Grote partijen Algerije tegen Staatsraad

ALGIERS, 16 JAN. De drie grote politieke partijen die in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen in Algerije zetels hadden gewonnen, hebben zich uitgesproken tegen de staatsgreep die president Chadli Benjedid aan de kant zette. Zij noemen - de één wat feller dan de ander - het nieuw gevormde vijfkoppige presidentsschap, de Hoge Staatsraad, “in strijd met de grondwet”, dat wil zeggen illegaal.

Twee van deze drie "fronten' - het FIS (het Front van de Islamitische Redding) en de vroegere regeringspartij FLN - onderhandelen thans over de mogelijkheden om gezamenlijk - maar nog wel met politieke middelen - de strijd met de Hoge Staatsraad en de regering-Ghozali aan te binden. Want zij weten dat er voor hen geen toekomst is, als de nieuwe machthebbers het redden.

Het derde "front' - het FFS van de Kabylische leider Aït Ahmed - heeft zich nog niet uitgesproken over een eventuele samenwerking met het FIS en met het FLN. Zo'n samenwerking is buitengewoon moeilijk te verkopen aan de achterban. Maar Aït Ahmed regeert het FFS als een absoluut leider.

Als hij besluit dat zijn eigen politieke toekomst het best gediend is met een coalitie met de twee andere "fronten', dan is een deel van het Kabylische voetvolk dat hem blindelings volgt, bereid zijn orders te gehoorzamen. Maar dan zijn ook de nieuwe machthebbers in de grootst mogelijke problemen. Daarom heeft Aït Ahmed, volgens goed ingelichte bronnen, bezoek gehad van afgezanten van de machthebbers, die hem dringend waarschuwden geen gekke dingen uit te halen.

Het is niet duidelijk hoe sterk de nieuwe machthebbers in hun schoenen staan. Wél is het duidelijk dat zij van de ene in de andere improvisatie vallen. Zo zou één van de ministers het verzoek hebben gekregen premier van de nieuwe regering te worden, teneinde premier Ghozali in de gelegenheid te stellen lid van de Hoogste Staatsraad te worden. Toen de minister weigerde, moest Ghozali op zijn post blijven.

De machthebbers hebben ook de principe-beslissing uitgesteld om de uitzonderingstoestand vóór morgen af te kondigen. Dat is vreemd omdat na de vrijdagspreken van de imams die in dienst zijn van het FIS, de vlam wel eens in de pan kan slaan. Vandaar, dat het leger de afgelopen dagen tientallen moskeeën heeft overgenomen en daar regeringsgetrouwe imams neergezet. Dat gebeurde, nadat in Bouira, meer dan 100 kilometer van Algiers, enige imams vanuit de moskeeën tot de Jihad (de Heilige Oorlog) hadden opgeroepen. Het leger gaat ook door met de arrestaties van FIS-strijders. En even buiten Algiers zijn nog meer militaire versterkingen gearriveerd, alle zo discreet en zo onzichtbaar mogelijk opgesteld - het liefst achter stenen muurtjes.

Het lijkt erop dat de overheid nu een afwachtende houding wil aannemen, in de hoop dat het FIS zo onverstandig is om zeer binnenkort tot geweld over te gaan. Als de nieuwe machthebbers niet door het FIS op haar wenken worden bediend, willen zij tijd rekken en daarmee legitimiteit winnen. Daarom reageerde premier Ghozali gisteren met één en hetzelfde antwoord: “Misschien is dat niet nodig”, op de vragen of de uitzonderingstoestand wordt uitgeroepen en het FIS wordt verboden.

Mogelijkerwijs wordt die afwachtende houding onder meer veroorzaakt door de zeer dubbelzinnige houding van het Westen - dat in stilte niets moet hebben van een radicaal-islamitische theocratie in Algerije, maar publiekelijk, zij het zeer aarzelend, de zienswijze deelt van de drie Algerijnse "fronten' inzake democratie, grondwet en legaliteit.

