Boos op de PTT, heimwee naar Oom Karel

Mijn favoriet in het dorp waar ik als kleine jongen opgroeide was een geheimzinnige tovenaar die Oom Karel heette, maar in het geheel geen familie van mij was.

Hij bewoonde een oud pand aan de Kleine Markt, recht tegenover de grote Sint Gudulakerk, waar hij een nering dreef in radiotoestellen en elektrische strijkijzers. Achter de winkel kwam je eerst door het woongedeelte en daarna in de werkplaats van de tovenaar, onder de zware houten balken. Daar stonden ettelijke Toestellen, ontdaan van hun mahoniehouten of bakelieten kast, met half gedemonteerde ingewanden te wachten tot Oom Karel zijn toverspreuken zou gaan prevelen, gehuld in een wolk van penetrant ruikend soldeer en schroeiend baardhaar tegen de bout. Was het Kerstmis, dan kon Oom Karel in de kerk tegenover zijn winkel op magnifieke wijze een van de koningen uit Morgenland vertolken in het kerstspel van Nijhoff. Een profane wijze was hij weer op andere momenten, wanneer hij zijn gigantische zend-ontvanger vol joekels van buizen aanzette, met een ingenieus stelsel van fietswielen en kettingen de antenne op het dak in de gewenste richting draaide en dan dwars door Stockhausiaanse klanknevels een gesprek met een kennis in Mongolië aanvatte, gelardeerd met bezwerende codewoorden en, als dat zo uitkwam, desnoods in Esperanto.

Aan deze held uit mijn jeugd moest ik vorige maand ineens terugdenken. Bij de PTT had ik najaar '89 een dure maar ingenieuze transportabele telefoon gekocht, die luistert naar de naam ”talkman', alhoewel de PTT hem prozaïsch Carvox 3500 noemt. Een apparaat van de nieuwste generatie, ontworpen door listige en creatieve Finnen. Zij hadden het Oom Karel gemakkelijk gemaakt: mocht er ooit eens iets defect raken, het toestel is zodanig modulair opgebouwd dat binnen enkele minuten alle essentiële delen zijn te demonteren, met het gemak waarmee je vroeger weleens op een zaterdagmiddag een complete Lelijke Eend in de schuur ging plukken. Op zo'n manier een telefoon ontwerpen, dat kunnen alleen ingenieurs die werkelijk van hun vak houden, en van toneel en literatuur.

Door een stomme fout van mijn kant - ik had de plus en de min van de externe voeding omgedraaid - kon het toestel sinds vorige maand ineens niet meer worden bijgeladen: hier diende de technische dienst van PTT Telecom uitkomst te brengen.

Mijn transportabele telefoon werd op het servicepunt in ontvangst genomen door een nurkse dertiger, die de indruk maakte nooit naar het toneel te gaan. Hij nam het toestel mee naar achteren, om na een kwartier even nurks te komen melden dat de accu het had begeven. Hier kon ik het helaas niet mee eens zijn, want zelfs met een kapotte accu zou het toestel stroom van buiten moeten accepteren, en dat deed het nou juist niet. Er ontstond een kleine woordenwisseling: “of ik het soms beter wist”. Een nieuwe accu kostte echter tweehonderd gulden en hij was niet eens kapot, dus ik besloot het inderdaad deze keer beter te blijven weten. Het rumoer voor en achter de balie zwelde daardoor aan, reden voor een chef zich met de kwestie in te laten. Ook hij vertrok met het toestel naar achteren. Ditmaal duurde de diagnose een half uur. De accu was inderdaad nog heel, maar nu bleek de complete voedingsplaat kapot. Er kon een nieuwe in worden gezet, voor achthonderdvijftig gulden. Of ik er op wilde wachten?

Mijn woede vervaagde het bebrilde gelaat van de chef en langzaam verscheen voor mijn geestesoog de grote witte baard van Oom Karel, en daarna zijn grote hoofd dat resoluut nee schudde.

Nee, ik wilde er niet op wachten.

Thuis heb ik zo'n Japans schroevendraaiersetje van de Albert Cuyp gepakt en in drie minuten mijn Carvox 3500 gefileerd. Op de stroompennen heb ik een snoertje gezet. Aan de andere kant van dat snoertje, bungelend uit het toestel, werd een voedingblokje van 12 Volt gehangen, waarna mijn telefoon weer werkte, al was hij nu niet meer bijster transportabel. Toen heb ik een brief aan de directie van PTT Telecom geschreven.

Wisten de heren dat zij achthonderdvijftig gulden vroegen voor een kapotte condensator van een kwartje? Wisten ze eigenlijk wel hoe hun eigen telefoons in elkaar staken? Konden ze mij uitleggen waarom een los printje, dat de Finnen opzettelijk zo hadden ontworpen dat het binnen twintig seconden kon worden omgeruild, niet leverbaar was? Was het geen belediging voor de constructeurs van hun eigen telefoon, dat ze nog te beroerd waren om de modules op voorraad te houden waaruit het apparaat was opgebouwd? De PTT moest zich schamen dat zij met een stalen gezicht een willekeurige klant bijna duizend gulden uit de zak probeerde te kloppen voor een kapot onderdeel dat niet meer dan een appel en een ei kon kosten!

Na een paar weken kwamen er als reactie drie exact dezelfde, voorgedrukte brieven in de bus. Mijn aanklacht was teruggebracht tot ”uw klacht' en deze was doorgezonden naar de ”klantenservice van PTT Telecom'. Korte tijd daarna ontving ik twee nieuwe, onderling eveneens identieke brieven van de klantenservice district Utrecht. En alsof ze zich bij de PTT ervan wilden vergewissen dat mijn geknutsel aan de voeding inderdaad weer een werkend toestel had opgeleverd, zat er gisteren zelfs plotseling die nurkse meneer van het servicepunt Utrecht in, die mij kond deed van het orakel “dat de PTT het printje in kwestie niet kon leveren, maar dat het wel voor mij klaar lag”.

Vannacht heb ik gedroomd van Oom Karel. Hij stond over een kapotte Philips Radio gebogen. Er kwam alleen een schorre piep uit, het groene afstemoog flakkerde dof en van de witte zendertoetsen waren er twee tegelijk ingedrukt, die nu muurvast zaten. Na een kwartiertje speelde het apparaat weer als vanouds. Oom Karel wreef nog even wat politoer over de kast, plakte er daarna een briefje op met de reparatiekosten en zette het onder de werkbank.

Iedere volwassen man moet zich hem kunnen herinneren, als hij met een kapotte autotelefoon naar een servicepunt van PTT Telecom gaat en daar de rekening van de vooruitgang krijgt gepresenteerd.

Vandaag ben ik bij dat servicepunt langs geweest. Ik geef het u te raden: ze hebben daar een zodanig slecht geweten dat ik dat printje zonder pardon GRATIS heb meegekregen.

Maar u gaan ze gewoon weer die achthonderdvijftig gulden vragen!