Vertrek Ruding naar VS "uniek maar riskant'

ROTTERDAM, 14 JAN. De overstap van Nederlandse topmanagers naar buitenlandse directiekamers is geen alledaagse aangelegenheid. Slechts enkele Nederlanders gingen drs. Onno Ruding, die als kandidaat voor een plaats in de raad van bestuur bij de Amerikaanse Citicorp wordt genoemd, voor.

De eventuele benoeming van Ruding bij Citicorp tot vice president wordt in het bedrijfsleven gekenschetst als “uniek maar riskant”. De Citibank, de dochter van Citicorp, heeft problemen op de Amerikaanse markt en het is opvallend dat aan een buitenlander wordt gedacht om deze klus te klaren. De voormalige minister van financiën en voorzitter van de Nederlandse Christelijke Werkgevers heeft ruime internationale ervaring, maar heeft zich nooit specifiek met de Amerikaanse bankmarkt beziggehouden.

Wanneer een Nederlandse topmanager bij een grote buitenlandse onderneming in dienst treedt, is dat vaak vanwege zijn kennis van de Nederlandse of Europese markt. De Nederlanders die om deze reden benoemd worden, krijgen niet de functie van tweede man, maar komen terecht in het tweede echelon.

Andere Nederlandse managers die in het buitenland zijn gestationeerd, werken veelal voor grote Nederlandse concerns zoals Philips, Shell en Unilever. Het komt slechts zelden voor dat een Nederlander toetreedt tot de leiding van grote multinationals van buitenlandse oorsprong.

Een Nederlander die Ruding voorging, is Durk Jager (48) die na een internationale loopbaan bij Procter & Gamble in 1990 vice-voorzitter is geworden in de raad van bestuur van dit Amerikaanse wasmiddelen- en cosmeticaconcern. Het commissarissenblad Elan vermeldt dat Jager de bedenker is van de kreet "Een theelepeltje Dreft volstaat voor de hele vaat'.