Succesvolle eerste avond Rotterdamse prozafestival Story International; Politiek engagement en donzige dijen

ROTTERDAM, 15 JAN. “Ja, hij begreep zijn oude studiegenoot uit Cambridge maar al te goed. De reden dat hij die nacht gestorven was, was niet de fysieke marteling, maar de schaamte, de smart, de woede geweest.” Op het toneel van het Rotterdamse Bibliotheektheater zit een tengere Chinese schrijver. In zijn moedertaal leest hij een lang verhaal voor. Bijna iedereen in de zaal weet echter waar hij het over heeft. Achter op het toneel wordt op een scherm de Nederlandse vertaling van zijn verhaal geprojecteerd.

Een oudere Chinees, zo lezen we, wordt er van beschuldigd een spion voor de Engelsen te zijn geweest. Hij is opgeroepen zich te komen verantwoorden op een "kritiek- en strijdbijeenkomst'. Voor het zover is trekt hij zich terug in een veld om zijn leven te overdenken. Hij besluit zelfmoord te plegen, maar ziet daar op het allerlaatste moment van af, als hij een klein meisje ziet wier vader kort geleden door dorpsgenoten is doodgeknuppeld.

De verteller van het verhaal is de Chinese schrijver en dichter Bei Dao (1949), in de jaren tachtig een van de belangrijkste stemmen van de democratische beweging in China, maar sinds twee jaar in ballingschap in het Westen. Samen met vijf andere schrijvers verzorgde hij gisteren een geslaagde openingsavond van Story International. "Het was de eerste keer in jaren dat de man huilde', besluit hij zijn aangrijpende verhaal. Het verdriet van de ten onrechte beschuldigde Chinees heeft een uitweg gevonden. Hij wil alsnog door leven.

De eerste avond van het Rotterdamse prozafestival was een avond vol politiek genspireerde teksten. De Israeliër Yoram Kaniuk, in Nederland bekend door zijn roman Bekentenissen van een goede Arabier, las in het Hebreeuws de brief aan God voor, die voorkomt in zijn boek De opstanding van Adam. Een oude Israëlische besnijder herinnert zich de eerste moeilijke jaren van zijn dochter in het bezette Polen. Mies Bouhuys vertelde een verhaal vol symboliek over een landje aan de rand van de stad dat plotseling verboden is voor mensen uit de Miranda-buurt. Marion Bloem beschreef een reis naar Indonesië van iemand die op zoek gaat naar verre familieleden. En G.L. Durlacher vertelde een nieuw verhaal over een kampliefde in Westerbork. In een fotoboek over het doorgangskamp heeft hij een foto gezien van het meisje dat hem destijds bestand maakte tegen de ontberingen, wat een stroom van herinneringen oproept.

Tussen al dit engagement viel het optreden van de Spanjaard Julián Rós nogal uit de toon. Hij las een lyrisch fragment voor uit zijn nog niet verschenen roman Les Belles Lettres, een modernistisch getinte stroom van associaties die opkomt bij het zien van een meisje in een minirok. Veel donzige dijen met goudpluis dus, en een "sappige abrikozegleuf'.

Vanavond lezen in het Bibliotheektheater Hella Haasse, Jan Koonings, Torgny Lindgren (Zweden), Erdal Öz (Turkije) en Jesus Diaz (Cuba).