Enquête: onderwijsbeleid te grillig

DEN HAAG, 16 JAN. Het onderwijsbeleid is te grillig en dat beleid is ook de belangrijkste oorzaak van de werkdruk in het onderwijs. Vergroting van scholen leidt in de eerste plaats tot leerfabrieken. En scholengemeenschappen moeten beperkt blijven tot enkele verwante schooltypen zoals HAVO en VWO en niet bestaan uit zoveel mogelijk schooltypen (LBO, MAVO, HAVO, VWO), zoals staatssecretaris Wallage wil.

Dat zijn de belangrijkste resultaten van de onderwijsenquête die NRC Handelsblad 14 november vorig jaar publiceerde in samenwerking met de K.L. Poll Stichting voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap. Bijna zevenduizend lezers hebben de enquête ingevuld. De meesten zijn zeer betrokken bij het onderwijs doordat ze er werken, er hebben gewerkt of lid zijn van een medezeggenschapsraad of schoolbestuur.

Behalve een afwijzing van de genoemde hoofdpunten van het kabinetsbeleid bevatten de uitkomsten ook kritiek op de basisschool. De groepen zijn er te groot en het lees- en schrijfonderwijs schiet tekort, meent een meerderheid. Het beleid om de gemeenten minder invloed te geven op de openbare school alsmede de integratie van gewoon en speciaal onderwijs (LOM-, MLK-onderwijs) krijgen wel steun in de enquête. Ook zijn opvallend veel deelnemers (45 procent) bereid voor goed onderwijs te betalen.

Het onderzoeksbureau dat de enquête uitvoerde, SKIM Markt en Beleidsonderzoek, noemt de respons (6.877 geregistreerd) hoog gezien de grote lengte van de enquête. Ter vergelijking: de deelname aan de economie-enquête die vorig jaar in NRC Handelsblad en het economenblad ESB werd afgedrukt, bedroeg ongeveer 6.200.

Minister Ritzen (onderwijs) noemt de resultaten “waardevol”. Ritzen, die de afgelopen twee jaar veel heeft geïnvesteerd in pogingen om de vertrouwensband tussen Zoetermeer en het onderwijs te verbeteren, toont zich verbaasd dat het cynisme over het beleid nog steeds zo groot is. Als dat aan het einde van de kabinetsperiode nog zo is, “is ons beleid om de vertrouwensband met het onderwijs te herstellen, mislukt”, aldus Ritzen. Hij tekent hier wel bij aan dat het om een selectieve enquête gaat. Met name de politieke voorkeur (36% geeft D66 als voorkeur op) en het opleidingsniveau (89% HBO of universiteit) van de deelnemers wijken af van zowel het landelijke beeld als van de gemiddelde lezer van NRC Handelsblad (24% D66; 59% HBO/universiteit).

Toch wil Ritzen de reacties van de leraren in de enquête (42% van het totaal aantal deelnemers) betrekken bij een groot onderzoek dat het ministerie op stapel heeft staan naar de houding van leraren tegenover het onderwijsbeleid.

De minister toont zich geschokt over de openhartigheid waarmee ouders zeggen hun kind niet naar een school met veel allochtonen te willen sturen. “Uit geen enkel onderzoek blijkt dat dat slechte scholen zijn. Dat vooroordeel moet dus bestreden worden.”

De leraren in de enquête zijn in meerderheid voor meer huiswerkbegeleiding na schooltijd en voor prestatiebeloning. Ritzen constateert op dit laatste punt een verschil met de opvattingen van de onderwijsbonden. Prof.dr. J.M.G. Leune, per 1 juli de nieuwe voorzitter van de Onderwijsraad, ziet in de uitkomsten van de enquête “tekenen van een nieuw professioneel elan. De leraar beseft dat hij het appel dat de samenleving op hem doet als spil van het onderwijs, positief tegemoet moet treden.”