Alternatief plan voor hulp aan Rusland: stuur zaden

HILVERSUM, 16 JAN. Stuur de Russen in plaats van levensmiddelenpakketten "halfprodukten' als zaden en granen waarmee ze zelf thuis voedsel kunnen maken. Dat vergemakkelijkt het transport, vermindert de kans op diefstal en het helpt de Russen behalve aan voedsel ook aan zelfrespect. Dat is kort samengevat het plan van de Hilversumse ondernemer F. Matser.

Matser, voorzitter van de door hemzelf opgerichte stichting Mensen voor Mensen, omschrijft zichzelf als “initiator van spirituele en humanitaire projecten, afkomstig uit de ondernemerswereld”. Hij was een groot deel van zijn leven actief als project-ontwikkelaar. Directeur van zijn stichting is L. van Oyen, voormalig lid van de raad van bestuur van HIJ herenmode.

Matser heeft zijn plan vorige maand in Moskou bedacht na ontmoetingen met onder anderen burgemeester Popov en oud-minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze. Deze week heeft hij het toegestuurd aan het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. Vandaag vertrekt stichtingsdirecteur Van Oyen voor overleg naar Moskou om vervolgens door te reizen naar Washington. Daar woont hij op 22 en 23 januari de internationale conferentie bij over de hulp aan de voormalige Sovjet-Unie.

Matser vertelt op zijn idee te zijn gekomen toen hij in Rusland zag hoe moeizaam de hulpverlening vanuit het Westen verloopt. Eerder deze maand verschenen er berichten in met name de Duitse en Britse pers dat hulpgoederen worden gestolen en dit wordt door Matser bevestigd: “Zo gauw je iets van waarde brengt wordt erom gevochten. De aasgieren cirkelen eromheen. Je moet heel goed opletten.”

Verder constateerde Matser “dat het zelfvertrouwen van de Russen is gezonken” en dat noopt volgens hem tot een andere wijze van hulpverlening dan alleen het sturen van levensmiddelen. “De democratische revolutie mag niet worden gefrustreerd door lege magen. Maar we moeten de mensen ook helpen hun eigen kracht terug te winnen.”

De oplossing is volgens hem het sturen van grondstoffen waarmee iedereen zelf aan de slag kan. “Mijn eerste gedachte was: tuinkers! Je legt een zaadje op een nylonkous in de vensterbank, geeft het elke dag water en drie dagen later kun je al oogsten.”

Matser stelt voor dat het Westen zaden, granen, bonen, suiker, zout, olie en dergelijke stuurt. Dit kan in grote partijen tegelijk en met minder transportproblemen dan het zenden van levensmiddelen. De goederen moeten in Rusland worden verdeeld vanuit grote loodsen verspreid over het land, waarbij de plaatselijke autoriteiten worden bijgestaan door NAVO-militairen. Met een voorlichtingscampagne via radio en televisie moet de bevolking worden geïnformeerd over waar ze wat kan afhalen, en vooral over hoe ze daarvan thuis met eenvoudige middelen voedsel kan kweken, koken en/of bakken. Aan een bord, katoen, licht, water en warmte hebben sommige zaden en peulvruchten al genoeg. Eventueel kunnen de grondstoffen uit het Westen tegen een zacht prijsje worden verkocht.

“Het gaat erom de Rus die gewend is urenlang in de rij te staan zijn eigenmacht terug te geven. Die krijgt hij door zelf in zijn eigen huis van de halfprodukten eindprodukten te maken”, betoogt Matser. Hij verwacht wel dat het moeilijk zal zijn bij de Russen de benodigde “mentaliteitsverandering” te kweken, maar dat gaat Van Oyen nu juist bespreken met onder anderen vertegenwoordigers van de Russische media.

“De groep rondom Sjevardnadze” heeft volgens Matser zijn medewerking aan het plan toegezegd. Ook het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag heeft het positief ontvangen, bevestigt een woordvoerder van het ministerie desgevraagd. Omdat de coördinatie van de voedselhulp in handen is van de Europese Commissie heeft Den Haag het Matser-plan inmiddels naar Brussel doorgestuurd. “We hebben het doorgestuurd met een positief advies: neem dit in overweging en kijk of het is uit te voeren.”