Zo heeft het Europese Parlement in Straatsburg gisteren een financiële overeenkomst met Algerije goedgekeurd, maar gevraagd die nog niet uit te voeren “zolang de politieke situatie niet duidelijk is”. Volgens de financiële overeenkomst krijgt Algerije tot 1996 in totaal 450 miljoen dollar ter ondersteuning van de betalingsbalans, waarvan reeds 255 miljoen is uitbetaald. Zaterdag zal de Europese Commissie een besluit nemen inzake de resterende 195 miljoen dollar, die Algerije dringend nodig heeft.

De Amerikaanse regering, die aanvankelijk de Hoge Staatsraad in Algerije volstrekt comform de grondwet noemde, is daarvan teruggekomen en heeft zich nu “neutraal” verklaard in de strijd tussen de politieke partijen en de nieuwe machthebbers. Eerder al had president Mitterrand zich buitengewoon afkeurend over de staatsgreep uitgelaten.

Die houding van het Westen maakt de machthebbers niet zekerder van hun zaak. Het lijkt alsof zij niet precies weten hoe zij nu verder moeten opereren. Hun plannen zijn bekend: zij willen via een referendum over enkele maanden de grondwet zodanig wijzigen, dat het FIS en het FLN in de toekomst niet langer als politieke partijen kunnen opereren. Dat zou moeten gebeuren met behulp van een amendement op de grondwet, waarbij partijen, die zich beroepen op de islam of op "de Revolutie' (de onafhankelijkheidsoorlog) ontoelaatbaar zijn, aangezien het hele volk reeds de islam is toegedaan en de onafhankelijkheid door het hele volk werd bevochten.

Maar nu het Westen en een groot deel van - wat ze hier noemen - “de politieke klasse” de machthebbers illegaal noemen, moeten deze veel voorzichtiger dan voorzien optreden. Het FIS en het FLN spelen op deze angsten in. De “voorlopige” voorzitter van het FIS , Abdelkader Hachani, dook eergisteren op vanuit zijn verstopplaats. Hij predikte in de Harrach-moskee in één van de buitenwijken van Algiers en gaf gisteren in het gemeentehuis van Algiers een persconferentie. Zijn boodschap was dat “de enige legale instellingen in Algerije de gemeenteraden zijn die in juni 1990 werden gekozen, en de afgevaardigden die op 26 december werden gekozen”.

Hachani liet doorschemeren dat dit nieuw gekozen parlementaire blok binnenkort bijeen zou kunnen komen “om zijn wetgevende bevoegdheden uit te oefenen”. Hij wil met andere woorden dat de 231 parlementsleden die tot dusver zijn gekozen, als rompparlement en als enige nog legitieme instelling van het land in functie treden. Hij wil dat er een tweede verkiezingsronde wordt gehouden voor de resterende parlementszetels en dat vervolgens de voorzitter van het nieuwe parlement - uiteraard een man van het FIS - conform de grondwet waarnemend president wordt. Hij deed een beroep op het leger om “niet als aanvalsmacht van de junta te dienen” (...) Een confrontatie tussen het volk en het leger zou het leger kunnen splijten.”

Het FIS zal “op vreedzame wijze zijn programma uitvoeren en verwerpt daarbij het gebruik van geweld”. Maar, aldus nog steeds Hachani, het FIS zal onder geen beding “zijn project om een islamitische staat te vestigen” opgeven. “Wij komen geleidelijk toch wel tot de islamitische staat zonder concessies te doen (...) met wijsheid en binnen de politieke legaliteit.”

's Ochtends had Abdelhamid Mehri, de secretaris-generaal van het FLN, tijdens een persconferentie de Hoge Staatsraad gedefinieerd als “een feitelijke autoriteit, die echter niet grondwettelijk is”. Volgens hem was een eventueel bondgenootschap FLN-FIS “een fictie. (...) Er zijn nooit officiele of officieuze contacten geweest (..).. Ik ontken dus formeel deze berichten. Ik denk dat ze verspreid worden met het gerichte doel om het idee te versterken dat Algerije aan twee kwaden zou lijden - te weten de pest en de cholera - en dat men zich van beide zou moeten ontdoen.”

Maar dezelfde Mehri maakte gisteravond per communiqué bekend dat er - eveneens gisteren - een ontmoeting was geweest met het FIS en dat het FLN “besloten had het contact aan te houden en met de dialoog door te gaan”.