

Iskander: ""Toen ik aan dit werk begon, ben ik eerst gaan uitzoeken hoe het microklimaat in de graftomben tot stand komt. Ik heb daarvoor gegevens verzameld in graven uit het Oude, het Midden- en het Nieuwe Rijk en de Late Perioden. Ik heb wel een theorie hoe het gegaan is. Kijk, de lucht bestaat hier gemiddeld uit ongeveer 78% stikstof, 20,9% zuurstof, 0,5% koolmonoxyde en kooldioxyde en een fractie verschillende gassen. Dat laatste is afhankelijk van de plaats en van de plaatselijke luchtvervuiling. Natuurlijk zit er ook waterdamp in de lucht. Ik neem aan dat de huidige samenstelling, afgezien van de luchtvervuiling, niet erg afwijkt van die in het Oude Egypte.''

Nu moet men zich een graftombe voorstellen. In feite is dat een lange gang met aan het einde een holte. Daarin werd de dode - behandeld volgens de bekende methode - samen met zijn of haar begrafenisvoorwerpen bijgezet. Men sloot de grafkamer altijd bijzonder zorgvuldig af, vulde de gang met zand en puin, maakte hem goed dicht en bedekte de entree.

""Zo kwam er een bijna volledige scheiding tot stand tussen de lucht in het graf en die erbuiten'', zegt Iskander. ""Verder verschilden de buiten- en binnentemperatuur maar weinig van elkaar zodat ook de druk in de tombe nauwelijks afweek van de buitendruk. Er vond daarom geen uitwisseling van lucht plaats. Wat binnen was bleef binnen, wat buiten was, buiten.''

In de graftombe zijn bacteriën actief, wat zuurstof kost, en sommige van de grafgeschenken, metalen bijvoorbeeld, reageren met dit gas. Na verloop van tijd raakt de voorraad zuurstof dan ook op. Hoe lang dat duurt hangt af van de grootte van de tombe, van de diepte waarop die zich bevindt en van de omvang en samenstelling van de sarcofaag met inhoud en grafgiften. Bij gebrek aan voldoende zuurstof houden bacteriële activiteit en corrosie vanzelf op en blijft een atmosfeer over die bestaat uit stikstof, aangevuld met wat koolmonoxyde en kooldioxyde. Ook anaerobe bacteriën gaan in rusttoestand over, want de lucht wordt voor hen te droog.

Iskander: ""Deze atmosfeer blijft stabiel want stikstof gaat geen chemische reacties aan en speelt geen rol bij dissimilatie. Natuurlijk gingen graven wel eens open, maar als ze dan weer werden gesloten begon het proces van voren af aan, tot de toestand weer stabiel was geworden. In dat stikstof-microklimaat bleven mummies eeuwenlang behouden.''

Cachette

Een groot deel van de koninklijke mummies in zaal 52 werd in 1881 ontdekt bij de tempel van Hatsjepsoet te Deir el Bahari. Deze tempel ligt even ten noorden van Koerna op de westelijke Nijloever tegenover Luxor.

Koerna is gebouwd op de resten van het vroegere Thebe. Tijdens de 20ste en de 21ste Dynastie (1196-1070 resp. 1070-945 voor Christus) hielden de inwoners van deze stad zich al met grafroverij bezig. Daar bleek geen kruid tegen gewassen. Het was ook onmogelijk alle graven met rijkdommen in de gaten te houden.

De priesters die belast waren met de zorg voor de begraafplaatsen moesten hun pogingen tot bescherming opgeven. Maar ze besloten in ieder geval te proberen om de belangrijkste mummies in veiligheid te brengen. Deze kregen, samen met een minimum aan voor het hiernamaals noodzakelijke gebruiksvoorwerpen, een herbegravenis in een diepe spleet in de rotswand.

De opzet slaagde. Ramses I, II en III, Amosis, Thoetmosis I, II en III en Amenophis om er een aantal te noemen, ontsnapten aan schennende handen en bleven bijna duizend jaar verborgen.

