Beheerste verzuiling

De essentie van het debat tussen Zijderveld/Lijphart en In 't Veld/Chavannes over het al dan niet subsidiëren of stimuleren van religieuze (niet: etnische) zuilen van immigranten draait om de vraag of het mogelijk dan wel waarschijnlijk is, dat onder bedoelde immigranten vrijwillige groepsvorming optreedt, zodat de individuele leden van een confessionele groep zich aaneensluiten om hun eigen religieus-sociale identiteit beter te kunnen beleven en daardoor makkelijker in de Nederlandse samenleving te kunnen integreren.

Als die vrijwilligheid gegarandeerd zou zijn, zouden de heren het waarschijnlijk gauw eens worden.

Maar iedereen weet nu te veel van de nationalistische achterbannen van de bedoelde immigrantengroepen: niet als individu maar als groep worden ze uit het buitenland gestimuleerd en (financieel) geholpen zich te organiseren. En datzelfde buitenland probeert die verzuild georganiseerde groepen dan te infiltreren en te gebruiken voor in onze ogen minder frisse doeleinden, die niet beperkt blijven tot het eenmalig vermoorden van een niet welgevallig schrijver. Om dit te voorkomen zal het beleid er primair op gericht moeten zijn, zulke infiltraties te voorkomen. Dat kan echter gezien de traditioneel hoge ondergrondse organisatiegraad van sommige culturen heel moeilijk worden: men riskeert voortdurend met voldongen feiten geconfronteerd te worden, die achter de schermen zorgvuldig werden voorbereid. Een nauwlettende geheime controle (met tegen-infiltratie) en een bewilligingsbeleid waarin het ingrijpen van de overheid als het ware is voorgeprogrammeerd, lijken dan onontkoombaar, maar dat collideert weer met onze democratische opvattingen.

Daarom is de grootste voorzichtigheid geboden bij het toelaten of stimuleren en subsidiëren van zulke religieuze zuilen. Het zou onverstandig en ondemocratisch zijn, zulke verzuilde organsiatievormen te verbieden of in het algemeen te verhinderen of tegen te werken, maar het is een essentiële plicht van de overheid dit proces met grote waakzaamheid te begeleiden. Anders zitten we, voor we het weten, ook hier met een Siddiqui of Keulse toestanden opgescheept en is het doel: integratie door verzuiling in zijn tegendeel verkeerd.