Automatisering is in een pijnlijke pauze beland

De Nederlandse automatiseringsbranche zit in de problemen. Zelfs de Amerikaanse marktleider IBM maakt nu verlies. De markt is verzadigd en er moet een pijnlijke pauze worden ingelast.

Er is zwaar weer op komst voor de Nederlandse automatiseringsbranche. 1991 Was al een slecht jaar en 1992 zal niet veel beter worden. Reorganisaties zijn aan de orde van de dag. Bij Digital Nederland, traditioneel sterk gericht op de verkoop van computers aan grote ondernemingen, moeten tweehonderd arbeidsplaatsen verdwijnen. Ook bij IBM en automatiseerder Raet sneuvelen banen. Enkele bedrijven hebben de automatiseringscrisis niet eens overleefd: pc-dealer Verhagen is failliet gegaan, evenals pc-distributeur Infotheek (vandaag failliet verklaard) en het Goudse softwarehuis Topdata. Het Bossche automatiseringsconcern HCS gaat al maanden gebukt onder een hoge schuldenlast. En het noodlijdende automatiseringsfonds Newtron Holding verdwijnt binnen enkele weken van de Amsterdamse effectenbeurs.

De problemen reiken verder dan Nederland. Zo zal de mammoet IBM later vandaag voor het eerst in zijn tachtigjarige geschiedenis over het afgelopen kwartaal verlies moeten melden.

Allianties en permanente innovatie worden gezien als de belangrijkste maatregelen om de krimpende marges het hoofd te bieden. “Ik vrees dat de crisis nog wel enige tijd zal aanhouden”, zegt bestuursvoorzitter Rik Jaeken van het Goudse softwarebedrijf Multihouse. “De markt is verzadigd. Apparatuur en software zijn nog niet aan vervanging toe. We zullen een pauze moeten inlassen. Ik ben daar eerlijk gezegd niet rouwig om: hopelijk komt de automatiseringsbranche er nu eindelijk eens aan toe om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren.”

“Ik wist vijftien jaar geleden al dat het mis zou gaan”, zegt directeur Eckart Wintzen van het Utrechtse softwarehuis BSO-Origin. “Ik heb nog meegemaakt dat een elektronische calculator 4500 gulden kostte; tegenwoordig krijg je die dingen bij de waspoeder. Met computers is het niet anders gegaan: iedereen kan bij wijze van spreken zo'n ding maken. En doordat computers alsmaar goedkoper worden, komen er steeds meer aanbieders op de markt. Computers zijn een handelsartikel geworden. Daarom zijn we met BSO ook nooit in die hardwaremarkt gestapt.”

Peter Bos, directeur marketing en verkoop van Digital Nederland, wil het woord crisis niet horen. “Er lijkt een einde gekomen aan de gewenning aan hoge groeicijfers van twintig à dertig procent, maar dat geeft alleen maar aan dat de markt volwassen geworden is. We zijn tijdelijk in rustiger vaarwater beland.”

De meeste automatiseringsbedrijven beleefden hun bloei in de eerste helft van de jaren tachtig. Velen zochten een notering aan de Amsterdamse effectenbeurs om nog groter te groeien. Er moest veel geld worden aangetrokken om de hoge verwachtingen waar te maken en om te kunnen blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ondernemingen als Volmac, Tulip, Getronics, HCS en Multihouse gingen dan ook op het overnamepad. Ontbrekende kennisgebieden moesten worden aangevuld zodat men in de toekomst een pakket van "totaaloplossingen' kon bieden. Even leken de bomen tot in de hemel te groeien, maar al gauw werd duidelijk dat het diversificatieproces toch niet helemaal zonder problemen was verlopen. Vond de automatiseringsbranche in de jaren tachtig nog een willige markt; in de eerste helft van 1991 was de omzetgroei al met twintig procent afgenomen. Het ziet er niet naar uit dat de markt zich op het oude niveau zal herstellen. De groeicurve laat een scherpe daling zien: van zeven procent in 1991 tot vermoedelijk vier procent in '92. In 1989 was de verwachting dat de groei zich rond de tien procent zou stabiliseren.

