Franse kernmacht aan aanpassing toe

PARIJS, 15 JAN. Zolang Frankrijk over kernwapens beschikt, bestaat over die wapens politieke consensus. De Franse onafhankelijke nucleaire macht was in eigen land politiek nimmer omstreden, omdat de exclusief Franse soevereiniteit en de exclusief Franse commandovoering over het nucleaire arsenaal was gewaarborgd. Met zijn vraag of voor de Franse (en Britse) kernwapens een "Europese doctrine' moet worden ontwikkeld, lijkt president François Mitterrand nu een knuppel in het hoenderhok te hebben geworpen.

De Cartesiaanse logica is aan de kant van Mitterrand. Als de Europese Politieke Unie, die in Maastricht werd geboren, de vorming van een gemeenschappelijke defensie inhoudt - zoals de bedoeling is - dan komt de vraag in zicht welke rol aan de "Europese' kernwapens moet worden toebedeeld. “Een gemeenschappelijke defensie-solidariteit leidt uiteindelijk ook tot een gemeenschappelijke nucleaire solidariteit”, stelde de Franse liberale oud-minister van buitenlandse zaken Jean François-Poncet vast.

Met zijn aansporing tot nadenken over de rol van het Franse kernwapen in een veranderd Europa heeft Mitterrand wel enig gekakel uitgelokt. De communisten wezen de gedachte van een "Europese doctrine' onmiddellijk af. Andere reacties waren weinig substantieel, zoals die van Jean-Marie Le Pen, de leider van het uiterst rechtse Front National, die zei dat de Franse soevereiniteit over de nucleaire wapens behouden moet blijven. Oud-president Giscard noemde Mitterrands idee prematuur.

Een Europese doctrine behoeft niet te betekenen dat Frankrijk zijn “machtige arsenaal” overdraagt aan het “machtige Duitsland” en Bonn/Berlijn een vinger aan de knop van de vuurleiding krijgt, zoals l'Humanité, het orgaan van de Franse communistische partij, onmiddellijk verontwaardigd schreef. Zo ver is het nog lang niet en zo ver zal het ook wel nooit komen. Het uitblijven van polemiek - l'Humanité kreeg geen bijval - is te verklaren uit de omstandigheid dat algemeen, zij het meestal stilzwijgend, wordt erkend dat reflectie over de toekomst van de Franse onafhankelijke kernmacht noodzakelijk is.

De Franse nucleaire afschrikking was gericht tegen de Sovjet-Unie. Met het uiteenvallen van het Sovjet-rijk en na de ondergang van de agressieve communistische ideologie is de Franse afschrikking niet langer functioneel. De nucleaire dreiging van de toekomst is die van een Saddam-Hussein-met-atoombom in Irak, of van een land als Libië, of mogelijk die van een dictator in Rusland of de Oekraïne die gebruik wil maken van de nucleaire wapens uit de boedel die het Rode Leger heeft achtergelaten.

Tegenover een dergelijke dreiging is er nauwelijks een zinvolle taak te bedenken voor de Franse "pre-strategische' wapens als de Pluton (bereik 120 kilometer) of de Hades (bereik 480 kilometer), waarmee alleen het grondgebied van bondgenoten of van een land als Polen kan worden getroffen. Sommige Franse deskundigen twijfelen ook aan de zin van de missie van de strategische raketten (bereik circa 4.500 kilometer) die in silo's op het plateau d'Albion zijn gestationeerd. Deze wapens kunnen volgens hen evenals de Hades "slapend' (ondergronds) bewaard worden, zolang de afschrikking van de "laatste vergelding' is gegarandeerd door de strategische raketten die de vijf Franse onderzeeërs kunnen lanceren.

In het licht van de nieuwe nucleaire dreigingen zou een anti-raketdefensie volgens sommige deskundigen nuttiger zijn. Aangezien het risico van nucleaire chantage "uit het zuiden' voor Duitsland of Italië niet anders is dan voor Frankrijk, ligt de vorming van een Europees systeem voor de hand, nog afgezien van de gigantische kosten die geen enkel land, ook Frankrijk niet, alleen kan opbrengen.

Een discussie over een Europese doctrine voor de Europese kernmachten - een onderwerp waarover de Britse regering nog discreter is dan de Franse - zal wat Parijs betreft in de eerste plaats met de Bondsrepubliek moeten worden gevoerd. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, heeft al enige malen laten blijken dat Frankrijk niet ten eeuwige dage een nucleaire solist kan blijven als het een Europese gemeenschappelijke defensie bepleit en de Verenigde Staten hun kernbewapening in Europa verminderen.

Het Franse initiatief, enkele maanden geleden, voor een conferentie van de vier Europese kernmogendheden (Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie) over de vraag wat er met de kernwapens van de vroegere Sovjet-Unie moet gebeuren en hoe akkoorden over nucleaire reducties kunnen worden gehandhaafd, viel in Bonn evenmin in goede aarde. Het voorstel waarover ook Washington en Londen weinig enthousiast waren, ruikt te veel naar de oude grote-mogendhedenglorie van voor het einde van de Koude Oorlog.

Een dag nadat Mitterrand de vraag van een Europese nucleaire doctrine aan de orde had gesteld, riep Genscher op tot vernietiging van alle kernwapens voor de korte afstand in Europa. De impliciete verklaring van de Franse president, dat hij bereid is om met de EG-partners te praten over een Europese rol voor de Franse kernwapens was onvermijdelijk geworden en kwam, gezien de Duitse irritaties, nog maar net op tijd.