Een auto met glimmers en een lepelaar

Dutch Illustration 1 Uitg. BIS, 224 blz. Prijs ƒ 105,- Inl 020-6205171.

Nederland heeft vorig jaar voor het eerst een illustratoren-gids gekregen. Het boek heet Dutch Illustration 1. Van meer dan honderd vaderlandse tekenaars is werk opgenomen in het kloeke, ruim tweehonderd pagina's tellende, in groen linnen gebonden boek.

In Amerika en andere landen bestaat de traditie van dergelijke jaarboeken - annuals - al lang: ieder jaar verschijnen daar overzichten vol illustraties die een indruk geven van wat illustratoren zoal presteren. Dat is handig voor uitgevers, reclamebureau's en andere illustratie-afnemers, en ook goed voor de tekenaars zelf: niet alleen hun naam staat erbij, ook hun telefoonnummer.

Dit service-aspect, het gouden gids-idee, is de basis van zulke jaarboeken. Maar dat is nu juist waar het aan schort bij dit eerste Nederlandse illustratorenjaarboek. Het idee deugt wel, maar de uitwerking niet.

Zo lijkt de keuze die uit het ruime bestand van vaderlandse illustratoren is gemaakt zeer willekeurig. We missen bijvoorbeeld Peter Vos, Joost Swarte, Jan Kruis, Marjolein Bastin, Olivia Ettema (die in het Cultureel Supplement zo prachtig de brieven illustreert), Peter van Straaten (of zijn broer Gerard van Straaten, illustrator van onder meer de Kameleon-kinderboeken) en ga zo maar door. Daarentegen zijn wel opgenomen Walter van Lotringen, Anki Posthumus, Ruud Hameeteman (Kameleon-nieuwe-stijl tekenaar), Martin Lodewijk, Sylvia Weeve, Mariet Numan, Geert Setola en vele anderen.

Nu zou je nog kunnen denken: er zijn zoveel illustratoren in Nederland, je moet kiezen, je kunt ze niet allemaal tegelijk in een boek zetten, in het volgende jaarboek komen de anderen aan de beurt.

Dan schrijf je dat in je voorwoordje, en heeft iedereen daar begrip voor.

Maar zo is het niet. Om in het illustratorenjaarboek te komen moet je aan een wedstrijd meedoen, blijkt uit het in verschrikkelijk reclamemakersproza gestelde voorwoord. Je moet inzenden en dan gaat een jury, "terecht een stevige genoemd', aldus het voorwoord, van vormgevers (onder anderen Anton Beeke), uitgevers en buitenlandse tekenaars de inzendingen beoordelen, om zo de top van de Nederlandse illustratoren te samen te stellen. En ben je dan geselecteerd, dan moet je als tekenaar bijna duizend gulden betalen om een plaatje in het boek te krijgen.

Dat is wat niet klopt aan de formule en presentatie van Dutch Illustration: het boek wekt de indruk de gouden gids van Nederland illustratorenland te zijn, maar de redactie doet alsof ze de absolute illustratietop presenteert.

Die pretentie staat in geen verhouding tot wat we in het verder fraai verzorgde boek te zien krijgen. Het zijn geen slechte tekenaars van wie werk is opgenomen, maar de top is het ook niet. Het is eerder een doorsnee, waarbij de nadruk op de reclametekenaars lijkt te liggen. Maar dat kan ook komen door de context van de tekeningen in het boek: een in onleesbaar kleinkapitaal gezette copywriters-inleiding en de gelikte reclameachtige vormgeving van de verschillende hoofdstuktitelbladen. Dutch Illustration bevat tekeningen gemaakt voor reclame, voor bij redactionele teksten, voor instellingen als de PTT en NS en ongepubliceerd werk.

De variatie is groot, van eenvoudige zwart-wit inkttekeningen tot kleurige foto's van gekleide taferelen met cartoonachtige poppetjes. Als er al een trend te zien valt, is dat de invloed van de golf vrolijke wilde schilders uit de jaren tachtig. Werk van jonge Fransen als Hervé di Rosa en Robert Combas is niet onopgemerkt voorbijgegaan aan illustratoren als Valentine Edelmann, Boy Bastiaans, en ook niet aan Walter van Lotringen (van wie maar liefst tien werken zijn opgenomen).

Daarnaast zijn er natuurlijk ook mensen die "gewoon' ijselijk precies een auto met alle glimmers er op tekenen kunnen, en daar moeiteloos een lepelaar voor het exotische effect op zetten.

De kwaliteit van de wat raar tot stand gekomen doorsnee van Nederlandse illustratoren die in dit jaarboek gepresenteerd wordt, is niet slecht, dat mag wel worden geconcludeerd. Hopelijk verschijnt het volgende jaarboek in een iets gewijzigde formule, bijvoorbeeld met een "hors concours' sectie, zodat ook werk van Nederlandse illustratoren die niet aan de wedstrijd mee willen doen getoond kunnen worden. Want een goed idee blijft het, zo'n Nederlands illustratiejaarboek.