Zoiets komt hard aan in een bedrijfstak met een omzet van veertien à vijftien miljard gulden per jaar. Zo langzamerhand begint de bedrijfstak zich dan ook te realiseren dat er fouten zijn gemaakt, zowel bij de leverancier als bij de klant. “Er is enorm geïnvesteerd in de ontwikkeling van standaardsoftware, terwijl de vraag naar maatwerkprogrammatuur bijna even groot is”, zegt drs. John J. Borking, directeur van de Branchevereniging voor Informatietechnologie COSSO.

Pag 20:

Kosten automatisering lopen vaak uit de hand

In de automatisering zou ook het fusie- en overnamespel veel te roekeloos zijn gespeeld. “Sommige van de overgenomen ondernemingen pasten helemaal niet bij de bedrijfscultuur”, weet Jaeken van Multihouse. “Enkele weken geleden nog kreeg ik de aandelen van een computerbedrijf in de grafische sector aangeboden tegen een zeer gunstige koers. Ik heb het bod afgeslagen, want het staat te ver van onze activiteiten af. Als je alles tegelijk wilt doen, komt je nooit tot een apparaat met voldoende kennis.”

De marktpositie kan alleen worden behouden door verregaande specialisatie, zo meent Jaeken. Een goed voorbeeld is het Utrechtse softwarehuis Volmac, dat dit jaar zal worden opgesplitst in elf onderdelen met een elk een eigen specialisme (op het gebied van banken, voedselindustrie, handel en transport), marktstrategie en budgettering. Bestuursvoorzitter G.G. Dohmen van Volmac spreekt over "materiedeskundigheid'. “We hebben”, lacht zijn persvoorlichter, “op termijn ook verstand van verzekeren”. “De markt vraagt om meer gerichte kennis”, zegt Dohmen. “Vroeger redeneerden we vanuit de technologie: welke systemen moesten worden geïnstalleerd? Tegenwoordig kijken we naar de aard van de informatie.”

Het onder automatiseerders populaire concept van "one stop shopping' - software-ontwikkeling, technologiebeheer en organisatieadvies onder één dak - zal niet verdwijnen omdat volgens Dohmen “de klant om onze deskundigheid vraagt en wij niet graag zien dat klanten voor onze neus worden weggekaapt.” Zijn collega Jaeken van Multihouse vindt echter dat er keuzes moeten worden gemaakt. “Bij sommige bedrijven maken implementatie en organisatieadvies deel uit van hetzelfde concept. Natuurlijk zijn er automatiseerders die uitstekende organisatieadviezen kunnen geven, maar naar mijn gevoel is dat toch eerder een taak voor ondernemingen als KPMG Kleynveld. De dienstverlening op dit gebied is niet overal even optimaal.”

Bedrijfsleven en overheid zijn inderdaad niet altijd erg te spreken over de dienstverlening van de automatiseerders. Ton Soetekouw, lid van de raad van bestuur van de Internationale Nederlanden Groep (ING) en jarenlang automatiseringsdeskundige bij de NMB, gooide onlangs de knuppel in het hoenderhok door te stellen dat automatisering niet tot produktiviteitsstijging, maar juist tot produktiviteitsverlies zou leiden. De kosten van automatisering zouden veel hoger zijn dan door de automatiseerders wordt voorgespiegeld.

De branche ontkent niet dat de uitgaven steeds hoger worden, banken en verzekeringsbedrijven geven bijna vijftien procent van hun omzet uit aan informatietechnologie. “Men maakt met een factor tien méér gebruik van informatiesystemen dan vroeger”, zegt G.G. Dohmen van Volmac. “Ging het tien jaar geleden nog hoofdzakelijk om administratiesystemen, tegenwoordig verstaat men onder automatisering een kluwen van in elkaar grijpende systemen, waarbij gegevens via netwerken worden uitgewisseld. Bedrijven kunnen deze ontwikkelingen moeilijk negeren, zeker als je automatisering als concurrentiewapen hanteert. Soetekouw maakt mij niet wijs dat de informatietechnologie contra-produktief is. Niemand schrijft toch meer een brief met een typemachine en een flesje Tipp-Ex? Maar ik begrijp zijn frustratie wel: door de aanhoudende investeringen krijgen bedrijven steeds vaker het gevoel dat zij aan een wedloop zijn begonnen waar maar geen einde aan lijkt te komen.”

