Dertien hoge Italiaanse officieren worden verdacht van hoogverraad

ROME, 16 JAN. Dertien topofficieren van de Italiaanse luchtmacht worden verdacht van overtreding van de grondwet en hoogverraad, omdat zij bewijsmateriaal zouden hebben achtergehouden over de vliegramp in 1980 bij Ustica. In brede kring leeft het vermoeden dat deze ramp, met 81 doden, is veroorzaakt door een raket die bij vergissing is afgeschoten door een NAVO-gevechtsvliegtuig.

Onderzoeksrechter Rosario Priore heeft dertien zogeheten “juridische mededelingen” ondertekend waarmee de betrokken officieren er formeel van op de hoogte worden gesteld dat zij worden verdacht. Volgens Priore hebben deze officieren onjuiste en onvolledige informatie gegeven over de ramp, op 27 juni 1980. Een DC-9 op een lijnvlucht van Bologna naar Palermo stortte toen bij het eilandje Ustica, voor de kust van Sicilië, in zee.

Het is voor het eerst in de twaalf jaar juridisch onderzoek naar de vliegramp dat de luchtmachttop in het beklaagdenbankje wordt gezet. De associatie van familieleden van de slachtoffers, die probeert de waarheid boven water te halen, sprak van een belangrijke doorbraak. “De waarheid moet binnen de strijdkrachten worden gezocht”, zei Daria Bonfietti, voorzitter van de associatie.

Rechter Priore heeft de topofficieren overigens niet beschuldigd van betrokkenheid bij de ramp zelf. Een aantal van hen wordt verdacht van wat volgens de wet “een aanslag op de grondwettelijke organen” heet, omdat zij informatie hebben achtergehouden voor de politiek-verantwoordelijken. Anderen worden beschuldigd van valse getuigenissen.

Tot de verdachten behoort vrijwel de hele luchtmachttop uit 1980, onder wie stafchef generaal Lamberto Bartolucci. Ook generaal Franco Pisano, die in 1990 aftrad als stafchef, wordt door rechter Priore verdacht.

Het onderzoek naar de vliegramp is bijzonder moeizaam verlopen. De eerste jaren stond de hypothese van een bom of een materiaalfout centraal, een hypothese die steeds werd geopperd door de luchtmacht en die bijdroeg tot het faillissement van de maatschappij die de vlucht uitvoerde, Itavia. Pas na een paar jaar werden onderdelen van de DC-9 van de zeebodem geborgen. Deskundigen spraken daarna elkaar en soms zichzelf tegen over de oorzaak van de ramp. In 1990 is de rechter die de leiding had over het onderzoek, Vittorio Bucarelli, afgetreden na kritiek dat hij zijn werk niet goed deed. Bucarelli is toen opgevolgd door Priore. Deze heeft een groot deel van het onderzoek opnieuw gedaan en ontdekte onder andere dat op de avond van de ramp Amerikaanse vliegtuigen in het gebied waren.

Priore houdt zich ook bezig met een Libische MiG die is neergestort in de bergen van Calabrië, niet ver van Ustica. Volgens de officiële versie was dat drie weken na de vliegramp bij Ustica, maar hierbij zijn grote vraagtekens te zetten. Een van de hypotheses is dat de MiG op een of andere manier een rol speelde bij de vliegramp; mogelijk is de DC-9 getroffen door een raket die was bedoeld voor de Libische MiG.