Vijfkoppig leiderschap in Algerije

ALGIERS, 15 JAN. Algerije heeft gisteravond een vijfkoppig presidentschap gekregen, in de vorm van een nieuw en nergens in de grondwet genoemd instituut: de Hoge Staatsraad.

In deze Raad zitten, onder toezicht van een generaal, twee mensen die een belangrijke rol speelden in de geschiedenis van Algerije, één man die de islam vertegenwoordigt en één beschermer van de mensenrechten, allen zeer respectabele figuren. Gezamenlijk krijgen zij de zeggenschap over de strijdkrachten en over de regering. Als één van hen overlijdt, zullen de andere vier zijn opvolger benoemen. De Staatsraad zal worden bijgestaan door een raadgevend lichaam, waarin prominente intellectuelen worden benoemd. De regering van premier Sid Ahmed Ghozali blijft aan, met een paar wijzigingen, en zal radicale economische hervormingen invoeren.

De formele leiding van de Hoge Staatsraad krijgt Mohamed Boudiaf, één van de zes "historische' leiders van het onafhankelijkheidsbeweging FLN. Maar de belangrijkste stem heeft de minister van defensie Khaled Nezzar, een technocraat en een uitgesproken voorstander van democratische hervormingen.

De andere drie leden van de Raad zijn:

De huidige minister voor de mensenrechten, Ali Haroun, advocaat van beroep. In augustus werkte hij in een geleend kantoor van het ministerie van sociale zaken met één geleende secretaresse en een geleende typemachine. Zijn personeel bestond uit drie vrijwilligers die geen salaris ontvingen omdat het ministerie nog geen budget had. Wijzend op zijn aktentas zei hij met een glimlach: “Dit is thans mijn ministerie.”

De voorzitter van de Organisatie van Oud-strijders, Ali Kafi, oud-gediende in het FLN en ex-ambassadeur in diverse Arabische hoofdsteden. Hij werd als lid van de Hoge Staatsraad benoemd, zogenaamd als vertegenwoordiger van het FLN. De Moudjahidin, de oud-strijders uit de onafhankelijkheidsoorlog, hebben dankzij de mythologie die het FLN verspreidde, een onevenredig aandeel gekregen in de macht en de rijkdommen van Algerije. Het is de bedoeling hun invloed sterk terug te dringen - reden voor een deel van het FLN om zich tegen de fluwelen staatsgreep te keren.

Pag 4:

Nieuwe leiders tegen FIS en FLN

De rector van de moskee in Parijs, Haddam Tedjini, een cardioloog die theologie heeft gestudeerd en bekend als een liberaal denkende figuur. Zijn taak wordt het om het nieuwe bewind aan de islamitische wereld binnen en buiten Algerije te verkopen.

Zij allen hebben zich tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk verdienstelijk gemaakt en - met uitzondering van Mohamed Boudiaf - talloze functies in vroegere regeringen bekleed. Maar zij worden niet geassocieerd met "de dieven' van de vroegere regeringspartij FLN.

Met name Boudiaf heeft schone handen omdat hij sinds 1964 nooit meer in Algerije is geweest en ver buiten de macht stond. Dat maakte hem dan ook zo aantrekkelijk voor de huidige machthebbers achter de schermen. Als er iemand is, die revolutionaire legitimiteit geniet, is het Mohamed Boudiaf. Hij was één van de zes oprichters van het FLN, maar kreeg het direct na de onafhankelijkheid aan de stok met Ahmed Ben Bella, die - samen met Houari Boumedienne - de macht usurpeerde en een paar jaar later zelf door Boumedienne aan de kant werd gezet.

Boudiaf vluchtte naar Frankrijk en vestigde zich uiteindelijk als gast van koning Hassan II in Marokko. Hij deed afstand van de politiek, naar men zegt uit geldgebrek, en richtte met zijn zoons een steenfabriek in Marokko op. Twee jaar geleden sloeg hij het aanbod af om naar Algerije terug te keren, omdat hij - naar zijn zeggen - “vermoeid” was en niets zag in het aangekondigde democratische proces.

De Hoge Staatsraad blijft in functie tot uiterlijk december 1993 - het eind van de ambtstermijn van president Chadli Benjedid, die zaterdag bijna met geweld tot aftreden werd gedwongen. Uiterlijk eind volgend jaar worden er presidentsverkiezingen gehouden. Premier Ghozali zal zich dan, zo is de bedoeling, voor het presidentschap kandidaat stellen. Dan moet ook het nu te lanceren economische hervormingsprogramma tot zoveel successen hebben geleid, dat het Algerijnse volk bereid is waarlijk democratische kandidaten en partijen te kiezen.

Vandaag, uiterlijk morgen, roept de Hoge Staatsraad de uitzonderingstoestand uit om zowel het FIS (het Front van de Islamitische Eenheid) als de vroegere regeringspartij FLN de nek om te draaien en de daaruit voortvloeiende consequenties het hoofd te bieden. Uit alles blijkt dat de nieuwe machthebbers ervan overtuigd zijn dat zij ook het FLN moeten breken.