Het is niet de eerste keer dat het bedrijfsleven zijn ontevredenheid uit. Uit een "verkennend kwalitatief onderzoek' dat het Instituut voor Sociale Kommunikatie en Marktonderzoek (ISK) drie jaar geleden in opdracht van Nokia Data heeft uitgevoerd, bleek dat maar liefst driekwart van de Nederlandse bedrijven en organisaties spijt had van de wijze waarop men geautomatiseerd heeft. Hardware-leveranciers zouden zich "arrogant' opstellen, de contactpersonen zouden systemen verkopen waarvan zij nauwelijks verstand hebben en bij de bedrijven zelf ontbrak veelal een integraal automatiseringsplan.

Een jaar geleden concludeerde drs. L.E. Groosman van het Nederlands Genootschap voor Informatica dat Nederland geen benul heeft van informatietechnologie en veel ondernemers met oogkleppen op de toekomst tegemoet gaan. Het probleem is dat de verantwoordelijkheid voor de informatietechnologie bij bedrijven vaak wordt gedelegeerd, terwijl die technologie bedrijven in staat stelt om het werk volledig anders te organiseren.

Voor de automatiseringsbranche komt de kritiek van het bedrijfsleven - terecht of onterecht - zeer ongelegen. Het is nog maar de vraag of automatiseringsbedrijven de kans krijgen om hun marktaandeel in alle rust te vergroten. Bestuursvoorzitter Rik Jaeken van Multihouse vreest zelfs dat de markt op den duur "uiterst turbulent' zal worden: “Een belangrijk deel van het personeel dat nu op straat wordt gezet zal waarschijnlijk voor zichzelf beginnen. Hoewel een aantal erin zal slagen om niches in de markt te vinden, ben ik toch bang dat honderden mensen zich uiteindelijk volledig uit de automatiseringsbranche zullen moeten terugtrekken, met alle consequenties van dien voor opleidingen en dergelijke.”

Jaeken verwacht dat vooral pioniers het moeilijk zullen krijgen. Geavanceerde ontwikkelingen als parallelle computers, die meerdere rekentaken tegelijk verrichten, maken volgens hem weinig kans meer omdat de markt volgens de Multihouse-topman op weg is naar "standaardisatie van bestaande marktbegrippen.'

BSO-directeur Wintzen ziet innovatie echter als de belangrijkste drijfveer van de markt. “Met noviteiten moet je uitkijken, maar de branche is zich daarvan terdege bewust. We verdiepen ons steeds meer in de psyche van de gebruiker. Nieuwe ontwikkelingen worden daarop afgestemd. Ik ben ervan overtuigd dat multi-media-toepassingen (combinatie van computer-, geluid- en beeldtechnologie - JL.) in de automatisering een steeds grotere rol zullen gaan spelen. Bestaande databanken kunnen straks worden aangevuld met beeldbestanden zodat met één druk op de knop alle verschenen literatuur, illustraties en televisiebeelden over een bepaald onderwerp kunnen worden opgeroepen. Multimedia vormt op dit moment nog geen drie procent van onze omzet, maar binnen zeven jaar moet dat aandeel tot minstens dertig procent zijn opgelopen.'

Ook Peter Bos van Digital Nederland gelooft dat nieuwe toepassingen de markt weer zouden kunnen stimuleren: “Op dit moment blijft de software duidelijk achter bij de alsmaar groeiende verwerkingscapaciteit van de hardware. Ik denk dat de markt pas weer zal aantrekken als men de applicatie-achterstand heeft ingelopen.”

Softwarebedrijven werken momenteel hard aan een nieuw soort programmatuur (object oriented software), waarmee nieuwe programma's sneller kunnen worden ontwikkeld en bestaande software makkelijker kan worden herschreven. De ontwikkelings- en onderhoudskosten zouden hierdoor fors kunnen worden verlaagd.

