Athene wacht in spanning op uitspraak proces-Koskotás; Proces wordt na negen maanden vandaag om zes uur afgesloten

ATHENE, 16 JAN. Tenzij op het laatste moment nog tot enkele dagen uitstel wordt besloten, zou vanmiddag om zes uur de uitspraak vallen in het proces-Koskotás, dat een bijzondere, dertienkoppige rechtbank negen maanden heeft beziggehouden. De verdere gang van zaken in de Griekse politiek hangt daar voor een groot deel vanaf.

Verdachten, op beschuldiging van betrokkenheid bij het schandaal rondom de Bank van Kreta, waren de socialistische oud-premier Andreas Papandreou (72), die niet verscheen, en twee van zijn vroegere ministers. Een derde, voormalig vice-premier Agamemnon Koutsóyorgas, is inmiddels overleden, na een dramatische instorting op het proces. Hij was de man tegen wie zich het meest bezwarende bewijsmateriaal had opgehoopt.

Dat tegen de andere drie heeft de publieke opinie, die dag in dag uit het proces op de televisie kon volgen, niet kunnen overtuigen. Dat komt voor een groot deel doordat de centrale figuur in het schandaal, de 36-jarige bankdirecteur George Koskotás, die later in een eigen proces wegens fraude zal moeten terechtstaan, als getuige à charge een reeks beschuldigingen opdiste die hij niet kon bewijzen en waarvan er enkele als onwaar konden worden ontmaskerd.

Niet alleen ter linker zijde, ook van rechts wordt toegegeven dat het een tactische fout was vooraf zoveel gewicht toe te kennen aan Koskotás' getuigenissen. Deze betroffen voornamelijk omkoping, en de schilderachtige types die met, deels tegenstrijdige, verhalen kwamen betreffende het transport van 90 miljoen drachmen (900.000 gulden) in een luierdoos, verzwakten dit deel van de aanklacht verder.

Een ander punt van beschuldiging betrof het op grote schaal storten van gelden van de staatsbedrijven op Koskotás' Bank van Kreta, toen reeds duidelijk was dat deze zich in moeilijkheden bevond. Het zou geen verbazing wekken als Papandreou hieraan schuldig zou worden bevonden, iets waar twee van de drie aanklagers, allebei van de rechtse regeringspartij Nieuwe Democratie, op aandringen.

Op grond van de bijzondere en aanvankelijk parlementaire procedure zijn de aanklagers alle drie afgevaardigden. De derde, van de Alliantie van Links en Vooruitgang - die zich inmiddels bijna helemaal van het proces heeft gedistantieerd - heeft voor Papandreou op alle punten vrijspraak gevraagd, al dan niet wegens gebrek aan bewijs.

Deze aanklager, die met zijn verhoren en requisitoir de meeste indruk op het publiek heeft gemaakt, vroeg ook vrijspraak voor de andere twee. Velen achten het mogelijk dat Papandreou en zijn minister van verkeer Petsos inderdaad vrijspraak krijgen, maar dat oud-minister van financiën Tsovólas veroordeeld wordt wegens de wat ongebruikelijke schikking die hij met een hoteleigenaar had getroffen betreffende diens schulden aan de fiscus.

De luidruchtige Tsovólas, die bijna alle zittingen bijwoonde, is door zijn optreden de held geworden voor de populistische vleugel van de socialistische partij (PASOK). Deze wil grote demonstraties beleggen voor het geval hij wordt veroordeeld. Reeds heeft hij zelf op Atheense pleinen enkele menigten toegesproken. “Niet dan over mijn lijk zal veroordeling plaatshebben”, riep hij daar, “en dat meen ik.”

Mocht echter ook Papandreou worden veroordeeld, dan zal de PASOK in haar geheel, naar zij reeds heeft aangekondigd, zorgen voor een “aardbeving” in het hele land. Het volk “dat immers in overgrote meerderheid van zijn onschuld is overtuigd” zal dan op grote schaal in het geweer worden gebracht, en waarschijnlijk ook voor een mars van Papandreous woning in de randgemeente Ekali naar het parlementsgebouw, naar het voorbeeld van de miljoenenmars ten gunste van zijn vader George in 1965.

Als de veroordeling gepaard gaat met verlies van politieke rechten, zodat Papandreou en Tsovólas uit het parlement weg moeten, zullen ook de plaatsvervangers in het betreffende district (Piraeus) zich terugtrekken van de lijst, zodat daar tussentijdse verkiezingen moeten worden gehouden. Dit alles leest men in het met Papandreou dwepende, populistische dagblad Avriani (Krant van Morgen), dat eergisteren uitkwam met als kop over de hele voorpagina “Wee het land”.

Een andere ontknoping zou eruit kunnen bestaan dat de misdrijven waarvan de drie worden beschuldigd op de laatste procesdag alsnog verjaard worden verklaard. De strengste van de twee rechtse aanklagers heeft daar, merkwaardig genoeg, in zijn requisitoir voor gepleit. Het zou een enorme anticlimax zijn, maar het politieke klimaat in Griekenland wel ten goede komen.