EG-voorbeeld door veel landen Europa gevolgd

LJUBLJANA, 16 JAN. Behalve de twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap hebben gisteren ook landen als Zwitserland, Oostenrijk, Hongarije, Polen, Bulgarije en de Scandinavische landen Slovenië en Kroatië erkend.

Bulgarije erkende ook de republieken Macedonië en Bosnië, die eveneens om erkenning hadden gevraagd. De EG stelde echter de erkenning van deze twee republieken nog voor onbepaalde tijd uit. Duitsland knoopte gisteren al direct diplomatieke betrekkingen aan met Slovenië en Kroatië.

Sloveense en Kroatische leiders spraken van een "historische dag'. De Kroatische president Franjo Tudjman zei in een televisierede dat 15 januari 1992 “met gouden letters gegraveerd zal worden in de annalen van veertien eeuwen Kroatische geschiedenis” en sprak de hoop uit dat de internationale erkenning van Kroatië een eind zal maken aan de oorlog in deze republiek. In de Kroatische hoofdstad Zagreb werden direct nadat de Kroatische televisie gistermiddag de erkenning door de EG had gemeld, de kerkklokken geluid en verzamelden duizenden mensen zich in het met vlaggen versierde centrum van de stad.

Ook in Slovenië was de vreugde groot. “Met de internationale erkenning eindigt een belangrijke etappe in ons leven. Nu moeten wij bewijzen dat we in staat zijn ons leven te organiseren in een moderne staat”, zei de Sloveense president Milan Kucan in een eveneens door vlaggen versierd Ljubljana.

Een commentator van de Servische radio sprak gisteren van “een zwarte dag in de geschiedenis van Joegoslavië”. De door Servië gecontroleerde federale regering beschuldigde de EG ervan “met de erkenning van afzonderlijke republieken internationale wetten te schenden en de soevereiniteit van Joegoslavië in gevaar te brengen”. De Servische onderminister van buitenlandse zaken, Dobrovsav Vejzovic, waarschuwde dat “erkenning contraproduktief zal werken op de initiatieven voor een vreedzame oplossing van de Joegoslavische crisis”. In Sarajevo en Skopje werd met teleurstelling gereageerd omdat de EG gisteren (nog) niet bereid was Bosnië en Macedonië te erkennen. De president van Bosnië, Alija Izetbegovic, arriveerde gisteren in Parijs waar hij vandaag een ontmoeting zal hebben met president Mitterrand. Aangenomen wordt dat de erkenning van Bosnië het centrale gespreksthema zal zijn.

De Kroatische radio meldde gisteren dat bij de 40 kilometer ten zuidoosten van Zagreb gelegen stad Karlovac vier Kroaten werden gedood tijdens een mitrailleurbeschieting van het federale leger. In andere delen van Kroatië werd het vanaf 3 januari van kracht zijnde staakt-het-vuren gerespecteerd.

De leider van de Serviërs in de in het westen van Kroatië gelegen regio Krajina, Milan Babic, wees er gisteren in een brief aan de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, op dat “het Kroatisch-Servische conflict een voortzetting is van de Tweede Wereldoorlog”. Babic stelt Ghali voor dat “de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog (de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Russische Federatie) een commissie vormen die de grenzen tussen Krajina en Kroatië vaststelt”. De Serviërs riepen vorige maand Krajina eenzijdig tot een republiek uit en benoemden Babic tot president. Tot zover onze correspondent. Minister Van den Broek van buitenlandse zaken vindt dat de garanties die Kroatië heeft gegeven over de bescherming van de rechten van de Servische minderheid in het land voldoende zijn. De minister zei gisteren in de Jordaanse hoofdstad Amman er “alle vertrouwen” in te hebben dat de leiders van Kroatië, waarvan de onafhankelijkheid gisteren - tegelijk met die van Slovenië - door de twaalf EG-landen werd erkend, zich aan die beloftes zullen houden. “Wij hebben er voldoende aanwijzingen voor dat ze de aparte voorzieningen die ze voor deze minderheidsgroepen hebben beloofd, ook inderdaad zullen treffen.”

De Kroatische minister van buitenlandse zaken, Separovic, zei gisteren in een gesprek met het Franse blad Le Monde dat in de toekomst, “wanneer de oorlog voorbij is”, kan worden onderhandeld over de Kroatische grenzen. “De grenzen zijn heilig als men ze met geweld wil wijzigen. Ze zijn heilig omdat we geen duimbreed grond willen opgeven. Maar als er vrede is, kunnen (de Kroaten en Serviërs) overeenkomen elkaar te ontmoeten en over kleine wijzigingen te praten”, aldus de minister.