Toezicht VN bij demobilisatie regeringsleger en rebellen; Definitief akkoord Salvador

De regering van El Salvador en rebellen van het FMLN hebben gisteren in New York de laatste obstakels weggenomen voor de uitvoering van het vredesakkoord dat een einde moet maken aan de burgeroorlog die sinds 1979 in El Salvador woedt.

Het akkoord, dat op 1 februari in werking moet treden, wordt morgen officieel bekrachtigd in Mexico-Stad, in aanwezigheid van onder anderen de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Boutros Boutros-Ghali, verschillende Latijns-Amerikaanse staatshoofden en de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker.

Circa 1.100 militaire en civiele waarnemers van de VN zullen de uitvoering van het akkoord begeleiden. De Veiligheidsraad van de VN heeft de komst van de waarnemers en hun budget van omstreeks 120 miljoen dollar gisteren unaniem goedgekeurd.

Het akkoord omvat een aantal ingrijpende politieke, sociaal-economische en militaire hervormingen, waarvan de belangrijkste zijn: Van 1 februari tot 31 oktober 1992 is een officieel bestand van kracht. Gedurende deze periode leggen de guerrilla-strijders van het bevrijdingsfront Farabundo Marti (FMLN) geleidelijk hun wapens neer. Zeventig procent van de legereenheden die zijn gespecialiseerd in de strijd met de guerrilleros wordt in deze periode ontmanteld; Gedurende een periode van twee jaar wordt het Salvadoraanse leger gereduceerd met omstreeks de helft tot een totale omvang van circa 31.000 man. Militairen die uit dienst treden krijgen een jaarsalaris ter compensatie. Er komt een nieuwe dienstplichtwetgeving voor het hele land; De huidige para-militaire politiemacht wordt omgevormd tot een nieuwe civiele politie (PNC). Deze biedt tevens plaats aan voormalige militairen en guerrillastrijders. Groepen van bewapende burgers zijn voortaan illegaal; De regering zal grond - hetzij in staatseigendom, hetzij nieuw aan te kopen - ter beschikking stellen aan hen die landbouw willen bedrijven in gebieden die nu door het FMLN worden gecontroleerd. Gedemobiliseerde guerrilleros en voormalige soldaten uit het regeringsleger “van boerenafkomst” die zelf geen land bezitten krijgen daarbij een voorkeursbehandeling. Een aantal ondernemingen in staatseigendom wordt geprivatiseerd. Werknemers krijgen financiële steun bij het nemen van een aandeel in dergelijke ondernemingen; Een zogeheten "Commissie van Waarheid' gaat vermeende schendingen van de rechten van de mens tijdens de burgeroorlog onderzoeken, “zodat de samenleving kan leren wat gebeurd is en zodat het verleden zich niet kan herhalen”; Door wetswijzigingen krijgen voormalige guerrillastrijders voortaan “alle gebruikelijke burgerrechten”. Het FMLN krijgt “op termijn en wanneer het aan zijn verplichtingen heeft voldaan” de mogelijkheid een officiële politieke partij te worden; Herstel van de verwoeste economie van El Salvador geschiedt door coördinatie van het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP). De zogeheten "Groep van vrienden' - Mexico, Venezuela, Colombia en Spanje - en de Verenigde Staten en Japan hebben hulp toegezegd bij het herstel van de verwoeste economie van het land, dat ten minste vier miljard gulden zal kosten. Verwacht wordt dat ook de EG en Japan hierbij steun zullen geven.

Ten minste een half miljoen van de vijf miljoen Salvadoranen leeft als vluchteling, hetzij in eigen land, hetzij in het buitenland (vooral in de VS en in het naburige Honduras). Het aantal slachtoffers van de burgeroorlog wordt gewoonlijk geschat op 75.000. Beide Salvadoraanse partijen hebben bijna twee jaar over het huidige akkoord onderhandeld, in Mexico, Costa-Rica en New York.