De hardwarebedrijven hebben hun hoop gevestigd op de automatisering van het midden- en kleinbedrijf. Die markt wordt voor heel Europa geraamd op zeventien miljard dollar. Om die reden heeft Digital, 's werelds grootste leverancier van computernetwerken, programmatuur en diensten, reeds in november een heel nieuwe onderneming opgericht, Digital Equipment Enterprise (DEE), met vestigingen in de meeste Europese landen.

Pier Carlo Falotti, president van Digital in Europa, meent dat de omzetgroei in deze sector circa drie maal zo groot is als in elk ander deel van de markt. “In Nederland vormt het midden- en kleinbedrijf de helft van de markt voor informatietechnologie”, zegt Peter Bos van Digital. “De groei van de bestedingen ligt daar veel hoger dan bij de tweehonderd grootste bedrijven. Zeker nu het met de economie wat minder goed gaat, stellen grote ondernemingen nieuwe investeringen in de automatisering al gauw zes maanden uit. Het midden- en kleinbedrijf bevindt zich nog in een beginfase van automatisering.”

Andere ondernemingen mikken op het onderhoud en beheer van automatiseringscentra van bedrijven en instellingen. De strategie is om minder afhankelijk te worden van de verkoop van hardware- en softwareprodukten.

Een andere weg die - zij het nog schoorvoetend - bewandeld wordt, is internationalisatie. John J. Borking, directeur van de COSSO, verwacht dat met het verdwijnen van de grenzen steeds meer Nederlandse automatiseerders in andere Europese landen actief zullen worden. Nederlandse bedrijven staan zeer sterk. Gemeten naar het BNP geeft Nederland veel meer aan automatisering uitdan bij voorbeeld België en Denemarken. Buitenlandse dochters in Nederland doen het vaak beter dan zusterbedrijven elders in Europa. Op dit moment bedraagt de "export' echter nog geen drie procent van de omzet. Borking: “Automatiseringsdiensten zijn niet zo makkelijk te exporteren, je zult dan ook erg veel mensen moeten inzetten. Maar de wil is er. En vooral Oost-Europa biedt grote kansen.”

Tot nu toe is internationalisatie geen groot succes geworden. Pogingen van Volmac om een internationaal netwerk op te zetten onder de naam World Software Group (WSG) zijn mislukt. Alleen Cap Gemini Sogeti en in mindere mate BSO zijn actief in het buitenland. “Internationalisatie bereik je niet door het in het wilde weg buitenlandse bedrijven op te kopen”, zegt G.G. Dohmen van Volmac. “Ik denk in dit verband eerder aan het opzetten van netwerken met andere ondernemingen.”

Of dat ook zal gaan gebeuren is echter nog de vraag. De winstgevendheid van de meeste automatiseerders staat onder grote druk. Multihouse heeft in 1991 een winst van twee miljoen gulden behaald, wat volgens bestuursvoorzitter Jaeken absoluut te weinig is op een omzet van 145 miljoen gulden. De winstval bij Volmac is vermoedelijk vijftien procent. Het neemt niet weg dat de meeste automatiseerders hun marktaandeel willen vergroten. Raet nam onlangs de activiteiten over van het Groningse Cevan, dat automatiseringsdiensten aan 72 gemeenten in de drie noordelijke provincies verleent. Het Britse CMG, dat een belangrijk deel van zijn omzet in Nederland realiseert, overweegt op lange termijn een beursnotering.

De nieuwe situatie vereist volgens Jaeken van Multihouse echter een "stabieler beleid'. Er zal voorzichtiger gemanoeuvreerd moeten worden. Dat is maar goed ook, want in tijden van algehele euforie bleek het voorspellend vermogen van de automatiseringsindustrie lachwekkend gering. “We kunnen in deze branche moeilijk tien jaar vooruit kijken”, zegt Eckart Wintzen van BSO. “Daarom moet je een organisatievorm zien te vinden die tijdig op de veranderingen inspeelt. Flexibiliteit, een open oog voor geboden kansen en een klantgerichte aanpak zijn de kernwoorden voor organisaties die in de toekomst succes willen boeken.”