Duitsland tempert eigen vreugde

BONN, 16 jan. Het veelbesproken en geduchte woord Alleingang overschaduwde de vreugde van Duitse politici en commentaarschrijvers nogal. De echo's van de vrij algemene internationale kritiek op het recente Duitse vorpreschen in de Europese Gemeenschap bij de erkenning van Kroatië en Slovenië klonken gisteren, de dag waarop alle EG-landen besloten om het Duitse voorbeeld dan toch maar te volgen, dan ook door in wat eigenlijk een opgetogen media-gebeurtenis had moeten worden.

Op diverse televienetten werd, naast de vreugdevolle beelden - leve Kohl, leve Genscher, leve de Duitsers - uit de dankbare hoofdsteden Zagreb en Ljubljana (Laibach), nu ook wat meer dan de afgelopen weken en maanden aandacht gevraagd voor de geschiedenis en de daaruit verklaarbare Servische ressentimenten jegens hernieuwde Duits-Kroatische innigheid. Zonder omwegen werd ook gewezen op de Duits-Oostenrijkse greep op de Balkan voor de Eerste Wereldoorlog. En op de Tweede Wereldoorlog, waarin vele honderdduizenden Serviërs het leven verloren door toedoen van nazi-Duitsland en zijn Kroatische handlangers.

Waar vele Duitse media, en vooral de grote televisienetten ARD en ZDF, al maanden het grote Kroatische leed dagelijks in dramatische beelden naar de Duitse huiskamer hadden gebracht en al maanden geleden hoorbaar en zichtbaar partij hadden gekozen voor de diplomatieke erkenning van Kroatië (en Slovenië) ging het er gisteren vaak ongewoon genuanceerd aan toe. Dat werd misschien nog wel het duidelijkst in een ingelast ARD-interview met kanselier Helmut Kohl onder de titel Kleur bekennen.

Daarin werd Kohl namelijk rond het omineuze trefwoord “Alleingang” - nu eens uitgesproken met vraagteken dan weer met uitroepteken - kritisch ondervraagd over de Duitse politiek in de kwestie-Joegoslavië en de internationale reacties daarop. De beide bekende interviewers functioneerden daarmee ook in een enigszins ongewone rol. Want de ervaren heren Pleitgen en Mertes hadden de afgelopen maanden in feite geregeld aangedrongen op het soort Duitse actie die de EG-ministers van buitenlandse zaken midden december vorig jaar tenslotte knorrend en zuchtend door de bocht lieten gaan naar het standpunt van minister Hans-Dietrich Genscher. Een gebeurtenis die Kohl direct daarna op een CDU-congres in Dresden kwalificeerde als “een overwinning van de Duitse politiek”.

Kohl is op het ogenblik weer zeer on top. Hij doet het met zijn CDU sinds twee maanden goed in de opiniepeilingen, de maandenlange achterstand op de SPD is omgezet in een voorsprong. Kohls hoofdrol op de EG-top in Maastricht en zijn Joegoslavië-politiek hebben kennelijk indruk gemaakt op de kiezers. Misschien was het ook wel een beetje zó: wij Duitsers, nu verenigd en politiek zonder hypotheek, tegen de rest. Zo hadden niet alleen Duitse boulevardbladen, maar ook serieuze kranten als Die Welt en de Frankfurter Allgemeine, het geregeld voorgesteld.

Nu, de kanselier was niet van plan om (zijn) vreugd over de erkenning van Kroatië en Slovenië te laten bederven door de posterieure ingetogenheid van zijn interviewers. Alleingang? Maar heren, geen spráke van. We hebben weken en maanden met onze EG-partners overlegd en er ook steeds op gewezen dat we voor erkenning waren maar geen Duitse solo-actie wilden. En tenslotte hebben we hen kunnen overtuigen. We hebben uiteindelijk een heel nuttige bijdrage aan de Handlungsfähigkeit van de EG geleverd, zei de kanselier ernstig. Dat kon toch ook niet anders, nu er in het centrum van Europa al maanden een bloedige oorlog woedde? Duitsland zelf heeft door “het grote historische geluk van zijn hereniging” toch als geen ander land van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren geprofiteerd?

Bent u nu, of voelt u zich nu, de machtigste man van Europa, zoals het hier en daar heet, vroegen de interviewers ook nog. Nee, zei Kohl, bijna geërgerd, een Duitse politicus die zulke emoties ontwikkelt kent zijn geschiedenis niet en is ongeschikt voor zijn vak. “Als we de Europese Politieke Unie al hadden gehad, dááraan moet een Duitse kanselier werken, dan hadden we over deze kwestie niet eens hoeven te praten.”