Bezoek Van den Broek aan Syrië krijgt etiket "nuttig'

DAMASCUS, 15 JAN. “Nuttig” heten in diplomatieke taal gesprekken tussen ministers van buitenlandse zaken die niet tot een duidelijke conclusie hebben geleid. “Nuttig” noemde derhalve minister Van den Broek gisteren in Damascus zijn lange gesprekken met zijn Syrische collega Farouk al-Shara' en met president Hafez el-Assad. “Nuttig” was ook het begrip dat Assad tegenover de Nederlandse minister in de mond nam, tijdens het gesprek in wat een delegatielid als het "rijtjeshuis' van de president betitelde, een betrekkelijk eenvoudig bouwwerkje in een gewone straat.

Een formele rol vervult Nederland niet meer in het vredesproces in het Midden-Oosten, nu het EG-voorzitterschap voorbij is. Niettemin namen Al-Shara' en Assad uren de tijd om met Van den Broek voornamelijk over Israel en de onderhandelingen te praten. “Sommige mensen denken wel eens dat de bijzondere band die wij met Israel hebben een handicap is voor onze relaties met de Arabische landen. Ik geloof echter dat die bijzondere band juist profijtelijk is voor de contacten”, aldus de Nederlandse minister. Nederland wordt in de Arabische wereld volgens hem beschouwd als een land dat niet afdingt op deze traditionele band met Israel, “maar dat wèl bereid is te aanvaarden dat bepaalde beginselen op alle landen in het gebied van toepassing zijn”.

Bruggen slaan is het belangrijkste dat de EG, de VS en Nederland volgens Van den Broek kunnen doen. En dus liet hij enerzijds zijn Syrische gesprekspartners duidelijker dan tot nu toe weten dat ook Den Haag de Israelische nederzettingenpolitiek als een "obstakel' beschouwt in het vredesproces. En trachtte hij anderzijds van zijn gastheren erkenning te krijgen voor de veiligheidsbehoeften van de Israeli's, die moeten leven temidden van staten die hun land formeel niet erkennen en met wie zij formeel in staat van oorlog verkeren.

In het kader van dit bruggen bouwen en openingen maken constateerde de minister achteraf dat president Assad weliswaar Israel niet officieel erkent, maar wèl bereid is de verzekering te geven dat Syrië Israel straks veiligheidsgaranties geeft in ruil voor teruggave van de Golanhoogte. “Dat is toch feitelijk erkenning van het bestaan van Israel”, aldus Van den Broek, die dit aspect zeker later deze week in Jeruzalem zal opvoeren als zijn Israelische gastheren hem wellicht om opheldering vragen over zijn verzet tegen uitbreiding van de joodse nederzettingen op de westelijke Jordaanoever. De praktijk van de erkenning is overigens dat het ministeriële vliegtuig, als het van Damascus naar Tel Aviv vliegt, als officiële bestemming Larnaca op Cyprus moet opgeven, waarna het pas boven internationale wateren de neus kan wenden richting Israel.

De Nederlandse minister, die vandaag gesprekken in Jordanië voert en morgen in Israel aankomt, heeft voor het vredesproces in het Midden-Oosten een term uit het Helsinki-proces geleend: vertrouwenwekkende maatregelen. De partijen in het Midden-Oosten moeten net als Oost en West in Europa hebben gedaan maatregelen nemen die het vertrouwen in elkaars goede bedoelingen versterken.

Op de vraag aan welke maatregelen hij denkt, antwoordde Van den Broek dat hij met president Assad had gesproken over de Syrische weigering eind deze maand in Moskou aan de onderhandelingstafel te verschijnen. Daar zullen in het kader van het vredesproces multilaterale onderhandelingen plaatshebben over ondermeer economische samenwerking en wapenbeheersing. Damascus wil niet meedoen zolang er op bilateraal niveau - bijvoorbeeld over teruggave van de Golan - geen concrete resultaten zijn geboekt.

Van den Broek heeft er sterk voor gepleit die gesprekken toch te beginnen bij wijze van vertrouwenwekkende maatregel. De multilaterale gesprekken zouden bovendien stimulerend kunnen werken op het bereiken van een vredesregeling.“Syrië ziet dit echter tot nu toe anders”, concludeerde Van den Broek na afloop van de gesprekken. President Assad drong er bij de Nederlanders op aan nauw bij het proces betrokken te blijven, vooral gezien de speciale band met Israel. Van den Broeks voorlopige conclusie na de gesprekken in Damascus: “Het zit erg moeilijk momenteel met de onderhandelingen; de hele zaak blijft te veel steken in discussies over de samenstelling van delegaties en de plaats waar de gesprekken moeten plaatsvinden. Er moet gauw iets inhoudelijks gebeuren, want zo kan het niet lang meer doorgaan.”

Is er in de houding van Syrië iets veranderd sinds het begin van de vredesonderhandelingen? “Nee”, zo luidde het ondubbelzinnige antwoord van delegatieleden. De Syriërs waren vriendelijk en hoffelijk, maar zeer beslist in hun oordeel ten aanzien van Israel: Golfoorlog en onderhandelingen in Madrid en Washington hebben daar niets aan veranderd.

Het enige waar men bij de Syriërs enige beweging constateert, is het punt van de mensenrechten. Syrië telt 10.000 tot 50.000 politieke gevangenen. “Ze vinden dat wij daarover een heel verkeerd beeld hebben en dat we met het terugsturen van asielzoekers onze eigen criteria schenden. Maar dat mensenrechten een normaal gespreksthema zijn tussen ministers van buitenlandse zaken, dat erkennen ze zo langzamerhand wel”, aldus een delegatielid. En daarmee was de ontmoeting tussen Nederland en Syrië terug bij het diplomatieke predikaat "nuttig'.

Een beetje nuttiger werd het bezoek nog doordat de minister in Damascus de nieuwe Nederlandse ambassade kon openen. De ambassadeur, J. Veling, weet als weinig anderen hoe onvoorspelbaar het Midden-Oosten is. Hij was ambassadeur in Koeweit toen Irak het land binnenviel.