Toen in 1858 de Franse archeoloog Mariette een rijk koningsgraf bij het dorp ontdekte, herinnerden de Koernezen zich dat ze op een goudmijn woonden. Zij hervatten hun clandestiene opgravingen. In Luxor verschenen rond 1875 plotseling fraaie papyri en oesjebti's (grafbeeldjes) op de markt. Een moeizaam onderzoek resulteerde in 1881 in de aanhouding van ene Mohammed Abder Rassoel die na enige aandrang de weg wees naar de cachette.

De koninklijke mummies en de nog aanwezige grafgiften werden naar Kaïro verscheept. Met dieven vang je dieven, dus benoemde men Mohammed tot opzichter van de bewakers van de Thebaanse dodenstad. In Kaïro werden de mummies van opslagplaats naar opslagplaats, van laboratorium naar laboratorium en naar universiteiten en musea gesleept. Pas in 1947 kregen ze een vaste plaats in het Egyptisch Museum. Men timmerde er gesloten vitrines voor en hield temperatuur en vochtigheidsgraad in de gaten zonder daar overigens veel aan te kunnen veranderen.

Het Egyptisch Museum bezit tot op de dag van vandaag geen airconditioning, erop vertrouwend dat mummies sowieso onvergankelijk zijn. Bacteriologisch onderzoek vanaf het begin van de jaren zestig leert echter dat het met die onvergankelijkheid nogal tegenvalt.

Ramses le Grand

In de tijd dat Nasri Iskander de resultaten van zijn graftomben survey bewerkte en plannen ontwikkelde voor laboratoriumtests, verzocht Frankrijk de Egyptische overheid mee te werken aan een grote Egypte-tentoonstelling. Deze tentoonstelling vond in 1976 plaats onder de naam "Ramses le Grand' in het Grand Palais te Parijs. Belangrijke museumstukken waren door Egypte uitgeleend waaronder de mummie van Ramses II. Hieraan was wel de voorwaarde verbonden dat Franse wetenschappers een methode zouden zoeken om een eind te maken aan het verval van deze mummie.

De conserverings-experts van het Musée de l'Homme construeerden een vitrine van plexiglas, luchtdicht op twee openingen na. Hier werd de mummie van Ramses II in gelegd nadat zowel het lichaam als de vitrine met Gamma-stralen waren gesteriliseerd. In de openingen kwamen luchtfilters met zulke kleine poriën dat ze geen bacteriën doorlieten. Via deze filters kon op temperatuur en vochtigheidsgraad gecontroleerde lucht vrijelijk door de vitrine stromen.

Nasri Iskander: ""De Fransen gingen bij hun opzet uit van de veronderstelling dat de activiteit van bacteriën in een stilstaande atmosfeer toeneemt, om dat tegen te gaan moest dus luchtcirculatie worden toegepast. Maar we zijn nu 15 jaar verder en ik geloof niet dat het resultaat van dit experiment positief zal zijn. Ik zeg met opzet "geloof' omdat ik dit pas kan bewijzen als ik de kans krijg de mummie van Ramses II te onderzoeken.''

Vanwaar die scepsis? ""Punt één,'' zegt de historicus, ""is het testen van de proefopstelling in Frankrijk gedaan onder stofvrije omstandigheden bij een gelijkmatige temperatuur. Maar hij moet werken in het stoffige Egypte, op een plaats zonder airconditioning. Punt twee: luchtdicht of bacterievrij kan de vitrine niet meer zijn, want het plexiglas is scheurtjes gaan vertonen. En dan de filters. Stof is hier onze grootste vijand. Na 15 jaar kunnen die filters onmogelijk nog functioneren. Heus, werkelijk, als ik dat allemaal in aanmerking neem, moet ik wel tot de conclusie komen dat er in deze vitrine heel wat aan de hand is.''

De Fransen hadden overigens vijf jaar geleden volgens afspraak de filters moeten vernieuwen. Dat is echter niet gebeurd. Volgens Nasri Iskander liepen de onderhandelingen over de vervanging steeds vast door de voortdurende personeelswisselingen in de top van de Egypt Antiquities Organization. Egypte zou de zaak onlangs opnieuw bij Frankrijk hebben aangekaart.

