Permanent onheilsgevoel; Combinatie van angst en crisis vormt sterkste wapen tegen de Likudpartij

Nieuws heeft in veel gevallen voor een Nederlander een andere betekenis en gevoelswaarde dan voor een Israeliër.

De Nederlander mag zich in zijn verfijnde welvaartsstaat gelukkig prijzen dat hij uit zijn gemakkelijke stoel, in een kamer met plantjes op de kozijnen en schemerlampjes in de hoeken, het wereldnieuws tot zich kan nemen. Er zijn natuurlijk beelden en woorden die hem schokken, maar het nieuws raakt zijn persoonlijke veiligheid (nog) niet. Hij is in zijn gezellige beslotenheid toeschouwer van het werelddrama, terwijl de Israelische burger, in een land waar geen dag niet wordt geschoten, met de navelstreng van zijn ziel aan het nieuws is verbonden.

Heel veel Israeliërs zouden liever van de nieuwsstroom die dagelijks op hen afkomt zijn verstoken en zich in een gelukkiger wereld wanen. Er zijn er niet veel die dat kunnen opbrengen. Het nieuws in het Midden-Oosten is een machtige draaikolk waarin de Israeliërs worden meegezogen omdat het om hun bestaan en voortbestaan gaat. De hoeveelheid onheilsnieuws die zij dagelijks krijgen voorgeschoteld is verbijsterend. “Wat zal het einde zijn”, is een standaarduitdrukking in het Hebreeuws die iets zegt over de door de geschiedenis getekende zielstoestand van het joodse volk in Israel.

Een jaar geleden vielen de Iraakse Scud-raketten op Tel-Aviv en andere steden in Israel. De in "veiligheidskamers' opgesloten Israeliërs stonden doodsangsten uit voor gas, chemische en bacteriologische wapens. In hun achterhoofd hielden militairen zelfs rekening met een Iraaks atoomwapen. De onvolmaakte geallieerde zege op Irak heeft het raketgevaar niet bezworen. Maandag konden de Israeliërs uit de mond van hun minister van defensie Moshe Arens horen dat er in het Midden-Oosten duizend raketten op Israel kunnen worden gericht. Radio Israel voegde daaraan toe dat Israels vijanden stellig in staat zijn veel van deze raketten met chemische koppen uit te rusten. Eveneens op maandag schreven de kranten, dat ruim een miljard gulden zal worden uitgetrokken voor de burgerverdediging, inclusief een groot bedrag voor de vernieuwing van gasmaskers. In het blad Maariv verscheen die dag zelfs een politieke spotprent waarin een gasmasker hangt in het wapen van het Israelische leger. Zo'n spotprent heeft het effect van luchtalarm. Het is alarmerend en sinister. Maar het kan nog somberder. Want onder deze spotprent schreef Jossi Lapid, op de politieke pagina, dat de Arabieren er niet voor zullen terugdeinzen Israel met bacteriologische chemische of atoomwapens aan te vallen. Minister Arens, die zich de laatste tijd in het openbaar opvallend veel over de Arabische en Iraanse wedloop naar atoomwapens uitlaat, doet dit gevaar af met de dooddoener dat Israel erop is voorbereid en weet wat te doen. Jossi Lapid gaat een stapje verder en concludeert dat het beste wat Israel kan doen is zo snel mogelijk vrede maken.

Israeliërs moeten dit "nieuws' opnemen en verwerken. Ze kunnen er niet aan voorbijgaan. Dit stelt uitzonderlijk hoge eisen aan het individuele en collectieve incasseringsvermogen. Het is geen lolletje te leven in een land waar het gasmasker binnen handbereik moet zijn en al serieus wordt gepraat over het atoomgevaar. Wat betekent dit allemaal voor het politieke klimaat ? Ondermijnen deze gevaren het Likud-bewind?

