Jongeren spelen Kleist met ironie en onbevangen schmier

Voorstelling: Liesje uit Leefbron door Toneelgroep Amsterdam. Tekstbewerking en dramaturgie: Janine Brogt. Regie: Els van der Jagt. Spel: elf jongeren. Gezien: Amsterdam Stadsschouwburg, 11 jan. Aldaar t/m 2 feb.

Ieder jaar in januari brengt Toneelgroep Amsterdam een jongerenvoorstelling uit die samenhangt met een andere produktie uit haar repertoire. In de herfst speelde de groep Penthesilea van de achttiende eeuwse schrijver Heinrich von Kleist. Liesje uit Leefbron, dat nu door elf jongeren wordt gespeeld, is een bewerking van Kleists Das Käthchen von Heilbronn.

Kleist beschouwde Penthesilea en Käthchen als elkaars tegenpolen. De machtige koningin van de Amazonen verscheurt letterlijk haar grote liefde en rivaal Achilles, terwijl Käthchen het toonbeeld is van jonge en onschuldige overgave. De vrouwen zijn echter ook lotsverbondenen: op beiden valt de liefde als een baksteen, verpletterend en totaal.

Zodra het meisje Käthchen de Graaf vom Strahl gezien heeft, volgt ze hem als een schaduw. Hij en zij hebben elkaar immers reeds in een droom ontmoet. De Graaf kiest aanvankelijk voor een huwelijk met de geraffineerde Kunigunde, die hij houdt voor de keizersdochter uit zijn droom. Maar tenslotte wordt Kunigunde ontmaskerd, blijkt Käthchen een keizersdochter en geeft de Graaf toe aan zijn liefde.

De originele versie is door dramaturge Janine Brogt in Liesje uit Leefbron helder samengevat. Deze helderheid komt de onervaren acteurs op moeilijke momenten te hulp. Zo raakt Graaf Bliksem verrukt van Kunigunde en meteen daarna dient Liesje zich ongevraagd aan met een beslissende en onthullende brief. Verwarring en wrevel zijn dan logisch, ook zonder psychologisch raffinement bij de spelers.

Het spel is overigens boeiend genoeg. De ontvoerders van Kunigunde spreken een geestig Surinaams dialect en Abdeluheb Choho als ironische keizer jongleert met zijn rol. Kunigunde schmiert onbevangen met schoonheid en valsheid. In haar geraffineerde kleding is zij een kunstfiguur die Liesje, een puur-natuur verschijning in oerwoudpakje, naar de kroon steekt.

In de regie van Els van der Jagt is Liesje een rustig en zelfbewust meisje dat de geldigheid van haar liefde geen moment in twijfel trekt. Een engel begeleidt haar en fluistert haar beslissende woorden in. Het kan haast niet fout aflopen en Kleists verhaal wordt braaf uitgespeeld, zo lijkt het.

Maar het venijn van deze produktie zit in de staart. Liesje huilt, zoals Kleist dat voorschreef, als Bliksem haar vraagt in een witte jurk op zijn bruiloft te komen. Maar deze Liesje huilt niet omdat ze denkt dat Bliksem met Kunigunde trouwt. Ze huilt door het plotselinge inzicht dat Bliksem haar iets gebiedt, niet vraagt.

Door deze interpretatie wordt een verrassende parallel getrokken met de enscenering van Penthesilea. Penthesilea ondervindt dat Achilles haar niet wil volgen naar haar domein: de liefde moet op zijn voorwaarden geschieden. Zij vernietigt daarna wat ze liefheeft. Het jonge Liesje is passiever.

In het slotbeeld tilt een grijnzende, autoritaire Bliksem Liesje op en draait haar rond. Hij merkt niet dat zijn nieuwe bruid slap en levenloos in zijn armen hangt.