De toekomst van het voetbal ligt in Afrika

ROTTERDAM, 15 JAN. “De toekomst van het voetbal ligt in Afrika. De meeste van deze jongens zijn volwassen in 1994, als de Verenigde Staten gastland zijn voor het WK voor senioren. Zij hebben de flair, de kalmte en de technische bekwaamheid om de wereldbeker mee naar Afrika te nemen.”

Woorden van een van de grootste voetballers aller tijden, de Braziliaan Pele. De vroegere sterspeler zei dit in 1989 in Schotland, nadat hij de Nigeriaanse jeugd aan het werk had gezien tijdens de eindronde van het wereldtoernooi voor spelers onder de 17 jaar. Zijn uitspraak zou wel eens een zekere voorspellende waarde kunnen hebben.

Voor het eerst tonen de westerse media belangstelling voor de wedstrijden om de African Nations Cup, het toernooi voor landenteams dat afgelopen zondag van start ging in Senegal. In Nederland werden de uitslagen van de vorige editie in Algerije slechts in een enkele krant in het kleinst gangbare lettertype afgedrukt. Deze keer publiceerden de landelijke dagbladen voorbeschouwingen, stuurt Voetbal International een verslaggever naar Afrika en brengt Sportnet de meeste duels live in de Europese huiskamer. Dat succes mag op het conto van Kameroen worden geschreven, het land dat zo verrassend voor de dag kwam op de WK in Italië. Verrassend was het overigens niet echt. Die term verraadt eerder het slechte geheugen en de beperkte blik van menig westerse voetbaljournalist.

Wie zijn knipselarchief goed op orde heeft, moet even teruggaan naar 1978. In dat jaar klopt Tunesië op de WK het toen nog sterke Mexico, om vervolgens na een nipt verlies tegen Polen nota bene West-Duitsland op 0-0 te houden. Tijdens de editie van 1982 mag Afrika voor het eerst twee teams afvaardigen. De Desert Warriors uit Algerije, met Madjer en Belloumi in de gelederen, doen de duurbetaalde profs als Rummenigge, Hrubesh, Litbarski en de andere West-Duitsers onder aanvoering van Paul Breitner in het stof bijten. Alleen een schandalig onderonsje tussen Oostenrijk en West-Duitsland (voorgekookte uitslag: 0-1) kan de vroegtijdige uitschakeling van Die Mannschaft voorkomen. Algerije verlaat met opgeheven hoofd het toernooi in Spanje. Net als Kameroen, dat met drie gelijke spelen de tweede ronde maar net mist. Weer vier jaar later bereikt Marokko als eerste land van het continent de kwartfinale, nog wel als groepswinnaar vóór Engeland en met als afvallers Portugal en Polen, toch niet de zwaksten.

Het succes van Kameroen kwam dus geenzins uit de lucht vallen. De komende tien jaar kunnen we rekenen op meer verassingen. Immers, de Nigeriaanse jeugd behaalde in 1985 de wereldbeker voor jongeren onder de zeventien jaar, gevolgd door een tweede plaats in 1987. Weer twee jaar later in Schotland bleven medailles uit, maar zowel Ghana - met Nii Odartey Lamptey - als Nigeria maakten een ijzersterke indruk, niet alleen op Pele. “Afrikaanse junioren verliezen de cup maar winnen ieders hart”, kopte het maandblad New African trots.

Een redacteur van dat blad, Anver Versi, signaleerde de opmerkelijke vooruitgang al in 1986 in zijn boek Football in Africa. Optimistisch voor de toekomst toonde hij zich echter niet. “Juist nu het voetballen in Europa en elders in de wereld steeds professioneler aangepakt wordt, bakken onze nationale bonden en club-besturen er niets van.” Maar inmiddels is er veel veranderd. In steeds meer landen draait een professionele competitie en coaches uit Europa brengen het veelvuldig aanwezige technisch talent met straffe hand bijeen in deugdelijke organisaties.

Enkele decennia geleden probeerde het eerste Ghanese staatshoofd na de onafhankelijkheid in 1957, Kwame Nkrumah, met behulp van Engelse trainers en een strakke leiding het nationale team, het land en eigenlijk het hele continent wat extra glans te bezorgen. Successen in de sport, zo meende deze vurige pleitbezorger van een verenigd en zelfbewust Afrika, konden het door langdurig kolonialisme zo gefrustreerde en gekleineerde continent zijn zelfbewustzijn, waardigheid en trots teruggeven. Na enige jaren van opbouw zond hij "zijn' Black Stars in 1962 naar Europa met de opdracht enkele dwaalbegrippen weg te poetsen die in het onwetende Europa bestonden over Afrika en de Afrikanen. De Ghanezen wonnen acht van de twaalf wedstrijden, speelden een keer gelijk en verloren drie keer met kleine cijfers. Later dat jaar speelde het team met 3-3 gelijk tegen het machtige Real Madrid. Het sterke Ghana ging vervolgens echter ten onder aan de sociale, economische en politieke wanorde in eigen land.

De gedachte van Nkrumah is echter nog springlevend in het Afrika van vandaag. Zei minister Pronk van ontwikkelingszaken onlangs niet, dat het succes van de voetballers van Kameroen wellicht meer voor de beeldvorming van Afrika heeft betekend dan twintig jaar actievoeren voor bewustwording? Alleen daarom al gun je Pele zijn gelijk.