Getty Institute

Na 1976 zocht Iskander samen met de Universiteit van Kaïro naar mogelijkheden en middelen om een idee uit te werken dat hij tijdens zijn graftombenonderzoek had opgedaan. Het lag voor de hand: de mummies zouden veilig zijn in een zelfde stabiele microklimaat zoals dat in de graftomben ontstond.

De uitvoering was natuurlijk vers twee, maar het Amerikaanse Getty Institute for Conservation schoot Iskander te hulp. Op kosten van dat instituut kon hij in Los Angeles een prototype van een nieuwe vitrine laten maken.

Iskander: ""Ik heb gekozen voor een kist van veiligheidsglas met een aluminium frame. Deze kist is volledig luchtdicht en voorzien van allerlei hightech snufjes. Zo kan ik bijvoorbeeld de hoeveelheid zuurstof regelen tot op 1:1.000.000. Verder is de vitrine uitgerust met speciale kleppen die, gekoppeld aan een soort ballon, iedere plotselinge verandering van de luchtdruk kunnen neutraliseren.''

Voor zijn experimenten kreeg hij de mummie van een onbekende vrouw tot zijn beschikking. Hij testte verschillende gasmengels in de vitrine in combinatie met verschillende temperaturen en vochtigheidsgraden en keek daarbij voortdurend naar de bacterie-groei. Iskander: ""Uiteindelijk kwam ik toch weer bij de vertrouwde stikstof terecht. Het aandeel stikstof moet op z'n minst 98% zijn. De resterende 2% mag uit zuurstof bestaan. Die hoeveelheid is onvoldoende voor corrosie of aerobe bacteriën. Anaerobe bacteriën schakel ik uit door de relatieve vochtigheid tussen de 35% en de 40% te houden. Droger kan niet, omdat de mummies dan gaan scheuren.''

""Een ander voordeel van stikstof is dat deze stof net iets lichter is dan lucht. Dus kon ik een opening in de bodem laten maken, voorzien van een goed sluitende deksel. Zo kan ik, als dat nodig is, snel iets in de vitrine leggen of er uit halen zonder dat de stikstof wegstroomt.''

Trillingen

Na afsluiting van de experimentele fase in Los Angeles werd het prototype in Egypte opnieuw op zijn bruikbaarheid getest. Zaal 52 wordt op dit ogenblik verbouwd en voorzien van airconditioning. Ook komt er in Duitsland ontworpen 50 Lux verlichting met filters tegen UV- en infrarood-straling.

Iskander: ""Het wachten is nu op de ingenieurs en technici. Ik hoop dat het Egyptisch Museum zaal 52 in januari weer voor het publiek kan openstellen. Dan zullen er veertien koninklijke mummies in hun nieuwe vitrines te zien zijn. Maar 100% garantie geef ik niet. Ik neem geen enkel risico. Als er in de tussentijd een probleem opduikt moet dat eerst worden opgelost. Verder zal het museum het aantal bezoekers helaas moeten beperken. We krijgen per dag tussen 5.000 en 10.000 mensen binnen en die kunnen echt niet allemaal in deze zaal worden toelaten. Dat zou het klimaat in die ruimte misschien meer belasten dan de voorzieningen aan kunnen.''

Ook de toegangsprijs zal wel als een rem op het bezoek gaan werken. Een kaartje voor het Egyptisch Museum kost nu tien Egyptische ponden (ongeveer zes gulden). Wie een kijkje in zaal 52 neemt zal daar straks vijftig ponden extra voor neertellen. Toch even het vijfentwintigvoudige van de bakshish die de "gids' in Deir el Medina aannam. Mopperend weliswaar, maar die lui mopperen altijd.

Afbeeldingen:

Helemaal boven Volgens de "gids' in de Hathortempel zou dit de mummie van een vooraanstaande vrouw uit de 18e dynastie zijn (1550-1307 v. Chr.).

Boven 3500 jaar oude voeten die dr. N. Iskander voor zijn onderzoek ter beschikking kreeg.

Onder Proefopstelling met het prototype van de vitrine.