Bedrijf

Het was laat en ik was duf. De gastheer was zoals altijd rusteloos, jarig maar niet vrolijk. Fris als een hoen streek hij naast me neer om het eens echt over iets te hebben.

""Ik heb eens goed rondgekeken bij jullie tijdens de ouderavond. Ik vind het maar een rare toko.''

""Hoezo, Hans?'' vroeg ik, het ergste vrezend.

""Jullie moeten een school meer zien als een zaak, een bedrijf. Wat denk je, dat jullie produkt eigenlijk is?''

""Kennis?'' vroeg ik. Ik had gelijk: hier begon een gesprek.

""Nee, oen. Dat is net zo'n misverstand als bij de tv. Commerciële televisie produceert geen programma's maar kijkers. Want de klant van de tv is de zaak die bij hen de reclametijd betaalt. De klant betaalt voor kijkers. En wie betaalt er bij jullie?''

""Het rijk'', zei ik, ""ofwel de belastingbetaler, de ouders zou je kunnen zeggen''.

""Precies'', zei Hans, ""de ouder is jullie klant en dus is jullie produkt: slimme kinderen met diploma's. Jullie zijn een secundaire industrie. Je verwerkt een halffabrikaat, kinderen, en voegt er enige waarde aan toe. Denk maar aan de confectie-industrie. Die maken van textiel, het halffabrikaat, kleren. Nu goed doordenken.

Jullie grondstof is kinderen. De grondstof kost niets, die wordt door de klant geleverd. Als je niet genoeg klanten hebt, heb je geen grondstof en geen inkomsten. De kwaliteit van de grondstof wisselt, maar is bestuurbaar met het toelatingsbeleid. Dat is linke soep. Als je voor een goede kwaliteit grondstof zorgt, heb je geen klanten, dus geen handel. Laat je iedereen toe, dan is de grondstof van slechte kwaliteit. Dat breekt je in je produktieproces op.

Het is geen kapitaalsintensieve industrie. Je hebt alleen een school nodig. Het is juist arbeidsintensief. Tijd om te automatiseren! Kijk eens naar je gereedschap: boeken, schriften, schrijfgerei, bord, krijt. Dat is toch een lachertje.''

""Maar we hebben ook overhead projectoren, computers, kopieermachines, laboratoriumapparatuur, hoor'' mompelde ik. Hans was al verder.

""Jullie organisatiestructuur is zo plat als een dubbeltje. Dat betekent vergaande delegatie, maar ook weinig controle. Begin je het door te krijgen?''

Ik dreigde enthousiast te worden. Zo was het. Een fabriek, een leerfabriek.

""Maar jullie maken er een grote puinhoop van'', zei Hans. Zie je wel, dit eindigt met hoofdpijn, dacht ik.

""Laten we enkele eenvoudige management instrumenten loslaten op die tent. Wat doen jullie aan kostprijsbeheersing? Niets, want ouders betalen op alle scholen dezelfde prijs. Hoe zit het met de doorlooptijd van je produkt? Proberen jullie het zitten blijven in bedwang te houden op een georganiseerde manier? Nee, want de grondstof kost niets. Maar je klanten zijn daar niet blij mee, hoor. Hoe zit het met de kwaliteitscontrole? Koop jij een broek zonder knopen? Nee, want ieder confectiebedrijf weet dat broeken zonder knopen niet te verkopen zijn. Hoe is dat met jullie leerlingen? Je frot ze door het examen door met schoolonderzoeken te rommelen, maar kunnen ze eigenlijk iets, als ze het diploma krijgen?''

Ik werd hier moe van. Maar Hans was klaarwakker en niet meer te stuiten. ""Doen jullie aan bijscholing van je personeel, hoeveel procent van het budget wordt daarvoor opzij gezet? Wat is je rendement? Hoeveel procent van je grondstof, je leerlingen, komt kant en klaar, dus met diploma, uit jullie zaak? Is er enige diversificatie? Probeer je wel eens een ander produkt te maken?''

""Hans, ik wil naar bed'', zuchtte ik, ""morgenochtend heb ik H3c en die zijn zelfs het eerste uur niet te houden.''

""Weet je hoe dat heet?'' gilde Hans, ""slechte procesbeheersing!''