Groot Dictee

In een brief over het nationale dictee (NRC Handelsblad, 6 januari) vroeg ik wie zou kunnen uitleggen waarom in de zin: “Nee”, denk je dan, “uw beider keus is niet de mijne” uw beider had moeten zijn: u beider.

In de krant van 11 januari werd ik op mijn wenken bediend. Ik had er beter aan gedaan eerst naar de boekenkast te lopen in plaats van meteen naar de pen te grijpen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (deel 2, 1898) legt het in kolom 1536 en 1537 precies uit: u in u beider is een persoonlijk, en dus geen bezittelijk voornaamwoord. Zo ook in de verbindingen als u aller, ons beider, ons aller, enz. In het Middelnederlands en in het zeventiende-eeuws (bij voorbeeld in de Statenbijbel) werd ook het eerste woord van die verbindingen nog van een verbuigingsuitgang voorzien: uwer beider, onzer aller, maar later werd de combinatie als één geheel behandeld en werd het u beider, ons aller enz. Dit houdt meteen ook de verklaring in waarom bij voorbeeld niet gezegd (en dus geschreven) wordt: onze beider mening, wat logisch zou zijn indien ons bezittelijk voornaamwoord was. Het moet immers zijn onze mening, en niet ons mening. Overigens: hen beider mening krijg ik niet door de keel. Maar dat is niet erg: hun kan ook als persoonlijk voornaamwoord fungeren.

De autoriteit van het Woordenboek der Nederlandsche Taal en van het Middelnederlandsch Woordenboek (deel 1, 1885), in dezen gedragen door de zwaargewichten M. de Vries en Kluyver, respectievelijk Verwijs, gesproken hebbende, is voor mij (voorshands) de causa finita. De gegevens, hier verschaft, maken inderdaad een sluitende verklaring van het een en ander mogelijk. Wel moet ik nu, met enige gêne, terugdenken aan de tijd dat ik als beginnend leraar in dictees de leerlingen op soortgelijke valletjes vergastte en hun de fouten die ze daarbij maakten, alleen inzichtelijk te maken door geleerde betogen, even zwaar aanrekende als bij voorbeeld fouten in de werkwoordsvormen.

Erger is, dat de spelling van heel wat woorden bepaald wordt en alleen begrijpelijk is door de etymologische achtergronden ervan. In onze spellingregels heeft de wetenschap van de etymologie, in de negentiende eeuw nieuw, teveel gewicht gekregen. Het wordt tijd dat dit element tot reële proporties wordt teruggebracht: geen au/ou, ei/ij meer, welke verschillen uitsluitend berusten op etymologische herkomst van de woorden, en niet op klankverschillen. Dit zij tenminste ons aller mening.