Harm Dost en de kwaliteit van wiet van Nederlandse bodem; "Zo makkelijk als een geranium is het niet'

Bijna vertederd kijkt Harm Dost (43) vanuit zijn winkel in de Arnhemse binnenstad naar de talrijke hennepplanten in de etalage. “Net mensen”, zegt hij. “Ze hebben allemaal hun eigen bijzonderheden.”

Bijna anderhalf jaar verkoopt Dost hennepzaad en de attributen voor het kweken van de planten: lampen, hygrometers, steenwol, potgrond, meststoffen, ventilatortjes. “Volstrekt legaal”, aldus Dost, refererend aan een uitspraak van de Hoge Raad. Die concludeerde onlangs dat het kweken van hennep voor de zaadwinning en het verkopen van het zaad niet in strijd is met de Nederlandse wet. Ook al is de verkoper ervan op de hoogte dat zijn klant er marihuana mee wil produceren.

Harm Dost ziet een gouden toekomst voor Nederwiet, skunk, Northernlight en hoe de geestverruimende produkten afkomstig van Nederlandse bodem nog meer mogen heten. “Het heeft even geduurd om de mensen op die trip te krijgen”, zegt hij. “Maar omdat er door het formele verbod op softdrugs geen sprake is van een kwaliteitscontrole door ambtenaren van de warenwet, krijgt de consument vaak de grootst mogelijke zooi aangeboden. Wiet van Nederlandse bodem is nu de beste van de wereld en de teler weet tenminste wat hij rookt.”

In de jaren zeventig zette de prijsbewuste softdruggebruiker op zaterdagmiddag zijn radio altijd even op de VARA. In het rubriekje "Beursberichten' van de Rooie Haan meldde Koos Zwart van de Stichting Drugs Informatie de prijzen van dat moment, waarbij de Nederwiet altijd wat extra aandacht kreeg. “Onze nationale trots”, noemde Zwart het. “Dat rookte niemand”, herinnert Harm Dost zich. “Het leek wel spinazie.” Begrijpelijk, omdat nagenoeg niemand in dit land ervaring had met hennepteelt en de verwerking tot marihuana. Dost kende één jongen die “het in z'n vingers had”. Die betaalde hij 1.250 gulden per kilo. “De mensen verklaarden me toen voor gek. Buitenlandse wiet deed 1.500 tot 2.500 gulden een kilo en hele exclusieve dingen soms 5.000 gulden. Maar Nederwiet stonk en je kreeg er koppijn van.” Nu heeft Nederwiet naar zijn zeggen een marktaandeel van dertig procent en door het toenemen van het aantal kleinschalige telers zal dat percentage nog aanzienlijk stijgen. Teelt in kassen noemt Dost te riskant. “De investeringen zijn hoog en de pakkans is te groot.”

Gekscherend noemt hij Arnhem "de stuff-hoofdstad van Nederland'. In Amsterdam moet je volgens hem niet zijn. Er worden toeristenprijzen betaald en de veredeling van de Nederwiet wordt gemystificeerd ten bate van het grote geld. “Terwijl het niet meer is dan een vorm van land- en tuinbouw. Nederland neemt op dat gebied toch al een vooraanstaande plaats in, de kennis is dus ruim voorhanden.” Het verklaart ook waarom de Nederwiet zo'n hoge vlucht neemt. “In de landen van de Derde wereld is de teelt in vele gevallen domweg strafbaar en van veredeling hebben ze daar nog nooit gehoord.” Maar wie zijn eigen wiet wil produceren, moet zich eerst zorgvuldig oriënteren. “Je krijgt bijvoorbeeld te maken met plagen zoals spint en schimmeltjes. Mensen die denken dat het zo simpel is als geraniums op de vensterbank komen bedrogen uit.” Rijk worden is er volgens hem niet bij, al heb je met twee oogsten over het algemeen je investeringen er wel uit. “Wie een slaapkamer wil volhangen met zes lampen moet al gauw rekenen op een investering van zo'n vier- à vijfduizend gulden.” Eén lamp (400 Watt, prijs ƒ 350) is nodig voor het onderhouden van de moederplant, en om te voorkomen dat die "in de bloei schiet' moet de lamp ook nog achttien uur per dag branden. De overige vijf lampen kunnen worden gebruikt voor groei en bloei van de stekken.

