Ruilhandel

Condooms? Goeie handel, vooral als ze Made in England of France zijn. Birmezen zijn er gek op, dat had de grijze Franse wereldreiziger me in Bangkok voor mijn vertrek naar Rangoon nog verzekerd.

Op de zwarte markt van de voormalige Britse kolonie kon je alles kwijt. Westers kwaliteitsrubber, maar ook cosmetica en andere luxe liet zich er volgens de door-de-wol-geverfde opa in een wip omzetten in borduurwerk met zilver, edelstenen, lacquerware en meer van die exotische weelde. Een elegante manier dus om het surplus aan Durex-tripacks van de hand te doen dat ik me enkele maanden terug op de valreep - veel te duur - op Schiphol aanschafte.

Voor een tweeweekse toeristische budget-groepsreis naar Birma had ik inmiddels 1.300 dollars neergeteld - journalisten komen het land niet eerlijker binnen. Maar, eenmaal in Rangoon, zou de zwarte markt me ongekende mogelijkheden bieden om de financiële pijn wat te verzachten.

Zwaarbeladen met 50 wegwerpaanstekers (beter dan fooien, adviseerde mijn reisgids), lipstick, regenjasjes, nagellak, twee liter Johnny Walker Black Label, medicijnen (vooral antibiotica) en sigaretten passeer ik op Bangkoks luchthaven de bagagecontrole. Het röntgenmachien werkt prima. Evenals de beveiligingsbeambte. Vijftig aanstekers? Doordringend kijkt ze me aan, ik stamel wat van ”tip', maar haar gezicht spreekt duidelijke taal: die toerist moet wel mesjogge zijn om te denken dat disposables het in Birma beter zouden doen dan geld. Ze is onverbiddellijk: 47 van de 50 explosives dienen te worden ingeleverd. Luttele uren later spreekt een kruier op Rangoons Mingaladon Airport vurig zijn voorkeur voor een aansteker uit. Hij krijgt ze alle drie.

Vóór 1962 was Rangoon een bloeiend internationaal handelscentrum. In dat jaar kwam generaal Ne Win door een coup aan de macht, en een jaar later trad zijn ”Birmese weg naar het socialisme' in werking, een modderpaadje dat het land ruïneerde. Sindsdien is de zwarte markt in Birma het enige dat echt bloeit. Zeventig tot tachtig procent van de totale handel zou zich in het duister afspelen.

In Rangoon kan het ruilen beginnen. De Bogyoke Aung San markt - ”Bodjo market' voor Birmezen - blijkt daarvoor zeer geschikt. Hoewel toeristen schaars zijn (de Birmese junta laat sinds enkele jaren alleen groepsreizen tegen gigantische bedragen toe) zijn Bodjo's handelaren niet agressief. Wel heerst er een strenge hiërarchie: één voor één komen de kooplui en geldwisselaars hun prooi polsen. Change money? Wanna buy rubby sah? Op dat moment weet ik het nog niet, maar de zwarte koers is 95 kyat voor één dollar. Eén wisselaar biedt 90 kyat, het dubbele van de koers in 1988. Een goeie deal lijkt me. Ik reik 20 dollar uit mijn moneybelt aan, een gebaar waarop een blij gezicht te verwachten valt. Maar in plaats daarvan begint hij zenuwachtig in het rond te kijken, trekt het bankje uit mijn handen en frommelt het snel weg. Dollars bezitten is in Birma verboden, legt hij uit. Het kan 'm maanden gevangenisstraf kosten. En verklikkers zijn talrijker dan zijn collega's in het zwartgeldcircuit.

“Change condoms?”, probeer ik zelf, op zoek naar een gaatje in de zwarte markt. Ja hoor: de geldhandelaar is zeer geïnteresseerd. “Ik heb ze voor één dollar per stuk gekocht”, vertel ik eerlijk, en reken hem voor: “Op de Birmese markt moeten die dus een waarde vertegenwoordigen van 95 kyat”. De man is echter vrijgezel en oppert dat ik ze best gratis kan geven. Voor eigen gebruik. Tropische regenjassen uit Thailand kosten hem immers maar een handvol kyats.

Twee weken later, na een rondreis door Birma, en weer terug in Rangoon ben ik kilo's potjes, doosjes en trommeltjes van lacquerware en enkele tapijtjes rijker. Maar nog geen TopSafe-rubbertje armer. Werkelijk alle Westerse luxe viel er te ruilen, maar als het op rubber aankwam werd de deal afgeketst.

Op de laatste dag besluit ik het nog eens te proberen in een van Rangoons kledingzaken - die hebben allemaal een klein hoekje voor cosmetica-en-zo gereserveerd. Nieuwsgierig kijkt de eigenaar naar het groene pakje. Wat mag daar wel zo ”top safe' aan zijn? Behulpzaam ontvouw ik de gebruiksaanwijzing met daarop een duidelijke schets van de manier waarop het mannelijk lid dient te worden ingepakt. O my God!, roept de Chinese baas ontzet. Stilletjes verlaat ik zijn toko.