Hogere geldmarktrente houdt aan

AMSTERDAM, 15 JAN. De huidige geldmarkttarieven liggen momenteel onder het niveau van vlak voor de Kerst, toen het disconto werd verhoogd. Voor driemaands interbancair geld moet momenteel ongeveer 9½ procent worden betaald, terwijl jaarsgeld nu nog geen 9⅜ procent kost. Enerzijds is dit het gevolg van het verdwijnen van het jaarultimo-effect, anderzijds leeft de verwachting van lagere geldmarkttarieven in de loop van 1992. De Bundesbank heeft in de ogen van velen namelijk genoeg gedaan om het forse stijgingstempo van de lonen en daarmee van de inflatie terug te dringen. Naast de inflatietemporiserende werking van de conjunctuurvertraging, zal ook de lagere olieprijs een gunstig effect kunnen hebben. Toch blijft er voorlopig enige onenigheid bestaan ten aanzien van het Duitse monetaire beleid.

Dit bleek nog afgelopen weekeinde toen minister van Economische Zaken Möllemann over een stilstand van de Duitse economie sprak, terwijl Bundesbank-president Schlesinger in een vraaggesprek voor de radio verklaarde dat het strakke monetaire beleid de groei niet belemmert. Blijkbaar ziet de Bundesbank voor zichzelf de ruimte, indien noodzakelijk, nogmaals de rente te verhogen. Met name in de lopende loononderhandelingen ziet zij een bedreiging voor de inflatie. Het zal nog zeker tot maart duren voordat de uitkomst van de loononderhandelingen bekend is. Pas daarna zal de Bundesbank - bij een beperkte loonstijging - eventueel bereid zijn de monetaire teugels iets te laten vieren. Tot dat moment blijft een kans bestaan op tijdelijk hogere geldmarktrenten.

Afgelopen vrijdag verlaagde De Nederlandsche Bank het tarief op de 5-daagse speciale belening met 0,1 procentpunt tot 9,4 procent. Dit betrof een aanpassing aan de inmiddels gedaalde marktrente, die mogelijk werd gemaakt door de relatief sterke positie van de gulden ten opzichte van de D-mark. De verlaging betekent derhalve geenszins een ontkoppeling van het Duitse monetaire beleid. Ondanks het feit dat de groeivooruitzichten voor de Nederlandse economie met circa 1 procent ongunstiger zijn dan die voor de Duitse economie, zal De Nederlandsche Bank zich niet laten verleiden tot het schaden van het in jaren opgebouwde vertrouwen rondom de gulden.

Uit de verkorte balans per 13 januari (de weekstaat) blijkt dat de Staat in de afgelopen verslagperiode als gevolg van tijdelijke liquiditeitskrapte een beroep van ruim 1 miljard gulden op De Nederlandsche Bank moest doen. Volgende week zal het liquiditeitstekort van het Rijk nog verder oplopen. Wellicht dat de agent van Financiën vrijdag een nieuwe openbare staatslening aankondigt om de schatkist weer te vullen.

Vandaag werd voor de banken een nieuwe kasreserve ter grootte van 12,3 miljard gulden van kracht. De kasreserve loopt tot 24 januari. Vanmorgen wees De Nederlandsche Bank 3,1 miljard gulden toe op de nieuwe 5-daagse speciale belening. Het percentage op de belening bleef onveranderd op 9,4 procent.

Bron: NMB Postbank Groep