Japan: meer chips uit buitenland

ROTTERDAM, 15 JAN. De Japanse overheid heeft gisteren 226 Japanse ondernemingen gevraagd de buitenlandse chipfabrikanten te ondersteunen door de chips die ze in hun produkten verwerken voor een groter deel uit het buitenland te betrekken. Buitenlandse chipfabrikanten zouden zo een aandeel van 20 procent van de Japanse markt moeten krijgen. Het verzoek vloeit voort uit het vorig jaar gesloten chipakkoord tussen de VS en Japan.

Philips heeft vorig jaar op de wereldmarkt voor chipsterrein moeten prijsgeven. Dat blijkt uit voorlopige cijfers over de chipmarkt in 1991 van het onderzoeksbureau Dataquest.

Het marktaandeel van Philips daalde licht van 3,3 procent naar 3,2 procent. Op de wereldranglijst heeft Philips zijn negende positie moeten afstaan aan de nummer tien, het Japanse Matsushita dat 3,7 procent van de wereldmarkt in de wacht wist te slepen. Philips is nu tiende.

Omgerekend betekenen de cijfers dat de totale chipomzet van Philips vorig jaar met bijna 7 procent is gestegen, van 1,9 miljard naar 2,03 miljard dollar. In 1990 steeg de chipomzet bij Philips met 14,5 procent. In 1989 daalde de omzet met 5 procent.

Chipdeskundigen gaan ervan uit dat een marktaandeel van ruim 5 procent op termijn onontbeerlijk is om de concurrentie te overleven. Chipfabrikanten worden geconfronteerd met enorme investeringen in onderzoek en ontwikkeling en een snel prijsverval als de produkten op de markt komen. Slechts de ondernemingen die als eersten een nieuwe chip op de markt hebben, maken in de regel kans hun investeringen terug te verdienen.

De wereldranglijst wordt aangevoerd door de grote Japanse fabrikanten. De eerste plaats is weggelegd voor NEC, gevolgd door Toshiba en Hitachi. De eerste Amerikaanse onderneming, Intel, komt op de vierde plaats.