HDTV weerspiegelt de nieuwe wereldorde

In de mondiale strijd om de opvolging van de huidige generatie televisies lijkt één kans definitief verkeken: de kans op de economisch meest efficiënte oplossing. Dat is lastig voor televisiefabrikanten, die onnodig op kosten worden gejaagd. Dat is sneu voor de consument, die uiteindelijk voor die overbodige kosten moet opdraaien.

Om aan alle uitzendnormen tegemoet te komen en aan alle nationale wettelijke vereisten te voldoen moeten wereldwijd opererende TV-fabrikanten als Philips, Sony en Thomson ongeveer 400 verschillende toestellen fabriceren. De consument heeft daarbij slechts de keus uit ongeveer 20 verschillende typen. Vermindering van het aantal normen en eisen zou een automatisch schaalvoordeel bieden en televisies - in ieder geval in theorie - goedkoper maken.

Gemiddeld eens in de dertig jaar doet zich de kans voor om de wereldmarkt voor televisies door middel van internationale afspraken ingrijpend te vereenvoudigen: bij de introductie van een nieuwe technologie. Bij de aanstaande invoering van High Definition Television - na de kleuren-TV de tweede ingrijpende vernieuwing van het medium - is die kans blijven liggen. Een wereld-standaard voor televisie-uitzendingen zal waarschijnlijk tot ruim in de volgende eeuw op zich laten wachten als de volgende generatie, de opvolger van HDTV, zich aandient.

De huidige televisiewereld is verdeeld in drie blokken: de landen die uitzenden in het zogenoemde NTSC-systeem (VS, Japan), de PAL-landen (waar onder Duitsland en Nederland) en de SECAM-wereld, waartoe Frankrijk behoort. De driedeling weerspiegelt de economische machtsverhoudingen uit een lang vervlogen tijdperk: Japan aan de leiband van de Verenigde Staten vis à vis Europa, waar de Fransen en de Duitsers het niet met elkaar eens konden worden.

HDTV bood de kans aan de verdeling een einde te maken. In plaats daarvan ontstaat stap voor stap een nieuwe driedeling van de televisiemarkt, conform de huidige machtsverhoudingen. Japan heeft alle kaarten gezet op het MUSE-systeem. De EG heeft voorlopig gekozen voor het MAC-systeem. De Verenigde Staten hebben nog geen keuze gemaakt, maar zullen in ieder geval voor een "eigen systeem' opteren.

Typerend voor de economische positie van de VS is dat er een redelijke kans bestaat dat het "Amerikaanse' systeem geleverd zal worden door een buitelandse onderneming of een consortium van buitenlanders. Behalve televisiefabrikant Zenith zijn alle belangrijke Amerikaanse televisiemerken - Magnavox, RCA, GE, Philco, Quasar - in handen van buitenlandse ondernemingen, waaronder Philips en Thomson.

Ook de HDTV-geschiedenis van Japan is illustratief voor de positie van het land in de internationale economische machtsverhoudingen. In de jaren '70 maakte Japan furore als industriële macht door Europese en Amerikaanse uitvindingen op elektronica-gebied om te zetten in commerciële successen. Met buitenlandse technologie verpakt in efficiënt geproduceerde, goed-ogende produkten veroverde Japan de wereld.

Met HDTV wilde Japan zijn volwassenheid bewijzen: in het midden van de jaren '80 verraste de slimme kopieerder vriend en vijand met een zelf ontwikkeld HDTV-systeem. In 1986 wisten de Europeanen op het nippertje te voorkomen dat het Japanse systeem werd uitgeroepen tot wereldstandaard. Het gevaar dat Japan de wereldmarkt voor TV's zou gaan domineren vormde het startsein voor intensieve Europese samenwerking op TV-gebied. Japanse suprematie kon alleen worden voorkomen door een eigen Europees systeem te ontwikkelen.

De HDTV-systemen zijn geënt op de bestaande technologie in de drie handelsblokken en daarom niet uitwisselbaar. Inmiddels is zoveel geïnvesteerd in de verschillende standaarden dat niemand zijn norm zal opofferen ten behoeve van een wereldnorm, hoe voordelig dat voor de consument ook moge zijn.

De economische wetten laten de consument gelukkig niet volledig in de steek: de concurrentie op tv-gebied is zo fel dat de prijzen van de nieuwe toestellen snel zullen dalen.