Voorzitter Kamer van Koophandel Limburg haalt uit naar kabinet

HEERLEN, 15 JAN. Voorzitter ir. H. W. Schiffelers van de Kamer van Koophandel voor de Mijnstreek heeft gisteren in zijn nieuwjaarstoespraak ongewoon scherp uitgehaald naar het kabinet dat volgens hem Limburg in de steek laat en “helaas niet verder lijkt te kijken dan zijn Haagse burelen.” “Voor deze regering”, aldus Schiffelers, “houdt Nederland kennelijk op bij de Bijlmermeer en het Botlekgebied.”

Schiffelers, een voormalige mijndirecteur en laatstelijk directeur van het uit de mijnindustrie stammende Fonds voor sociale instellingen, meent dat hij ook uit naam van de provinciale bestuurders zijn stem moet verheffen, “zodat ons straks niet het verwijt kan worden gemaakt dat we ons als de zoon van Abraham willoos naar de brandstapel lieten voeren. Dat offer ging op het laatst door tussenkomst van Onze Lieve Heer ook niet door. Ik heb op dit moment”, aldus Schiffelers, “minder vertrouwen in dit kabinet dan Abraham had in de Heer.”

Schiffelers meent dat het kabinet op allerlei manieren Limburg in de steek laat. In dit verband wijst hij op het nog steeds niet aanleggen van de autoweg tussen Maasbracht en Venlo, de perikelen rond de nog altijd niet gerealiseerde oost-westbaan op het vliegveld Beek, de kans dat de Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie van Landbouw van Kerkrade naar het midden van het land verhuist, het verdwijnen van de draf- en renbaan in Schaesberg (gem. Landgraaf) en het voornemen van minister H. d'Ancona (cultuur) om het Limburgs Symphonieorkest (LSO) op te heffen. “Dat gaat zo maar met een pennestreek van foesiekato, in duidelijk Nederlands: naar de kloten, terwijl er in de Randstad zoveel gesubsidieerde muziekgezelschappen op een kluitje zitten dat ze niet te hard moeten spelen willen ze elkaar niet omblazen. Het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid”, aldus Schiffelers, “kan alleen slagen als een gebied ook cultureel gezien hoge kwaliteit kan bieden en die kansen worden ons, als we onze stem niet krachtig verheffen, ontnomen.”

Volgens Schiffelers is het een misverstand te menen dat Limburg ruim 25 jaar na het begin van de mijnsluitingen de naweeën van dit ingrijpende herstructureringsproces te boven is. “Niettemin wordt de geldstroom in het kader van de Perspectievennota Limburg gestopt en worden subsidies, die bedrijfsvestigingen aantrekkelijk maken, ingetrokken. In de grensstreek komen de gevolgen daarvan des te harder aan omdat de bedrijven naar België of Duitsland vluchten, waar ze wel over investeringspremies kunnen beschikken.”

Schiffelers meent dat hij de onvrede van veel Limburgers heeft verwoord en zegt dat zijn gehoor gisteren in Heerlen volmondig met zijn kritiek heeft ingestemd. “Als je dit soort geluiden laat horen, loop je al snel het gevaar te worden uitgemaakt voor een gefrustreerde regionaal. Ik bèn ook een regionaal, maar dan eentje die zich zorgen maakt over de ontwikkelingen in de regio, die hem aan het hart gaat. Dit kabinet associeert zich te zeer met het gebied waarop het vanuit zijn kantoren toevallig uitzicht heeft. Maar van een nationale regering mag worden verwacht dat ze de belangen van het hele land behartigt. Wij als Limburgers zijn net zo'n goede of slechte belastingbetalers als andere Nederlanders”, aldus Schiffelers, die in persoonlijke brieven aan kabinet en fractievoorzitters zijn onvrede zal ventileren.