PvdA op zoek naar rust

TOCH OPMERKELIJK: een commissie van de Partij van de Arbeid constateert 45 jaar na de oprichting van de partij dat arbeid centraal dient te staan.

Het heeft even geduurd, maar de PvdA is dus weer terug bij het begin. Er was, aldus de commissie-Wolfson in het gisteren gepresenteerde rapport 'Niemand aan de kant', wel een “cultuuromslag voor nodig”, maar nu is de PvdA “na jaren van verdediging van het bestaande weer in de aanval”. Het is maar wat je aanval noemt. Kenmerkend in het rapport is nu juist dat er van zoveel zaken wordt gezegd dat ze niet moeten gebeuren: geen mini-stelsel, koppeling niet loslaten, geen onderscheid aanbrengen in de WAO tussen ongelukken op het werk en privé-ongevallen. Voor zover het tot voor kort in de partij controversiële punten betreft, straalt het rapport van de commissie-Wolfson vooral rust uit. Vandaar ook de tevreden reacties vanuit de diverse partijgeledingen. Want was rust niet het enige waar de PvdA na de turbulente zomermaanden behoefte aan had?

Voor intern gebruik heeft het werkstuk van Wolfson en de zijnen in die zin zeker een functie. Maar het staat wel in schril contrast met de verwachtingen die PvdA-leider Kok wekte op het 'WAO-congres' van eind september vorig jaar. Kok die daarvoor al had aangekondigd zelf de leiding van het vernieuwingsdebat in de PvdA op zich te zullen nemen, maakte bij die gelegenheid een aantal uitermate prikkelende opmerkingen over de toekomst van de verzorgingsstaat. De samenleving op weg naar de eeuwwisseling was niet meer dezelfde als die van na de oorlog toen de grondslagen voor de huidige verzorgingsstaat werden gelegd, zo waarschuwde hij zijn partijgenoten. “Jonge mensen zijn anders tegen zekerheid en bescherming gaan aankijken dan vorige generaties. Zeker, ze willen ook net als hun ouders een aantal basiszekerheden. Maar daarnaast willen ze zelf kunnen kiezen. In een samenleving van zelfstandige mensen is een nieuwe afweging nodig tot welke hoogte risico's door de overheid dwingend moeten worden verzekerd. Een grote eigen verantwoordelijkheid past bij mondigheid en emancipatie”, aldus Kok destijds in Nijmegen.

Hoe weinig is er van die gedachtengang terug te vinden in het rapport van de commissie-Wolfson. En hoe onbegrijpelijk is vervolgens de positieve ontvangst van het rapport bij Kok. Juist de vraag hoe in een zich individualiserende samenleving de toch vooral op solidariteit gebaseerde verzorgingsstaat kan blijven voortbestaan, wordt nauwelijks beantwoord. Terwijl dat toch juist dè afweging is waar de sociaal-democratie in West-Europa en dus ook de PvdA voor staat. Was dat ook niet de kern van de WAO-discussie in de partij die de afgelopen zomer voor zo'n verdeeldheid zorgde? Waar houden de grenzen van de overheidszorg op en begint de eigen verantwoordelijkheid, dat was in feite de achtergrond van het WAO-debat. De commissie-Wolfson komt niet verder dan de praktisch onbetwiste constatering dat naarmate er meer mensen aan de slag komen, de verzorgingsstaat beter betaalbaar wordt. Vroeger werd dat "inverdieneffect' genoemd.

TYPEREND VOOR het denken van de commissie is de reden waarom het "mini-stelsel' voor de sociale zekerheid wordt afgewezen. Zeker, de nettowinst van een dergelijke operatie waarbij mensen zich voor uitkeringen die het minimum te boven gaan particulier zouden moeten kunnen bijverzekeren zal, zoals de commissie stelt, hoogstwaarschijnlijk niet groot zijn. De meesten zullen zich immers - hetzij individueel, hetzij door middel van een CAO-afspraak - weer bijverzekeren. Maar het verschil is nu juist dat in het geval van een mini-stelsel mensen meer dan nu zelf de keuze kunnen maken, en ook zelf meer verantwoordelijkheid kunnen dragen. De totaal uit de hand gelopen WAO-regeling heeft aangetoond wat er gebeurt als de verantwoordelijkheden niet duidelijk zijn en de lasten collectief kunnen worden afgewenteld.

Wat de commissie-Wolfson wel heeft gedaan is bijvoorbeeld een uitvoerige schets geven van hoe de uitvoering van de sociale zekerheid georganiseerd moet worden. Op zich zitten er waardevolle elementen in de voorstellen, maar dit was toch niet wat de PvdA verdeeld hield en waarvoor een commissie-verzorgingsstaat nodig was? Ronduit curieus is het streven van de commissie om het aantal nieuwe banen op 70.000 à 90.000 per jaar te brengen. Maar de PvdA heeft zich in het regeerakkoord van twee jaar geleden al gecommitteerd aan 100.000 nieuwe banen per jaar. En, zoals de partijstatuten voorschrijven: bij regeringsdeelname komt het regeerakkoord in de plaats van het verkiezingsprogramma. Maar misschien is dit juist wel illustratief voor het rapport. De werkelijkheid van vandaag wordt beschreven, de regeringsdeelname wordt achteraf nog eens geaccordeerd, maar de vragen en uitdagingen voor morgen blijven onbeantwoord.