Alders dreigt kunstofindustrie met heffingen

DEN HAAG, 16 JAN. De kunststofindustrie moet zelf snel maatregelen nemen tegen de groeiende afvalberg, anders grijpt minister Alders (milieubeheer) in. Het verbieden van sommige produkten of het leggen van heffingen op grondstoffen is dan niet uitgesloten.

De minister sprak dit dreigement gisteren uit in Beek waar hij de capaciteitsuitbreiding van recyclingsbedrijf Reko in gebruik stelde. Alders liet zijn ontevredenheid over de wijze waarop de kunststofindustrie met afval omgaat, duidelijk blijken. “De tijd is voorbij dat de kunststofindustrie met de armen over elkaar de situatie kan gadeslaan en kan roepen dat het niet haar verantwoordelijkheid is.”

Binnen vier maanden moeten volgens de minister concrete afspraken zijn gemaakt voor kunststofafval voorzover dat afkomstig is uit de industrie en de land- en tuinbouw. Deze afspraken zijn volgens Alders “beslist noodzakelijk”. In de loop van dit jaar en in 1993 wil hij soortgelijke afspraken maken voor kunstofafval uit kantoren, winkels, diensten en huishoudens. Hij herinnerde eraan dat de producent verantwoordelijk is voor zijn produkt “van de wieg tot het graf”, dus ook op het moment dat het tot afval is verworden. Volgens de minister dreigt de hoeveelheid kunststofafval tot 2000 jaarlijks met vier procent te stijgen van 300.000 ton in 1986 tot 460.000 ton omstreeks de eeuwwisseling. Dat is een toeneming die driemaal zo groot is als voorzien voor de gemiddelde groei van afval.

In Nederland wordt 15 procent van het kunststofafval (inclusief verpakkingen) opnieuw verwerkt. De rest komt op de afvalberg. Recent heeft een aantal recyclingsbedrijven surséance van betaling moeten aanvragen of is failliet gegaan bij gebrek aan voldoende aanbod. Een belangrijke oorzaak is volgens Alders de lage prijs van primaire grondstoffen, waardoor hergebruik of herverwerking niet snel rendabel is. Dat is een reden voor de minister een (regulerende) heffing op primaire grondstoffen te overwegen.

Alders zette uiteen dat zijn beleid voor het afval gericht blijft op het maken van afspraken met bedrijven en tegelijkertijd te beginnen met de voorbereiding van wet- en regelgeving. Voor dat laatste is een voorbereidingstijd van anderhalf à twee jaar nodig; die periode kan de industrie benutten om zelf plannen uit te werken. Als die goed genoeg zijn kunnen ze leiden tot wijziging of uitstel van de wettelijke regels.

Inmiddels heeft Alders met de autobranche dergelijke afspraken gemaakt over autowrakken.