Prestige effectenbeurs taant door zwakke controle

ROTTERDAM, 15 JAN. De Amsterdamse effectenbeurs probeert nu al een half jaar lang een geval van mogelijke handel met voorkennis op te lossen. Het oplossend en vooral opsporend vermogen van de beurs naar misstanden wordt steeds meer in twijfel getrokken. Eén van de vier gedelegeerd bestuurders van de Vereniging voor de Effectenhandel stapte afgelopen week op uit onvrede met de controle. Terwijl de wetgever talmt met de verruiming van de wettelijke mogelijkheden taant het prestige van de beurs.

De beurs werkt als een zelfregulerende instantie. Mogelijke malversaties worden eerst door een eigen controlebureau onderzocht. Daarin verschilt de beurs niet met een Bijenkorf die eerst zijn eigen bewakingsdienst inschakelt bij een winkeldiefstal. Hoewel de proportie van de belangen op een effectenbeurs nogal verschilt met die van een winkel leek de controle redelijk: het aantal uitgelekte schandalen in Amsterdam is niet groter dan bij strakker gereguleerde Angelsaksische beurzen.

Een pijnlijk voorval in de handel met aandelen van het noodlijdende automatiseringsfonds HCS stelt het zelfregulerende vermogen echter op de proef. Op de 31e juli gingen plotseling 5,5 miljoen aandelen van HCS over de toonbank, waardoor de koers duikelde. De dag erna bleken drie grootaandeelhouders van HCS belang te hebben bij een een lage koers. Op de eerste augustus kregen zij onderhands aandelen tegen een lage koers.

De beurs schakelde zoals altijd in dit soort gevallen het eigen controlebureau in. Maar hoe onafhankelijk is dit bureau? Het controlebureau staat onder toezicht en rapporteert aan vier gedelegeerde bestuursleden van de de Vereniging voor de Effectenhandel. De bestuursleden waren tot vorige week: voorzitter drs B.F. baron Van Ittersum, R. Zieck namens de hoeklieden, R.G.W. Kooijman namens de commissionairs en drs.Th.A.J. Meys bestuurslid van ABN Amro, namens de banken.

Twee van de vier, Kooijman en Meys, bleken direct betrokken te zijn bij de verdachte aandelentransacties van HCS op de 31e juli. Kooijman is effectenhandelaar voor onder meer HCS-grootaandeelhouder J.A.J. van den Nieuwenhuyzen en de ABN Amro van Meys was als huisbankier van HCS bij de emissie betrokken.

Meys en Kooijman hebben zich voor wat de HCS-affaire betreft direct teruggetrokken uit het bestuur van de Vereniging voor de Effectenhandel. Dat de helft van het bestuur in de HCS-affaire was uitgeschakeld werd door de effectenbeurs niet gemeld. Dit is pas bekend geworden toen Kooijman opstapte als gedelegeerd bestuurslid. Hij kon zich niet langer met het werk van het controlebureau verenigen.

Kooijman vindt het bureau zo slecht geregeld dat hij er niet over peinst om belangrijke informatie af te staan aan het controlebureau. Hij gaf toe dat hij de geluidsband met de opdrachten van zijn cliënt J.A.J. van den Nieuwenhuyzen voor verkoop van aandelen HCS niet heeft afgestaan aan het controlebureau.

Het controlebureau heeft behalve met de gedelegeerde bestuurders ook te maken met de Stichting Toezicht Effectenverkeer STE. Deze stichting is nu twee jaar aan het "proefdraaien' onder voorzitterschap van oud-Philips-bestuurder drs J. Zantman.

Mr.E.E. Canneman, directeur-secretaris van de Stichting Toezicht Effectenverkeer zegt dat de bevoegdheden van het controlebureau door de Wet op de Persoonregistratie zeer beperkt zijn. “Banken zullen zich beroepen op deze wet en nooit informatie afstaan aan het controlebureau.”

Volgens Canneman kan de stichting pas binnenkort een vuist maken. “Wanneer de Wet Toezicht Effectenverkeer wordt aangenomen, krijgt de stichting meer bevoegdheden. Wij kunnen dan zelf een onderzoek gelasten. In zo'n geval krijgt het controlebureau de status van een publiekrechtelijke organisatie. Dan is het niet meer mogelijk voor derden, zoals banken, om medewerking te weigeren.”

Toen het HCS-onderzoek was gestart, voorspelde de onlangs teruggetreden commissaris van de notering van de effectenbeurs P. Outersterp dat het controlebureau nooit misbruik van voorwetenschap zou bewijzen. Het bureau bleek inderdaad na een maand niets te kunnen bewijzen: justitie moest het verder maar uitzoeken.

Volgens de Amsterdamse persofficier mr. Broek-Blaauwboer spitst het onderzoek zich toe tot het bedrijf van Kooijman, Suez Kooijman, en de drie grootaandeelhouders van HCS: paardefokker L.Melchior, Unigro-directeur E. Albada Jelgersma en Begemann-president Van den Nieuwenhuyzen. ABN Amro-bestuurder Meys staat niet op haar lijstje. Justitie buigt zich nog steeds over de stukken en de geluidsbanden. Het onderzoek kan nog maanden duren, voordat er sprake kan zijn van een aanklacht, zo zegt de persofficier.

Volgens Kooijman beschikt justitie inmiddels over de tape van de "dealingroom', de band waar de opdrachten staan die Van den Nieuwenhuyzen heeft gegeven voor de verkoop van zijn stukken HCS door Suez Kooijman. Kooijman zegt dat zijn commissionairshuis alleen in opdracht van onder meer Van den Nieuwenhuyzen heeft gehandeld en geen verwijt treft.

Van den Nieuwenhuyzen ontkent ook schuld te hebben. Volgens hem heeft hij wel 100.000 aandelen voor verkoop aangeboden, maar niet over voorkennis te hebben beschikt. Hij meent bovendien dat zijn aanbod van 100.000 aandelen veel te weinig was om de koers te laten zakken.

Kooijman wil de stelling dat zijn cliënt maar 100.000 aandelen heeft verkocht niet bevestigen: “Ik hoor geruchten dat hij tussen de 100.000 en 5,5 miljoen verkocht heeft. Ik doe aan die geruchtenstroom niet mee.”

Er zijn geruchten, geen schuldigen, zelfs nog geen verdachten. Toch valt nu al te constateren dat de zelfregulering van de beurs geen schoonheidsprijs verdient. Het controlebureau wist wie wat gedaan heeft, tenminste volgens commissaris van de notering Outersterp, maar kon zelf geen enkel bewijs tonen.

Toen justitie het onderzoek overnam kwamen er bovendien meer zaken naar boven. Volgens de persofficier Broek-Blaauwboer is het onderzoek dat was het gericht op vermeende handel met voorkennis uitgebreid. Lopende het onderzoek is er ook een vermoeden van valsheid in geschrifte gerezen tegen een factuur van Suez Kooijman. Dat de beurs zelf geen feiten boven water krijgt en jusititie niet wijst op mogelijke vervalsingen is geen reclame voor de zelfregulering van de beurs. Het resterende beursbestuur heeft evaluatie van het HCS-onderzoek dat in december op de agenda stond steeds voor zich uit geschoven, aldus de afgetreden bestuurder Kooijman. Het beursbestuur zwijgt en wacht en dat kan alleen betekenen dat een dader lacht.

Foto: Commissionair R.G.W. Kooijman peinst er niet over banden met aandelentransacties aan het controlebureau van de beurs te geven. (Foto NRC Handelsblad/Geek Zwetsloot)