Duitse delegatie naar Vietnam voor overleg asielzoekers; Praag tegen massale terugkeer

PRAAG/ROTTERDAM, 15 JAN. Tsjechoslowakije zal Vietnamese asielzoekers die over legale verblijfspapieren beschikken niet toelaten wanneer zij door Nederland onverwachts en "en bloc' worden teruggestuurd naar Praag. Dat heeft de woordvoerder van de Tsjechoslowaakse minister van binnenlandse zaken, J. Langos, vanochtend gezegd.

Langos wilde nog niet reageren op het ambtelijk overleg dat maandag op verzoek van Tsjechoslowakije in Den Haag heeft plaats gehad. Tijdens dat overleg bleek dat de Tsjechoslowaakse delegatie bereid was de mogelijkheid te onderzoeken of Vietnamezen die over geldige verblijfspapieren beschikken toch toe te laten wanneer zij uit Nederland worden uitgezet. Justitie schat hun aantal op tweehonderd.

Zou Nederland tot uitzetting overgaan dan moet Justitie eerst een lijstje met namen overleggen van Vietnamezen die voor uitzetting in aanmerking komen. Pas als Praag akkoord gaat, zou het vliegtuig mogen opstijgen. “Als er plotseling mensen in Praag staan, doen wij niet mee”, aldus verwoordde Langos de opstelling van de Tsjechoslowaakse delegatie. Die heeft ook te kennen gegeven grote moeite te hebben met het rechtsstreeks terugsturen van Vietnamezen uit Tsjechoslowakije naar Vietnam.

Een Duitse regeringsdelegatie, onder leiding van minister Ursula Seiler-Albring is gisteren in Hanoi aangekomen voor overleg met de Vietnamese regering over de repatriëring van enige duizenden Vietnamezen die nu nog in Duitsland verblijven. Bonn heeft Hanoi een bedrag van 10 miljoen mark aan giften en leningen in het vooruitzicht gesteld voor de opvang en omscholing van de Vietnamezen uit Duitsland.

Sinds 1989 zijn meer dan 20.000 Vietnamezen, die in de voormalige DDR werkzaam waren, vrijwillig naar hun vaderland teruggekeerd. Tussen de 20.000 en 30.000 Vietnamezen verblijven nu nog in Duitsland. De meesten hebben politiek asiel aangevraagd, maar de Duitse regering beschouwt een overgrote meerderheid van hen niet als politieke vluchtelingen.

De Duitse missie hoopt in Hanoi garanties te krijgen dat teruggekeerde Vietnamezen uit Europa niet zullen worden gestraft voor hun verlengde verblijf in het buitenland en wegens het aanvragen van asiel.

Van de Vietnamezen die eerder uit Oost-Europa terugkeerden zijn geen berichten bekend over slechte behandeling door de autoriteiten, maar dat hoeft nog niet maatgevend te zijn. De Vietnamezen werden tenslotte na 1975 door de regering in Hanoi zelf naar Oost-Europa gestuurd, veelal om met hun arbeid Hanois schulden aan de "socialistische broederlanden' af te betalen. Het lag voor de hand dat hand dat Vietnam deze mensen zonder problemen terug zou nemen, maar hoe het communistisch bewind reageert op teruggekeerde arbeiders die liever in Europa waren gebleven is nog niet bekend.

Buitenlandse waarnemers maken in dit verband het liefst een vergelijking met het lot van de gerepatrieerde vluchtelingen uit Hongkong. Vietnam en Groot-Brittannië kwamen eind vorig jaar een gedwongen terugkeer overeen, nadat eerdere plannen voor een vrijwillige terugreis te weinig liefhebbers had opgeleverd.

Onder het toeziend oog van de UNHCR, het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, keren de vluchtelingen nu terug. De eerste gedwongen terugkeer van ene kleine groep Vietnamezen had in december plaats. Hanoi en Londen noemen de gedwonge terugkeer een succes en hebben vorige week afgesproken het tempo op te voeren. In Hongkong verblijven nog 60.000 Vietnamezen.

De Vietnamese regering heeft de garantie gegeven dat repatrianten niet zullen worden vervolgd en volgens het UNHCR houdt het bewind zich daar voorbeedlig aan. Een woordvoerder van het UNHCR-bureau in Hanoi, Kuay Bui, zei vanmorgen in een telefonisch reactie dat tot nu toe 19.000 Vietnamese vluchtelingen zijn teruggekeerd uit Hongkong, vrijwillig of gedwongen. Ze hebben zich mogen verstigen waar ze wilden, zowel in het noorden als het zuiden van Vietnam. De repatrianten, zo verzekert de UNHCR-zegsman, “zijn zonder uitzondering goed terechtgekomen en lopen geen enkel gevaar”. Bui, een Amerikaan van Vietnamese afkomst, is lovend over de houding van de Vietnamese overheid, die hij als “zeer coöperatief” omschrijft.