Japan heeft niemand die de wissels zet; 't Land kruipt uit zijn oude huid, maar wordt het lelijke mot of mooie vlinder?

Wie denkt eigenlijk na het mislukte bezoek van Bush aan Tokio aan de gastheren? Die hadden zich vóór de reis ook iets voorgesteld, namelijk de erkenning van Japan als constructieve partner in de internationale politiek door 's werelds eerste supermogendheid. Nu evenwel zijn hooguit de vooroordelen van de zelfbewuste mierenstaat alleen maar versterkt.

Het gerechtvaardigde zelfvertrouwen van de Japanse autobazen ten opzichte van hun wanpresterende maar veeleisende collega's uit Detroit komt in geen enkel opzicht voort uit de stemming in het hele land. Zeker, Japan is trots op zijn succes; tenslotte heeft Japan twee oude voorbeelden, eerst Europa en vervolgens Amerika, economisch ingehaald en wellicht zelfs overvleugeld. Nu echter ontbreekt er een nieuw voorbeeld, en daarmee een richtsnoer. En overal klinken, met de verwachtingen van de Japanse capaciteit en macht, ook de ressentimenten op; de Duitsers kunnen daar een aardig woordje over meepraten.

De nieuwe industriestaten in Zuidoost-Azië vrezen af te zakken tot de status van economische kolonies van Japan; verstandige Japanners onderkennen dat gevaar. Anti-Japanse ressentimenten, die in Amerika onverbloemd en in Europa in bedekte termen worden geuit, laten niettemin bij velen de droom van een nieuwe zone van Aziatische welvaart onder Japanse leiding onverlet; maar is dat niet al eens de weg naar oorlog en onheil geweest?

Japans grote bedrijven zijn allang wereldwijde ondernemingen geworden. Maar ze zijn nog te sterk verweven met de autochtone structuren. In plaats van zich als echte multinationals aan te passen aan hun gastlanden, proberen ze de Japanse zakencultuur en -wancultuur naar die landen over te brengen: de doelmatigheid, maar ook de afkeer van niet-Japanners op leidersniveau en de neiging tot exclusieve samenwerking met vertrouwde, Japanse partners. De druk in de richting van een ommekeer zal nauwelijks van binnenuit komen: succes maakt blind. En als de ondernemingen niet veranderen? Er kiemt irritatie, en misschien erger, zo vreest menig manager.

Niet alleen in het buitenland, ook bij de Japanners. Het valt hun moeilijk in te zien - en wie zal hun dat kwalijk nemen - dat ze worden gekritiseerd omdat ze harder hebben gewerkt, meer hebben gespaard en meer hebben geïnvesteerd. Zij zien het probleem niet in hun eigen optreden, maar in het gebrek aan concurrerend vermogen bij de anderen, Europa en Amerika. En tegelijkertijd vermoeden ze dat dat besef niets oplost, ook al weten ze niet waar ze de oplossing dan wel zouden moeten zoeken.

Men is er zich, zo valt in Tokio te horen, inmiddels van bewust dat Japan een grotere internationale verantwoordelijkheid op zich moet nemen. Maar hoe doet het dat, zonder in eigen land grootheidswaan en buiten de grenzen angsten los te maken? De verbittering over de ervaringen in de Golfoorlog zit diep: Tokio betaalde net als Duitsland flink mee, maar een dankjewel was er niet bij.

“Japan”, zegt een verstandige functionaris, “kruipt uit zijn oude huid, maar we weten nog altijd niet of daar een lelijke mot of een mooie vlinder te voorschijn komt.” Er is niemand die de wissels kan zetten. De industrie draait, het politieke systeem stagneert onder het machtsmonopolie van de sinds veertig jaar regerende Liberaal-Democraten en een alternatief is er niet. Menigeen had gehoopt, dat Amerika's president de ommekeer zou kunnen inleiden; in plaats daarvan plaatste de man uit Washington zijn gastheren in het beklaagdenbankje.

En zo blijft Japan op zichzelf aangewezen, niet in staat zich te hervormen. Het land wordt graag voor doelbewust versleten, alsof het werkelijk weet waar de reis heen gaat. Maar het heeft geen plan. Margaret Thatcher, zo herinnert men zich in Tokio met weemoedige spot, stuurde vroeger ontelbare delegaties naar Japan, die moesten uitvissen wat de Japanners van plan waren. Ze zijn echter niets van plan, zo zijn ze nu eenmaal. En vandaag stellen een paar van hun knapste koppen met groeiende bezorgdheid vast dat Japan op die manier heel slecht op de toekomst is voorbereid.

© Christoph Bertram/NRC Handelsblad.