“Met een slaapkamer vol hennepplanten kun je je uitkering dik verdubbelen”, taxeert Dost. Maar een hobbyist is al gauw een jaar bezig voor hij het hele proces van opkweken van moederplanten en het stekken zodanig in de vingers heeft dat hij optimaal rendement haalt uit zijn investeringen. Ook zijn eigen leerproces is bepaald nog niet voltooid. “Ik wil het hele veredelen in de vingers hebben. Er zijn nu nog te veel toevalstreffers.” Daarom worden alle planten geregistreerd in een databestand, zodat de kwaliteitsontwikkeling nauwgezet kan worden gevolgd. Als belangrijke eigenschappen van de hennepplanten noemt Dost de tijd waarin een plant in de bloei schiet alsmede de duur van de bloeitijd, resistentie tegen ziektes, het gehalte aan werkzame stof (THC) en de opbrengst per plant. “Het is de bedoeling dat de plant klein blijft”, doceert hij. “Dan krijg je er veertig of meer op een vierkante meter en uiteindelijk gaat het om die ene grote mooie top in het midden. Bij planten die bevrucht worden, zoals hier in de etalage, blijft die top relatief klein. Onbevruchte toppen groeien maar door en kunnen met gemak twintig centimeter groot worden. Die top wordt dan geplukt, de groene blaadjes haal je er af en de rest is rookbaar.”

Het schoonmaken vindt hij een hels karwei. Voor een kilo wiet ben je wel twee tot drie volle werkdagen bezig. Maar als je telkens na het schoonmaken je handen afwrijft, dan houd je van veertig planten voldoende "handrub' over voor een paar joints. “Dat is dus echt het beste wat je kunt roken.”

Hij wil niet al te perfectionistisch bezig zijn. “Ik probeer alles terug te brengen tot de essentie, zodat uiteindelijk iedereen in staat is in een hoekje van zijn kamer wiet te telen op potgrond. De beste smaak en het lekkerste aroma krijg je op potgrond.” De goede huisteler zal volgens Dost op die manier per vierkante meter 250 tot 500 gram wiet oogsten.

In de winkel wordt uitvoerig informatie gegeven. Maar ook onderling wisselen de klanten veel tips uit. Regelmatig gaat Dost ook bij mensen thuis kijken. “Wat die jongens met weinig geld weten te produceren is soms ontzettend goed. Het plezier straalt eraf.”

Dost werd in 1984 tijdens een vakantie in Spanje gearresteerd en uitgeleverd aan (West-)Duitsland. Daar zat hij drieëneenhalf jaar in voorarrest, omdat hij in Arnhem softdrugs zou hebben verkocht aan Duitsers. De rechtbank in Düsseldorf veroordeelde hem in 1986 tot tien jaar cel, maar dat vonnis werd in hoger beroep vernietigd omdat ten onrechte dossiers van de Nederlandse politie en justitie ter beschikking waren gesteld van de Duitse justitie. Op 30 oktober 1987 werd hij uiteindelijk veroordeeld tot een jaar en negen maanden gevangenisstraf en onmiddellijk vrijgelaten omdat het voorarrest aanzienlijk langer had geduurd. De nationale Ombudsman, mr.drs. M. Oosting, noemde het optreden in deze zaak van de ministers Korthals Altes (justitie) en Van den Broek (buitenlandse zaken) onjuist, niet behoorlijk, onrechtmatig, inadequaat en te weinig voortvarend.

Een jongen van een jaar of negentien komt een ventilatortje kopen. “Zorg dat je de luchtstroom niet direct tegen de planten laat aanblazen”, waarschuwt Dost, “dan sluiten ze hun poriën om uitdroging te voorkomen.” Dan pakt hij de draad weer op: “Sommige nieuw ontwikkelde skunkvarianten doen het ook buiten, op de kouwe grond, prima. Onlangs was in Arnhem een buitenskunk in omloop voor maar vijf gulden per gram en je blowde je daaraan gewoon bewusteloos”. De onder lampen geteelde wiet kost in Arnhem vanaf acht gulden per gram. Dost schat dat er misschien wel veertig varianten in omloop zijn. “Hoe ze allemaal heten? Het is maar wat een gek er voor een naam voor verzint.”

De Nederlandse overheid heeft volgens Dost weinig ruimte om het nationale softdrugbeleid verder te versoepelen. “De internationale situatie laat dat niet toe. Iedereen heeft de mond wel vol over gedogen, maar een bestuurder die dat doet maakt zich schuldig aan "Behilfe', zoals de Duitse wet dat noemt. De officiële formulering in Nederland is dat er geen actief opsporingsbeleid wordt gevoerd uit prioriteitsoverwegingen.”

Ondanks de ruimte die in Nederland wordt geboden noemt hij de situatie “verre van ideaal”. Er is geen kwaliteitscontrole, de rechtspositie van de handelaren is belabberd en de handel trekt mensen aan uit alle geledingen van het zwarte circuit, zoals de prostitutie en het gokwezen. Hij noemt het belangrijkste wapen tegen die ontwikkeling de kleinschalige eigenteelt. “De Nederwiet haalt de poten onder het criminele circuit uit. Het is de laatste fase voor de legalisatie.”

Harm Dost zelf zit niet te wachten op legalisatie. “Met mijn fijne neus en mijn warenkennis kan ik dan solliciteren naar een functie die zich laat vergelijken met die van een wijnkoper, maar dan bij Pall Mall ofzo. Dat is bepaald niet wat ik ambieer.”