De achterliggende gedachte is dat zolang het FLN als duidelijk zichtbare machtsfactor in de Algerijnse samenleving bestaat, de meerderheid van de jeugd zich uit frustratie tot het FIS zal wenden, de anti-FLN-partij bij uitstek. Uitschakeling van het FLN is des te meer noodzakelijk omdat Chadli Benjedid van het toneel is verdwenen - de man tegen wie zich tot dusver alle agressie richtte. Het blad Al Watan vertolkte de gevoelens van velen die het met de staatsgreep eens zijn: “Het FIS beloofde de kiezers het hemelse paradijs, nadat het FLN de kiezers het sociale paradijs had beloofd.”

Een deel van de machthebbers van het FLN heeft zich de laatste tijd dan ook steeds meer tot het FIS gewend - in de hoop gezamenlijk de vijand het hoofd te bieden. Ook Berber-leider Aït Ahmed, de man die het FFS als een eenmans-bedrijf bestuurt, heeft zich tegen de staatsgreep uitgesproken. Velen binnen zijn partij zijn het absoluut niet eens met hem, maar willen dat uit loyaliteit tegenover hem niet naar buiten brengen.

In feite is er zowel binnen het FLN als binnen het FSS sprake van een splitsing in de gelederen. Aan de ene kant staan zij die met het FIS zaken hoopten te doen en daarom de verkiezingen wilden voortzetten, zelfs al zou het FIS die verpletterend winnen. Aan de andere kant staan zij die het FIS als een dodelijke bedreiging zien van de Algerijnse samenleving en daarom het verkiezingsproces wilden afbreken. Het is echter zeer twijfelachtig dat de pro-FIS-krachten in beide partijen zich onder de huidige omstandigheden nog met het FIS zullen verbinden. Want het FIS blijft voor iedereen de grote, onbekende vijand.

De huidige leiders van het FIS, voor driekwart afgestudeerde technocraten en zeer intelligente mensen, willen - officiëel althans - dat de overheid met het te verwachten geweld begint. Zij gaan ervan uit dat hoe meer geweld de overheid toepast, op des te minder legaliteit zij zich kan beroepen - het recept waarmee de Islamitische Revolutie in Iran en de Palestijnse intifadah zoveel succes boekten.

Daarom vertoonde Abdelkader Hachani, de "voorlopige' voorzitter van het FIS, zich gisteravond tijdens het avondgebed tussen zes uur en half zeven korte tijd in de Harrach-moskee in de buitenwijk van Algiers. Een Frans TV-station was uitgenodigd om hem te filmen, maar de aanwezigen weigerden de Franse journalist te vertellen wat Hachani precies had gezegd, behalve dat hij tot kalmte had opgeroepen.

Als dat waar is, deed hij dat onder druk van zijn achterban? De inwoners van het FIS-bolwerk Bab el-Oued zouden volgens de krant Le Matin de leiding van het FIS in petities hebben gevraagd om tijdens het vrijdagsgebed geen massale bijeenkomst te beleggen. Zij zouden bang zijn dat er - zoals in juni - opnieuw bloed gaat vloeien.

Kenners van het FIS aarzelen. Zij achten het zeer goed mogelijk dat Hachani zich van een krijgslist bediende, zoals zo vaak wordt gebruikt in de Arabo-islamitische cultuur. Toen hij in december bekend maakte dat het FIS aan de verkiezingen zou deelnemen, zonder dat de gevangen leiders waren vrijgelaten, vertelde hij de gelovigen in de Sunna-moskee in één adem dat “oorlog uit listen bestaat”, zoals de Profeet Mohammed ook al gebruikt had om de oorlog tegen zijn vijanden te winnen.

Hoe het ook zij, Algerije bleef gisteren - de derde dag na de verkapte staatsgreep - wederom een rustig, zij het een nerveus-afwachtend land. Kranten kwamen met koppen als: “Wat zal de toekomst brengen?” En andere kranten, die de afgelopen weken een steeds duidelijk zwenking richting FIS maakten, hebben zich opeens bekeerd. Zij melden nu dat democratie alleen onder de juiste sociaal-economische omstandigheden een zinvol begrip is.

Een weekblad schreef: “Wij moeten het democratische proces opnieuw overdenken en vanaf nul beginnen (...). Het is heel goed dat er een pauze wordt ingelast, zodat wij de laatste hand kunnen leggen aan de grondwet. Want die is nog niet af. We kunnen nu even op adem komen. Zoals sportmensen uit ervaring weten: je moet snelheid en overijld optreden niet met elkaar verwarren. Om democratie zo overhaast toe te passen, is zeker niet de beste oplossing.”

In feite zei dit weekblad hetzelfde als Winston Churchill tegen zijn chauffeur, toen die te hard reed: “Rijd langzamer, ik wil op tijd aankomen.”