Urenco mag produktie van overheid opvoeren

ROTTERDAM, 14 JAN. Het uraniumverrijkingsbedrijf Urenco in Almelo heeft van de overheid een vergunning gekregen voor uitbreiding van zijn produktiecapaciteit van 1.000 ton per jaar tot 1.300 ton. Minister Andriessen (economische zaken) heeft dit gisteren mede namens zijn collega's Alders (milieuhygiëne) en De Vries (sociale zaken) aan het bedrijf meegedeeld.

Urenco, voor 98,6 procent eigendom van de overheid en deel van een Brits-Duits-Nederlandse samenwerking, had in 1987 al een nieuwe vergunning gekregen om zijn capaciteit in Almelo uit te breiden tot 3.500 ton per jaar. Daarmee was een begin gemaakt in de nieuwe verrijkingsfabriek SP4, toen de Raad van State begin vorig jaar die vergunning vernietigde. Volgens de raad hadden de betrokken ministeries destijds niet alle procedures goed toegepast. Bezwaren van enkele politieke groeperingen tegen de vergunning waren ten onrechte niet volledig behandeld.

Daarop vroeg Urenco direct een gedoogvergunning aan om door te kunnen produceren op het produktieniveau dat vorig jaar was bereikt: 1.085 ton "scheidingsarbeid' per jaar. Op 31 mei 1991 verleende minister Andriessen de gedoogvergunning omdat Urenco contracten was aangegaan die zij op straffe van claims moest nakomen, de werkgelegenheid van 600 mensen in het geding was en er slechts sprake was van een beperkte overschrijding van de Kernenergiewet.

Urenco was volgens de minister ook aan alle milieu- en veiligheidseisen blijven voldoen. Het bedrijf diende een nieuwe aanvraag voor een beperkte capaciteitsuitbreiding in die nu is gehonoreerd. In de eerste helft van volgend jaar verwacht Urenco een nieuwe aanvraag te doen voor een grotere uitbreiding, waarbij een milieu-effectrapportage (MER) zal worden opgesteld.