Erkenning is stap in crisis, maar nog geen oplossing

De internationale erkenning van Kroatië en Slovenië, en impliciet de internationale erkenning van het uiteenvallen van het "oude' Joegoslavië, mag in Zagreb alle klokkenluiders van de stad in actie hebben gebracht en in Ljubljana tot een begrijpelijke zucht van verlichting hebben geleid - de stap betekent nog lang geen oplossing van de crisis in het voormalige Joegoslavië. De crisis is er wellicht zelfs nog wat ingewikkelder door geworden.

Dat betekent niet dat de internationale erkenning van de twee nieuwe landen niet welkom is: dat het "oude' Joegoslavië dood was, was immers een feit sinds de zomer van vorig jaar, toen het federale leger de wapens opnam. De internationale erkenning van dat feit komt eerder aan de rijkelijk late kant.

De consequenties van de erkenning van Kroatië en Slovenië zijn voor de twee betrokken landen van groot belang. Politiek eindigt hun internationale isolement, eindigt ook de vernederende behandeling van hun leiders in de wachtkamers van de ministers van "echte' Europese landen: Kroatië en Slovenië worden eindelijk behandeld zoals ze zichzelf zien, als gelijkwaardige partners. Tegelijkertijd houdt de erkenning een verplichting in: die van de terugkeer - na zes maanden frontsfeer - naar een "normale' democratie, met een normale oppositie en een afschaffing van alle vormen van perscensuur. Dat kan vooral in Kroatië nog de nodige problemen opleveren. Economisch zijn de gevolgen nog belangrijker. De Kroatische en de Sloveense economie - de eerste voor een belangrijk deel verwoest, de tweede door een lang isolement danig in de versukkeling geraakt - kunnen zich ontplooien, oude contacten opnemen en nieuwe aanknopen. Een half jaar lang hebben de vliegtuigen van de Sloveense luchtvaartmaatschappij Adria Airways in Ljubljana aan de grond gestaan; vandaag mogen ze voor het eerst de lucht in.

Voor Servië zijn de gevolgen spiegelbeeldig: de beëindiging van het isolement van Kroatië en Slovenië komt neer op een vergroting van het isolement van Servië - politiek, economisch en cultureel. En de Servische economie is net zo verwoest als de Kroatische. Servië kon wel eens aan het begin staan van een periode van diepe politieke en economische malaise en van groeiende sociale onrust. De positie van president Milosevic lijkt op dit moment ernstig ondermijnd.

Daarnaast blijven de vraagtekens over de andere brandhaarden. Het eerste vraagteken betreft de Servische minderheden in Kroatië, die het VN-vredesplan afwijzen, met Milosevic hebben gebroken omdat die met dat plan heeft ingestemd en ook na de erkenning van Kroatië absoluut niet van zins zijn het met de Kroatische regering op een akkoordje te gooien. Zoals de Kroaten zich van Servië hebben losgemaakt, zo hebben de Kroatische Serviërs zich van Kroatië afgescheiden en daaraan verandert de internationale erkenning van Kroatië niets. En in Krajina, Banië en Slavonië maken die radicale Serviërs de dienst uit, niet de Kroatische president Tudjman en ook niemand anders.

Bosnië-Herzegovina en Macedonië hebben hun verzoek om internationale erkenning gisteren niet gehonoreerd gezien. Van de dertig landen die Kroatië en Slovenië hebben erkend heeft er maar één ook Bosnië en Macedonië erkend: Bulgarije - tot woede van Griekenland. De EG-terughoudendheid inzake Macedonië ligt minder aan de vraag hoe Macedonië zijn minderheden behandelt (hoewel het lot van die minderheden niet op alle punten even benijdenswaardig is) als wel aan de hardnekkige bezwaren van de Grieken. Athene vreest territoriale aanspraken van Macedonië - zonder dat de Macedoniërs daar overigens aanleiding toe hebben gegeven - en eisen zelfs de naam Macedonië voor zichzelf op. Ze hebben tot verontwaardiging van de Macedoniërs dan ook geëist dat die de naam van hun republiek veranderen.

De terughoudendheid van de internationale gemeenschap ten aanzien van Bosnië heeft te maken met de status van de Serviërs in die republiek, die na de eerste vrije verkiezingen nog vol goede wil een coalitie met de andere twee grote bevolkingsgroepen - de moslims en de Kroaten - aangingen, maar die na het begin van de oorlog in Kroatië al snel hun eigen weg kozen. Ze hebben zich eenzijdig en tot woede van de moslims en Kroaten in “onafhankelijke republieken” verenigd, die nu op aansluiting bij Servië aansturen.

De internationale gemeenschap heeft met de erkenning van Bosnië gewacht om de gemoederen niet verder op de spits te drijven. Erkenning zou immers, zo is de redenering, in Bosnië de vlam in de pan kunnen jagen en de Serviërs ertoe kunnen brengen naar de wapens te grijpen. En iedereen weet: als de burgeroorlog in Bosnië oplaait, zal die nog feller en bloediger verlopen dan in Kroatië.

Waarschijnlijk maakt het uiteindelijk voor de vraag of het in Bosnië tot geweld komt, niet veel uit of de republiek op dit moment wordt erkend of niet: het antwoord op de vraag is vrijwel zeker bevestigend. Op de korte of lange termijn is het zo goed als zeker dat Bosnië het volgende toneel van de Joegoslavische burgeroorlog wordt. De internationale erkenning van de republiek heeft daar niet zoveel mee te maken.

Jussef werkt al twaalf jaar als monteur bij Stork en al had hij toen de pest in over zijn vaders strengheid, nu is hij hem dankbaar. Ik weet zeker dat ik anders ook in dat wereldje terecht zou zijn gekomen.'' Keer op keer waarschuwde Jussef de jongens in het buurthuis (Wij Marokkanen bemoeien ons graag met elkaar''), maar ze lachten hem uit. Als iemand een rondje gaf zei Jussef: Mijn geld krijg je niet, daar heb ik hard voor gewerkt! Veel van die jongens zijn uitgegroeid tot drugsdealers, hopeloze gevallen. Jussef en zijn vrouw hebben veel familie in Nederland. Die zijn allemaal goed terechtgekomen. Maar Nederland is wel achteruitgegaan! Ach'', zegt Jussef weemoedig, de tijd dat de melkboer aan de deur kwam en het wisselgeld op de mat achterliet is voorgoed voorbij!''