De regerende Arbeiderspartij is door de schokgolf die de Grote Verzoendag-oorlog in 1973 door de Israelische samenleving liet gaan, in 1977 door Likud van de troon gestoten. Het verbitterde volk strafte de socialisten toen af en koos voor het Likud-alternatief. Bij de verkiezingscampagne die Israel dit jaar - al dan niet vervroegd - staat te wachten kunnen de Likud-eerste minister Yitzhak Shamir geen veiligheidsblunders worden aangesmeerd. De oppositie steunde en prees hem zelfs voor zijn in acht genomen zelfbeheersing tegen de raketten van president Saddam Hussein. Ook al piekert Shamir niet over territoriale concessies aan de Palestijnen, toch kan hij de verkiezingsstrijd betrekkelijk optimistisch tegemoet zien. Is het geen bijzondere prestatie op Israels voorwaarden rechtstreeks vredesoverleg te voeren met de Arabieren en Palestijnen en toch geen land op te geven? Wie kan daartegen wat inbrengen. De kiezers zullen zich niet het hoofd breken over de vraag of dit bijzondere vredesoverleg Shamirs verdienste is, dan wel het gevolg van het nieuwe strategische naspel van de Golfoorlog in het Midden-Oosten en de ineenstorting van het Sovjet-imperium. Shamir en de zijnen hebben daarom goede verkiezingspapieren in handen tegen een nog steeds door de historische twist tussen Shimon Peres en Yitzhak Rabin hopeloos verdeelde Arbeiderspartij. De oppositie kan alleen uit de algehele malaise waarin Israel verkeert, politieke munt slaan. De combinatie van existentiële angst plus een diepe maatschappeljke crisis zoals Israel jarenlang niet heeft gekend, is het sterkste wapen van de oppositie tegen Likud.

De regering Shamir heeft veel van haar glans verloren. Shamir zelf lijkt op 76-jarige leeftijd snel van de Israelische realiteit te vervreemden. "Geroddel', noemde hij een televisie-vraaggesprek de verslagen in de media over de laatste fase van het begrotingsdebat, waarin de premier zich door enkele religieuze partijen liet chanteren. Shamirs bezetenheid over het behoud van "Erets-Israel' heeft hem niet alleen verblind voor de steeds nijpender wordende sociale problematiek maar zet ook een vraagteken bij zijn vredeswil. “Hij is de gevaarlijkste eerste minister van dit ongelukkige land waarmee hij bewust Russische roulette speelt”, schreef de vrouwelijke commentator Sylvia Keshet in Yedioth Achronoth. Dat was nogal sterk gesteld, maar in de Israelische politieke cultuur was het nog slechts kinderspel vergeleken bij de taal waarmee parlementariërs elkaar te lijf gaan.

Ook dat woordgeweld moeten de Israeliërs absorberen. Het holt het respect voor de democratie uit. Veel woorden komen zo hard aan omdat de situatie zo moeilijk is. De Russische massa-immigratie groeit Israel boven het hoofd. Met de economie op de terugtocht neemt de werkloosheid maandelijks toe. De cijfers over de toename van de armoede zijn ontstellend. Volgens de laatste statistiek van de nationale verzekering leven meer dan een half miljoen Israeliërs, op een bevolking van vijf miljoen, onder de armoedegrens. Deze week zag ik binnen vijf minuten een Arabier en een oud joods vrouwtje een vuilnisbak uitpluizen.

Het effect van al dit nieuws stemt de Israeliër moedeloos. Hij weet niet meer waar hij het zoeken moet. Sommige verantwoordelijke persoonlijkheden geven met uitzonderlijke initiatieven - zoals de profeten dat in bijbelse tijden deden - waarschuwingssignalen. De burgermeester van Jeruzalem Teddy Kollek hield uit wanhoop een eenmansprotestdemonstratie voor het bureau van eerste minister Shamir in Jeruzalem. Die was gericht tegen het door joodse nationalisten in bezit nemen van huizen in Silwan, een Arabisch dorp in Jeruzalem. Nog niet zo lang geleden werd zijn naam genoemd als één van de kandidaten voor de Nobelprijs voor de vrede als erkenning voor de coëxistentie die hij in Jeruzalem wist op te bouwen tussen joden en Arabieren. Kollek ziet zijn levenswerk in elkaar storten.

Uri Gordon, het hoofd van het immigratiedepartement van het Joodse Agentschap volgde deze week de solo van Kollek op dezelfde plaats. Hij demonstreerde tegen het falen van het immigratiebeleid. Dergelijke acties hebben nauwelijks effect, maar ze zijn kenmerkend voor de crisis waarin de Israelische samenleving is beland. Israel kan niet gelijktijdig een kostbare imperialistische politiek in de bezette gebieden voeren en ook nog eens het bed spreiden voor een miljoen immigranten uit de Sovjet-Unie. Aan het maken van een keuze kan niet worden ontkomen wil Israel enigszins in balans komen voordat het oorlogsgevaar weer opdoemt. Stuk voor stuk onderwerpen waaruit de media dagelijks vette koppen halen die de blik van de Israeliërs vangen en hun ziel beroeren.